Alles over vrijmetselarij en genootschappen: geschiedenis, reviews, weblinks.
Posts tonen met het label vrijzinnigheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vrijzinnigheid. Alle posts tonen

vrijdag 17 april 2015

TV Brussel

Uw dienaar gisterenavond op TV Brussel: over de Vrije Universiteit Brussel en vrijmetselarij - met hun overeenkomsten en vooral verschillen. 

zaterdag 14 februari 2015

Boudewijn en abortus

Onderstaande satire verscheen in het Vriendenboek aangeboden naar aanleiding van het emeritaat van prof.dr. Machteld De Metsenaere, onder redactie van Gily Coene, Dave De Ruysscher, Ann Mares en Eva Schandevyl. Brussel, 13 februari 2015, pp.83-89.




Iets over koning Boudewijn en abortus. En ook nog over vrijzinnigheid. 

De beeltenis van koning Boudewijn leende zich uitstekend voor postzegels, ansichtkaarten, blikken koekjestrommels en herdenkingsmunten. Deze bijzondere zijtak van het nationaal economisch gebeuren beleefde hoogdagen in het begin van de jaren ’90, toen de vorst gehuldigd werd om zijn veertigjarige staat van dienst, en min of meer op hetzelfde ogenblik zijn zestigste verjaardag vierde. Wie op zoek is naar een muntenset van stukken van 10 ECU, mooi verpakt in een etuitje met het 60-40 logo, of naar een stapeltje enveloppen met een niet-echt-gelijkende portrettekening van de gevierde aan de linkervoorzijde, kan een blik werpen op eBay. Occasioneel kwamen die dingen ook in andere instanties dan het BELvue-museum terecht. Op de schouw van een devote kloosterzuster bijvoorbeeld. Want het godsbesef van de vijfde koning der Belgen bevond zich buiten categorie, zeker wanneer het vergelijk met zijn illustere voorgangers wordt gemaakt. Veel verhalen doen hierover de ronde, en de meeste zijn waarschijnlijk juist. Terwijl de vorst over een rechtstreekse telefoonlijn met deus pantocrator beschikte – of op zijn minst met diens PR-verantwoordelijke kardinaal Suenens – kon hetzelfde moeilijk beweerd worden van de connectie met de vrijzinnige gemeenschap. Boudewijn respecteerde ongetwijfeld de vrijzinnig-humanistische landgenoten, maar zijn ideeën over bepaalde ethische dossiers stonden haaks op deze van de vrijzinnigen/humanisten/vrijdenkers/agnosten/atheïsten (schrappen wat niet past). 

Boudewijns morele bezwaren om in 1990 de gestemde abortuswet te ondertekenen brachten het land in een politieke crisis. Het verhaal is bekend: omwille van gewetensbezwaren kon de kinderloze Boudewijn niet een wet ondertekenen het beëindigen van ongeboren leven zou legitimeren. De koninklijke weigering was echter de laatste hindernis in een ware calvarietocht, waar juristen, pilaarbijters, papenvreters, opiniemakers, populisten en occasioneel een Spaanse edeldame het grote gelijk probeerden te halen. Dit gebeurde enkele maanden vóór de 60-40 viering, zodat alle geproduceerde memorabilia ei zo na rechtstreeks op de rommelmarkten terechtkwamen. Het doorzagen van de poten van de troon werd verijdeld door Wilfried Martens, die daarvoor een vers blik constitutionele trucs had opengetrokken. 

In feite was de kern van de zaak een Babylonische spraakverwarring. Want hoe kon ‘abortus’ immers worden gedefinieerd? Ging het hierbij om de vrije keuze van de vrouw of handelde zij hierdoor immoreel? Was abortus enkel maar toe te staan wanneer er gegronde medische of andere redenen voor waren? En wat met al die mannen, genre Willy Calewaert en Roger Lallemand, die dit recht steunden? Daardoor leek het wel alsof ze over abortus een promopraatje hielden. In tijden van twijfel kon er altijd naar het Strafwetboek worden gegrepen. Artikels 348 tot en met 353 waren duidelijk: ‘Hij die door spijzen, dranken, artsenij, door geweld of door enig ander middel opzettelijk vruchtafdrijving veroorzaakt bij een vrouw die daarin niet heeft toegestemd, wordt gestraft met opsluiting.’ Om alle misverstanden te vermijden: ook wanneer die zou gebeuren ‘bij een vrouw die daarin wel toestemde’ riskeerden de betrokkenen een gevangenisstraf van twee tot vijf jaar. 

In 1923 werd in het parlement een reeks van discussies gevoerd over de ‘bevordering van anticonceptiva’ – met wat goede wil zou je kunnen stellen dat anticonceptiva een abortus veroorzaakten alvorens er van zwangerschap sprake was. Het is bijzonder interessant en soms zelfs wat vermakelijk om de debatten hierover in statige Paleis der Natie te lezen. In 1922 diende Henri Carton de Wiart, zowat de peetvader van de christendemocraten, een wetsvoorstel in om alle mogelijke propaganda die tot ‘vruchtafdrijving’ en anticonceptiva zou aanzetten te beteugelen. In de Kamer van Volksvertegenwoordigers haalden de eerste en tweede violen van de Katholieke Partij alles uit de kast om ‘de schaamteloze reclamemiddelen tot opzettelijke onvruchtbaarheid, in dagbladen, prospectussen en aankondigingen van allerlei aard’ te onderdrukken. Terzelfdertijd moest er worden opgetreden tegen de ‘gewetenloze speculanten’ die hun producten ‘verraderlijk’ in de woonhuizen hadden binnengesmokkeld die werden ‘uitgedacht en aangewend om dood te brengen waar het leven geboren werd’. Dit soort ‘propaganda’ diende trouwens enkel om ‘andermans driften te bevredingen’, dixit liberaal Justitieminister Fulgence Masson. Het wetsvoorstel werd vertaald naar artikels 383 en 384 van het Belgisch Strafwetboek. Tot 1973 was 'promotie' van voorbehoudsmiddelen bijgevolg illegaal, hoewel menig rubberproducent wel andere manieren vond om zijn producten aan de man te brengen. 

Een van de grootste verdedigers van het wetsvoorstel was ene Valentin Brifaut, die vóór de Eerste Wereldoorlog nog secretaris was geweest van de Antivrijmetselaarsbond. Daarna werd hij een van de bezielers van de katholieke scouts en geraakte hij bevriend met de Brusselse striptekenaar Georges Remi alias Hergé. Deze laatste modelleerde vervolgens zijn creatie Kuifje naar Valentin – Tintin – Brifaut. Zoon Henry Brifaut hield zich ver van politiek verwijderd maar was des te meer in het scoutisme betrokken. Henry nam tijdens de Tweede Wereldoorlog een jonge scout onder zijn hoede: de hertog van Brabant. Later vervoegde ook de prins van Luik de groep. 

Flash forward naar de jaren 1980. De hertog van Brabant is al lang Koning der Belgen. Zijn vader had het al te bont had gemaakt en tegen teveel schenen geschopt. Aan het slot van de Koningskwestie werd Leopold verplicht om zijn brugpensioen aan te vragen. 

Intussen bleef abortus strafbaar. Dit weerhield ongewenst zwangere vrouwen er niet van om een citytrip naar Amsterdam te boeken. Het was nog altijd beter dan zeepwater te gebruiken, of dan creatief om te springen met een breinaald. Hulp kwam er vanuit de plaatselijke vrijzinnige verenigingen. Al dan niet geïnspireerd door passers en winkelhaken toerden sprekers doorheen het Vlaamse land met voordrachten over gezinsplanning. Achter gesloten deuren regelen ze vervoer naar het buitenland om er een abortus te laten uitvoeren. Zo nu en dan namen ze ook wel een urne met de gecremeerde resten van een dierbare overledene mee – om de simpele reden dat het toen in België niet toegestaan was om de as uit te strooien. Deze geëngageerde vrijwilligers waren steeds op hun hoede voor de ijverige BOB. De Bijzondere Opsporingsbrigade stuurde haar mannetjes uit die incognito de ‘voorlichtingsavonden’ van de vrijzinnige verenigingen bijwoonden. Door hun beige regenjassen en hun prominente rijkswachterssnor lukte het niet altijd even goed om onopvallend in het publiek op te gaan.  

In Namen ging dokter Willy Peers een stapje verder. In de vroege jaren 1970 voerde hij een reeks van – uiteraard illegale – zwangerschapsonderbrekingen uit. Totdat hij in 1973 tegen de lamp liep. De zaak-Peers veroorzaakte een kantelmoment. De hopeloos achterhaalde artikels wat de ‘promotie’ van voorbehoedsmiddelen betrof werden uit het Strafwetboek gehaald. Maar wat met opzettelijke zwangerschapsonderbrekingen of abortus provocatus? De Antwerpse socialist Willy Calewaert had al in 1971 een wetsvoorstel ingediend om abortus te legaliseren. Zoals verwacht bleef dit zonder direct resultaat. De Katholieke Kerk wou er niet aan denken om zo een uiting van zedenverval te kunnen toestaan. Zo modern was ze met het Tweede Vaticaans Concilie nu ook weer niet geworden. Maar toch hadden Calewaert en Peers iets in beweging gezet. Ook de robuuste PVV-ster Lucienne Herman-Michielsens begon zich met de zaak te bemoeien, met in haar kielzog Roger Lallemand van de PS. 

Na veel vijven en zessen kwam de abortuskwestie op het bord van de regeringen Martens. 
Premier Wilfried Martens, wiens brillenglazen per legislatuur alleen maar in omvang leken toe te nemen, zat met de zaak verveeld. Zijn Christelijke Volkspartij was de hoeder van katholieke volksgeest van de Vlaming – zo leek het althans toch in die jaren. In vrijzinnige middens was ‘CVP-er’ haast een scheldwoord, dat evenzeer beledigend was als ‘tsjeef’, ‘kaloot’ of ‘sis’. Aan vrijzinnige zijde was de ergernis over de vermaledijde ‘CVP-staat’ groot. Subtiliteit en nuances waren soms zoek: één van de tijdschriften van de Humanistische Jongeren ging ergens in de jaren 1970 ooit de deur uit met een afbeelding van Leo Tindemans, omgeven door hakenkruisen. 

Tegen het einde van de jaren 1980 leek het tij te keren. De doorsnee Vlaming trok zich veel minder van de katholieke besognes aan dan een generatie eerder, en op politiek vlak maakten ambetanteriken zoals Guy Verhofstadt, José Happart en de rooie rakkers van De Morgen het de CVP-hegemonie knap lastig. Maar toch: op cruciale momenten werd het katholiek karakter van Vlaanderen in de verf gezet. Zo hadden de vrijzinnige verenigingen het pausbezoek van mei 1985 nauwelijks verteerd. Johannes Paulus II werd door de gestelde lichamen als een halve rockster onthaald, hoewel de georganiseerde vrijzinnigheid kosten nog moeite spaarde om haar ongenoegen te laten blijken. Een astronomisch bedrag aan verzendkosten werd betaald om protestbrieven aan allerhande instanties te bezorgen, maar tevergeefs. Het was tegen die achtergrond dat een zwaarwichtig ethisch dossier als abortus op tafel kwam. 

In het parlement leek het alsof het ene wetsvoorstel na het andere werd ingediend om de kwestie uit de onwettigheid te halen. De inkt van het voorstel van Lallemand was nog niet droog of daar stond Léona Detiège al met haar ideeën. Nog in 1987 bezwoer de CVP dat abortus te allen tijden verboden moest blijven. Tenzij de zwangerschap ernstige en blijvende schade voor de vrouw zou inhouden. De abortuskwestie joeg niet enkel de christendemocraten in de gordijnen. Toeval of niet, maar de nacht vóórdat Roger Lallemand een praatje over de zaak zou houden in de maçonnieke beslotenheid van de Lakensestraat in Brussel ging er een bom af. In een straal van meerdere meters sloegen alle ruiten aan diggelen. De daders werden trouwens nooit gevonden. Sommigen dachten dat de CCC erachter zat: de communisten moesten traditioneel niets van de salonsocialisten van het Grootoosten weten. Anderen wezen een beschuldigende vinger richting Pro Vita. De militante anti-abortusliga kon niet meteen van fijnzinnigheid verdacht worden. In die jaren stuurden ze zelfs foto’s van geaborteerde foetussen naar de krantenredacties om de nodige horror op te wekken. Zelfs de meest rabiate kattekoppen van de CVP waren koorknapen vergeleken met de fundamentalisten van Pro Vita. Hoe dan ook: had het springtuig haar impact een half metertje meer naar rechts gekend dan had deze de gasleiding geraakt. Om de woorden van Grootmeester Sylvain Loccufier te parafraseren: de halve straat was dan in de lucht gegaan. 

Intussen was Wilfried Martens aan zijn achtste regering begonnen, met de steun van de PS, SP en de Volksunie. Gesmeed door onderhandelaar Jean-Luc Dehaene werd er, in de finale nacht vóór de afkondiging van het regeerakkoord, nog drie uur gepalaverd over de abortuskwestie. Het finale wetsvoorstel van Lallemand en Herman-Michielsens was immers op 19 april 1988 neergelegd. De nieuwe regering nam zich voor om, vóór het einde van het jaar, met een oplossing te komen. Vanaf dan werd de uitputtingsslag tussen voor- en tegenstanders in de media uitgevochten. Partijvoorzitters, would-be partijvoorzitters, eerste- en tweederangs opiniemakers en zo nu en dan een verloren gelopen academicus kregen een microfoon onder de neus geduwd om hun mening over deze delicate kwestie met het volk te delen. 

Jaak Gabriëls – toen Volksunie, later VLD en nu vergetelheid – pleitte voor respect voor het ongeboren leven maar ook even zeer voor respect voor ieders mening. Eric en Herman Van Rompuy – de 20e-eeuwse incarnaties van de gebroeders Dechamps – bleven hameren op het grote taboe dat abortus was. Het Vaticaan en de Belgische bisschoppen schermden met hel en verdoemenis en de onbespreekbaarheid van zwangerschapsonderbreking. De proffen geneeskunde van de KULeuven noemden abortus zowat medisch onverantwoord. Gazet van Antwerpen, spreekbuis van conservatief rechts, had het onzalige idee om norbertijn Werenfried van Straaten – alias de spekpater – om diens mening te vragen. De spekpater, die overal communistische complotten zag, meende dat de legalisering van abortus de weg vrijmaakte naar de rehabilitatie van Hitler. En o ja, het Vlaams Blok was ook tegen. Maar die partij was eigenlijk tegen alles behalve Vlaamse onafhankelijkheid. 

Zoals typisch voor het Belgisch politiek gebeuren geraakte de zaak natuurlijk niet opgelost vóór de jaarwissel met 1989. De vrijzinnige neuzen in Kamer en Senaat stonden uiteraard pro-abortus, vonden bondgenoten bij de Volksunie en enkele groenen, en brachten zo de christendemocraten en het Vlaams Blok in de minderheid. De kwestie sleepte intussen langer aan dan een doorsnee regeringsvorming. Bij premier Martens brak het angstzweet uit. De zomer ging voorbij, een nieuw parlementair jaar brak aan en pas in het voorjaar van 1990 kwam het effectief tot stemming. De CVP/PSC waren door hun coalitiepartners voor schut gezet; het wetsvoorstel had het gehaald. Maar nu moest Martens de finale hindernis nemen: Boudewijn overhalen om zijn handtekening onder de nieuwe wet te plaatsen. 

Stricto senso was dit een formaliteit. Maar de koning had eerder al aan Martens laten weten dat zijn geweten hem ervan weerhield om te tekenen. Door zijn lange staat van dienst leek Boudewijn onaantastbaar. Met knikkende knieën trok de premier naar Laken. En effectief: er werd niets ondertekend. Snel moest er een oplossing worden gezocht. Gelukkig beschikte België over een zeer ruim interpreteerbare Grondwet. En zo werd Boudewijn via een constitutionele hocus-pocus voor 48 uur aan de kant geschoven, lang genoeg voor de voltallige regering om in naam van de afwezige vorst de abortuswet te bekrachtigen. De wet van 3 april 1990 is zowat de enige die niet door het geheel van de Belgische regering werd ondertekend. Het leek wel een goddelijke ironie dat uitgerekend de christendemocraten op die manier gedwongen werden om de abortusregeling letterlijk te onderschrijven. 

Aan vrijzinnige zijde leek men door de krachttermen heen te zitten om deze toestand te verwoorden. Tot dan toe werd alle geschut gericht op de kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders en de katholieke personaliteiten en verenigingen. Nu kwam Boudewijn, en in het verlengde daarvan het hele koninklijk instituut, in de vrijzinnige vuurlinie te liggen. Een veertig jaar lang opgebouwd vertrouwen lag in scherven. De communicatiemedewerkers van de vrijzinnige verenigingen leken wel in overdrive te gaan. Ook kersvers HV-voorzitter Loccufier kon voor een keertje niet lachen. Het Humanistisch Vrijzinnig Vormingswerk, een spin-off van het Humanistisch Verbond, riep op tot troonsafstand: Boudewijn had zich immers als halve CVP-er geuit. Of nog erger: als aanhanger van het Davidsfonds, dat bij monde van voorzitter Lieven van Gerven regelrechte beledigingen aan het adres van de vrijzinnigen had geuit. De Unie Vrijzinnige Verenigingen meende dat de vorst, Tindemans-gewijs, de Grondwet als een vodje papier had beschouwd. Haar Franstalige tegenhanger, het Centre d’Action laïque, liet meteen weten haar kat te zullen sturen naar de gepland koninklijk jubileum. De Oudstudentenbond van de VUB dreigde ermee Boudewijns erelidmaatschap in te trekken – wat echter niet kon gebeuren omdat de koning helemaal geen OSB-erelid bleek te zijn. En zo had zowat iedere vrijzinnige vereniging, gaande van het August Vermeylenfonds en het Willemsfonds tot de HVV-afdeling van Langemark-Poelkapelle, een mening over het koninklijk manoeuvre. 

Zette dit veel zoden aan de dijk? Enkele weken later was het voor alle betrokken partijen weer business as usual. Boudewijn was in zijn functies hersteld, Wilfried Martens zag voor een keertje zijn regering overeind blijven en de vrijzinnigen gingen over tot de quasi-heiligverklaring van Lucienne Herman-Michielsens, die in 1991 de Prijs Vrijzinnig Humanisme mocht ontvangen. 

Door het plotse overlijden van Boudewijn in de zomer van 1993, en de collectieve zinsverbijstering  die daarop volgde, leek de mini-Koningskwestie herleid te zijn tot een voetnoot in de Belgische politieke geschiedenis. Wat er in die bewuste dagen tussen vorst en premier werd gezegd blijft verhuld door het colloque singulier. Wat er tussen vrijzinnigen onderling werd gezegd is – meestal – minder verhuld. Er is dus hoop voor de historicus, die de zaken doortastender aanpakt dan ondergetekende. 


Jimmy Koppen


donderdag 15 januari 2015

Getuigenissen over vrijzinnig humanisme

Op zaterdag 10 mei 2014 modereerde ik het panelgesprek 'Getuigenissen over vrijzinnig humanisme', in opdracht van het Centrum voor Academische en Vrijzinnige Archieven. Het panel bestond uit (toenmalig) Minister van Werk Monica De Coninck, UGent-vicerector Freddy Mortier, 'Rode Leeuw' Lydia Deveen en Vlaams Parlementslid voor Open VLD Jean-Jacques De Gucht. Een uitvoerig fragment van deze gespreksavond is hier beneden te bekijken. Let wel: het gaat op geen enkel moment over vrijmetselarij. En dat was ook niet de bedoeling. Vrijmetselarij en vrijzinnigheid zijn twee aparte werelden, hoewel met onderlinge linken. 

Getuigenissen over Vrijzinnig Humanisme from cavavub on Vimeo.

woensdag 23 april 2014

Studentikoziteit en vrijzinnigheid aan de VUB

Het Centrum voor Academische en Vrijzinnige Archieven aan de Vrije Universiteit Brussel wordt op donderdag 8 mei formeel gelanceerd. Die avond zijn er gelegenheidstoespraken van rector Paul De Knop en deMens.nu-voorzitter Sylvain Peeters. Aansluitend modereer ik een gespreksavond met Frieda Fiers (hoofd kinderdagverblijf VUB), Mark Morhaye (directeur Vrijzinnig Limburg), Gerlant Van Berlaer (kinder- en spoedarts UZ Brussel) en Philippe Vandermeer (in de jaren '80 initiatiefnemer van talloze studentikoze activiteiten) over de verbindtenis tussen het studentenleven aan de VUB en vrijzinnig-humanistische engagementen. De toegang is gratis. Meer info via info@cavavub.be 

dinsdag 8 april 2014

Getuigenissen over vrijzinnig humanisme, 10 mei 2014

Op zaterdagavond 10 mei gaat het voor een keer niet over verkiezingen of partijprogramma's gaan, ondanks de aanwezigheid van drie politici in de sofa's. Federaal Minister van Werk Monica De Coninck, Vlaams Parlementslid en gemeenschapssenator Jean-Jacques De Gucht, emerita kunsthistorica Lydia De Pauw-Deveen en UGent Vice-rector Freddy Mortier gaan het die avond hebben over hun vrijzinnig-humanistische engagementen, en welke rol deze in hun leven en werk spelen. Organisatie van het Centrum voor Academische en Vrijzinnige Archieven, Vrije Universiteit Brussel. Het aantal plaatsen is beperkt; inschrijvingen via deze link

maandag 18 november 2013

Huis van Isis

Om de zoveel tijd duikt er op de campus van de Vrije Universiteit Brussel een pamflet of een affiche op van het Huis van Isis. Soms duurt het maanden tot een jaar vooralleer er weer iets te lezen valt. Altijd zijn de teksten anoniem. De inhoud vrij obscuur tot onbegrijpelijk. Vanochtend vond ik zo een foldertje in de berm.
Voluit gaat het om het Hermetisch Initiatiek Genootschap van het Huis van Isis, en is een VUB-studentenkring - een beetje specialer dan alle anderen. Het doet een beetje aan vrijmetselarij denken, maar het is het niet echt. Haar leden, enkel maar mannelijke studenten, kunnen alleen toetreden tot de gesloten kring wanneer zij al eerder bij een andere studentenkring werden gedoopt. Ze werken ook met graden en bouwstukken, en bij iedere bijeenkomst is iedere aanwezige verplicht om een vraag te stellen. Voor de rest zijn zij zeer mysterieus...

En schrijven ze nu en dan een dt-fout. 

 

dinsdag 11 juni 2013

Vrijmetselarij en vrijzinnigheid (2)

Sinds 1956 is Het Vrije Woord het lijfblad van het Humanistisch Verbond, vandaag de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging. De achterflap van de nummers van jaargang 1971 werd gesierd door de gestilleerde fakkel. Opmerkelijk: pas een jaar later werd dit officieel aangenomen als symbool van de vrijzinnigheid in België. Het ontwerp kwam van Gilbert Deygers, lid van het Vrijzinnig  Laïciserend Centrum van Oostende en van HV Brugge. De vlam stelt licht, hoop en vooruitgang voor; de zes zwarte figuurtjes (de 'happy human')  stellen de 'verlichte' mensheid voor, op zoek naar verdraagzaamheid, vrijheid, solidariteit en broederschap. Het symbool zal vanaf 1977 ook als hoofding op overlijdensberichten verschijnen en werd in 1995 juridisch erkend (je mag de gestilleerde fakkel dus niet zomaar gebruiken...). 
De redactie van Het Vrije Woord gaf, anno 1971, er nog een bijkomende betekenis aan. De fakkel kon ook gezien worden als de uiting van macht, schoonheid en wijsheid. Ofwel heeft de redactie keer op keer een tikfout gemaakt - 'macht' in plaats van 'kracht' - ofwel gebeurde dit doelbewust om toch maar enigszins de maçonnieke achtergrond van HV te verdoezelen. Maar dan op zo een manier dat iedereen meteen door zou hebben waar het in werkelijkheid om ging. De tris 'kracht, schoonheid, wijsheid' (de volgorde wil nogal eens verschillen) is immers een typisch maçonnieke spreuk. Er zijn er nog hoor, 'woorden, tekens, aanrakingen' bijvoorbeeld. 


...En het verhaal gaat verder: dit stond er in Het Vrije woord, nummer 5 van 1980:



dinsdag 23 april 2013

Recensie Voorbij het Atheïsme?





Op verzoek van de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging recenseerde ik het verzamelwerk van Jurgen Slembrouck, dat toch al anderhalf jaar geleden verscheen. Mijn recensie staat op de webpagina van H-VV (ga in de menubalk naar aanbod en vervolgens kritisch lezen). Ik neem de tekst ook hieronder op. In het hele boek komt trouwens geen enkele keer het woord 'vrijmetselarij' voor.


In 2008 werd in het Verenigd Koninkrijk de aftrap gegeven voor wat niet veel later ‘The Atheist Bus Campaign’ zou worden. Zich ergerend aan religieuze slogans op bussen werd door een Britse journaliste voldoende geld ingezameld om, gedurende een aantal weken in 2009, een paar honderd bussen te laten rondrijden met de tekst ‘There’s probably no god. Now stop worrying and enjoy your life.’ De campagne kreeg navolging in andere landen, zoals de Verenigde Staten en Italië, maar niet onmiddellijk in België. Omdat De Lijn geen levensbeschouwelijke slogans toelaat op haar bussen, kon er van Vlaamse variant geen sprake zijn. Wel werd de slogan ‘Er is waarschijnlijk geen god. Durf te denken en geniet van het leven’ aangewend voor een plakactie en een website en op facebook en Twitter. De Atheïsmecampagne lijkt echter een stille dood te sterven. De facebookpagina wordt nog wel regelmatig aangevuld, maar de website – www.erisgeengod.be – bestaat niet langer. 
Het voorliggend boek Voorbij het atheïsme, onder redactie van moreel consulent en auteur Jurgen Slembrouck, is nog volledig in de lijn van de Atheïsmecampagne. Dit is niet alleen op te merken aan cover en layout van dit verzamelwerk. De tien bijdragen, samengebracht door de Vrijzinnige Dienst van de Universiteit Antwerpen, staan stil bij het maatschappelijk belang van atheïsme in de hedendaagse samenleving. In zekere mate zou de Atheïsmecampagne als een uiting van ‘new atheism’ kunnen worden beschouwd. In navolging van de oorspronkelijke Britse campagne pleitten onder meer Richard Dawkins en Christopher Hitchens voor een militanter atheïsme, dat zich strijdvaardig diende op te stellen tegen alle vormen van geloof. Op het continent sluit Herman Philipse zich hierbij aan. In de kern wil ‘new atheism’ de muren slopen tussen wetenschappelijke kennis en religie. De stelling, dat beiden op hun eigen domein actief zijn en waarbij zij elkaar in hun eigen waardigheid laten, is niet langer houdbaar. De wetenschapper heeft bijgevolg de opdracht om de godshypothese te bestrijden. Het is immers via de wetenschappelijke methode dat inzicht in de werkelijkheid kan worden verschaft. Omgekeerd geldt ook: vanuit religieuze invalshoek ligt de wetenschap – en in het verlengde daarvan de hele lekensamenleving – al langer onder druk. In welke mate de globalisering van informatieoverdracht hierin een rol speelt is voer voor discussie.
In werkelijkheid is er maar weinig ‘nieuw’ aan ‘new atheism’. In zekere mate wordt daarmee teruggekeerd naar de wortels waarbij het in acht nemen van ‘god’ per definitie het wetenschappelijk discours doet verlaten. Dat is een van de conclusies die Jef Van Bellingen maakt in zijn bijdrage over de geschiedenis van het atheïsme. Het artikel maakt duidelijk dat atheïsme, vanuit historisch en wijsgerig oogpunt, moet worden bekeken als een reactie op religieuze praktijken, waarbij het godsprincipe op zich nog niet onmiddellijk wordt verworpen. Dat zal pas vanaf de 16e eeuw gebeuren, en geraakt niet toevallig in stroomversnelling dank zij de ontwikkeling van wetenschappelijke onderzoeksmethoden en kennis. Maar toch is het geen sinecure om aan de grote denkers en wetenschappers uit die tijd het label van atheïst toe te kennen. Spinoza bijvoorbeeld. Uit het artikel van Tinneke Beeckman – die zich trouwens de laatste tijd tot grote Spinoza-specialiste heeft laten kennen – blijkt dat de man in zijn eigen tijd als een gevaarlijk atheïst werd beschouwd. Naar actuele maatstaven zouden we Spinoza eerder als een ‘atheïstisch doetje’ kunnen beschouwen, maar die wel zijn schouders onder de prinicipes van het vrije denken plaatste. Jean Paul Van Bendegem vervolgt met zijn eigen filosofische en intellectuele beschouwingen, en daarmee eerder een patchwork van gedachten en woordspelingen aflevert dan een echt omlijnd en onderbouwd artikel. Het contrast met de bijlage van Ludo Abicht kan niet groter zijn. Abicht tracht het atheïsme wijsgerig en historisch te verklaren aan de hand van de heftige reactie van zowel kerkelijk als burgerlijk gezag tegen de Verlichting. Zodoende hadden zelfs de gematigde aanhangers van de Verlichting weinig andere keuze dan zich antiklerikaal op te stellen. Drie eeuwen later heeft de Westeuropese samenleving – in se gelaïciseerd – de opdracht doeltreffende antwoorden op levensvragen te vinden nu de godsdiensten daar niet meer in slagen zonder dat hierbij agressie wordt aangewend. Kortom, een positief atheïsme – en daaruit volgend een spiritueel atheïsme of een atheïstische spiritualiteit – kan een oplossing bieden. Agressie en geweld vanuit religieuze motivatie worden door Paul Cliteur vervolgens aangesneden. De auteur van dit artikel stelt zich vooral de vraag in welke mate religieus extremisme en terrorisme louter door godsdienstbeleving kunnen worden begrepen. Ook hiertegen kan een strijdvaardig atheïsme weerwerk bieden, aldus Dirk Verhofstadt. ‘Omdat god bestaat is alles toegestaan,’ schreef Dostojevski al. Dit godsbesef is echter gebaseerd op misvattingen en gebrek aan historiciteit. In combinatie met ongelukkige en soms misdadige handelingen van individuen en instituten, gebaseerd op christelijke of islamitsche wereldvisies, is ook een verdere inperking van de rechten van homoseksuelen, vrouwen en religieuze minderheden in de komende tijd te verwachten. Verhofstadt citeert hierbij Michel Onfray, Nahed Selim en Michelle Goldberg. De auteur pleit voor een herwaardering van de neutrale rol van de overheid, van de vrijheid van meningsuiting en het inperken van instellingen die zichzelf op moreel vlak boven de wet stellen. Patrick Loobuyck vult aan dat niet zomaar alle religies en ideologieën in een seculiere samenleving moeten worden getolereerd. Religie moet op de eerste plaats voor zichzelf de godsdienstvrijheid erkennen en de ruimte laten voor intern debat, alsook de staatkundige principes, gebaseerd op vrijheid en gelijkheid, erkennen. De atheïst moet intelligent met deze uitdagingen omgaan.
Samengevat kan dit verzamelwerk als interessante en erudiete lectuur over atheïsme worden beschouwd. De opbouw is jammer genoeg niet altijd even logisch: zo loopt het artikel van Bart Coenen en Joachim Pas over de Atheïsmecampagne een beetje verloren, en biedt het afsluitend verslag van de voordracht van Herman Philipse in Antwerpen in maart 2011 geen meerwaarde. Het boek mist eigenlijk ook wel een algemene probleemstelling. Het is daarom niet altijd duidelijk wat het verzamelwerk precies wil aantonen, behalve dan dat atheïsme op verschillende manieren kan worden benaderd. De lezer wel komt tot inzicht dat het atheïsme, zoals het hier wordt gepresenteerd, voor een hele reeks van kansen en uitdagingen staat. Wat nu precies het verschil of de gelijkenis met het vrijzinnig-humanisme is wordt niet toegelicht. De nadruk ligt ook iets te veel op ‘atheïsme’, ook in de woordkeuze, waardoor ‘humanisme’ niet echt aan bod komt. In welke mate bijvoorbeeld de georganiseerde vrijzinnigheid in dit land een bijdrage kan leveren aan het ‘nieuw atheïsme’ blijft ook in het ongewisse. En is dat trouwens opportuun of realistisch?


Jurgen Slembrouck (red.). Voorbij het atheïsme? Over de relatie tussen atheïsme en humanisme. Antwerpen, UPA,2011, 187 p, € 17,00. Onder meer te bestellen bij ASP
Met bijdragen van Jurgen Slembrouck, Jef Van Bellingen, Tinneke Beeckman, Bart Coenen en Joachim Pas, Jean Paul Van Bendegem, Ludo Abicht, Paul Cliteur, Dirk Verhofstadt, Patrick Loobuyck en Herman Philipse. 

donderdag 18 april 2013

Omschrijving van vrijmetselarij in 1981

In 1981 verscheen onderstaande tekst in nummer 8 van het intussen al lang vergeten tijdschrift Dwarsligger, dat als bijlage verscheen bij Het Vrije Woord, maandblad van het Humanistisch Verbond. In dit nummer werd het verschil tussen vrijzinnigheid (wat vandaag correcter vrijzinnig humanisme wordt genoemd), vrijdenkerij (met de nadruk op 19e- en 20e-eeuws antiklerikalisme) en vrijmetselarij uitgelegd. Wat dit laatste thema betrof trachte de (anonieme) auteur een bijwijlen nogal zweverig beeld van de maçonnerie te schetsen. Daarbij werd er vertrokken van de verkeerde veronderstelling dat er een mooie lijn te trekken was van de middeleeuwse operatieve 'metselaars' en de hedendaagse speculatieve 'vrij'metselaars. Wel maakt de auteur de terechte opmerking dat de link tussen vrijmetselarij en vrijzinnigheid niet zomaar mag worden gemaakt, hoewel de vrijmetselarij 'in ons land in de eerste plaats onder de vrijzinnigen en de vrije denkers wordt gerecruteerd'. Verder schrijft hij dat 'de band tussen vrijmetselarij en vrijzinnigen is uitgegroeid tot een nieuwe inhoudgevende, omvattende factor.' Aan het slot krijg je als lezer echter de indruk dat de vrijzinnigen zich beter tot de vrijmetselarij, het laboratorium van progressieve ideeën, zouden kunnen wenden, van zodra ze hun 'schuwheid' ten aanzien van ritualen en symbolen aan de kant zouden schuiven. Had de auteur maar een meer duidelijke tekst geschreven, dan zou je als geïnteresseerde vrijzinnige anno 1981 misschien wel geweten hebben wat nu de meerwaarde van vrijmetselarij was.  
 



 

dinsdag 9 april 2013

Erfgoeddag 21 april

Op zondag 21 april wordt in heel Vlaanderen en Brussel Erfgoeddag gehouden, waarbij tal van musea, cultuurhuizen en erfgoedinstellingen opendeur hebben of gelegenheidsevenementen organiseren. Het thema van dit jaar is Stop de Tijd.
Het Vrijzinnig Studie-, Archief- en Documentatiecentrum 'Karel Cuypers' - werkgever van ondergetekende - neemt deel aan twee activiteiten. In de voormiddag vertrekt er om 10u een geleide wandeling doorheen Brussel centrum op zoek naar sporen van vrijzinnigheid en vrijmetselarij. Daarbij vormt de Verhaegenstoet - de gekende/beruchte/geliefde 'St-Vé'-optocht langs de Zavel van 20 november - de leidraad en inspiratiebron. In tegenstelling tot wat in de brochure staat aangekondigd gaat de wandeling niet beëindigd worden aan het AMVB op de Arduinkaai, maar aan het Belgisch Museum van de Vrijmetselarij aan de Lakensestraat. Belangstellenden kunnen dan aansluitend een bezoek brengen aan het museum en/of Jiri Pragmans maçonnieke boekenbeurs bezoeken, waarover ik al eerder poste. Deelname is gratis, en u krijgt er ondergetekende als gids helemaal bij. Inschrijving verplicht via info@vsad.be of op 02 629 11 48.

Intussen opent in het Karel Cuypershuis in Antwerpen (in de Lange Leemstraat 57) de gelegenheidstentoonstelling De Roeping van de Mens is Mens te zijn, waarin de grote momenten in de geschiedenis van het vrije denken en het georganiseerd vrijzinnig-humanisme in Vlaanderen worden overlopen. De tentoonstelling is een organisatie van de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging (HVV), met inhoudelijke samenwerking van VSAD.
Later die namiddag zal ik er het project Een vrijzinnig-humanistisch cultureel erfgoedforum voor Vlaanderen, dat VSAD met steun van de Vlaamse Gemeenschap zal uitvoeren, aan het publiek voorstellen. Voor wie zo lang niet kan wachten kan er om 11u gaan luisteren naar Jef Asselbergh, zittend Grootmeester van het Grootoosten van België, die een uiteenzetting zal geven over de maçonnieke wortels van HVV, toen dat nog gewoon het Humanistisch Verbond heette. Jaren geleden heeft Jan Fransen, met wie ik nog lang hetzelfde bureau op de VUB heb gedeeld, daar zijn eindverhandeling over gemaakt. De gereduceerde versie verscheen in 1998 in het Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis (hier te downloaden). Volgens mij zal de uiteenzetting van Asselbergh, die ik enige tijd geleden een zeer erudiet en zeer uitgebalanceerd exposé hoorde geven in de RGLB-onderzoeksloge van Ars Macionica, bijzonder interessant zijn.
 

vrijdag 1 maart 2013

Vrijmetselarij en vrijzinnigheid

Niet zelden worden vrijmetselarij en vrijzinnigheid aan elkaar gekoppeld en zelfs gelijkgesteld. Dat er van beide termen geen echte volledige en waterdichte definitie bestaat kan hiertoe bijdragen. Toevallig stootte ik op een krantenknipsel uit De Morgen van 21 december 1992, waarin Herman Van Rompuy - vandaag President van de Europese Raad, toen voorzitter van de CVP - eveneens die connectie maakt.
 

dinsdag 12 februari 2013

Frans Storms (1925-2013)

Op 26 januari 2013 overleed Frans Storms op 88-jarige leeftijd. Storms was, om het met de woorden van archivaris Ward Adriaens van de Kazerne Dossin te zeggen, een van die mannen aan wie wij allemaal de vrijheid te danken hebben. Storms was nog een tiener toen hij zich, zoals 11.000 anderen, aansloot bij de partizanen en in gewapend verzet tegen de nazi-bezetting ging. Zo liet Storms het rangeerstation van Mechelen de lucht in vliegen, waardoor de Duitse transporten voortaan via Schaarbeek moesten verlopen, wat een aanzienlijke vertraging inhield. Ook een fabriek waar turbines voor duikboten werden gemaakt werd tot ontploffing gebracht. Er stond een prijs op zijn hoofd, maar Storms overleefde de oorlog. Later werd een van de bekendste verzetsstrijders van België onder meer chauffeur van VUB-voorzitter Walter De Brock. Zijn palmares waren indrukwekkend: naast kapitein van het Partizanleger was hij ook voorzitter van het Onafhankelijkheidsfront Mechelen, lid van 8 Mei Comité Mechelen, lid van de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging en aangesloten bij de Mechelse GOB-werkplaats Kentering.
Er is een herdenkingsplechtigheid op zondag 17 februari, om 9u30, in Koninklijk Atheneum Pitzemburg, Bruul 129 in Mechelen. Een uitvaart is er niet; zijn lichaam is geschonken aan de VUB.
 
 

maandag 21 januari 2013

Interview in De Toorts

De Toorts, het driemaandelijks tijdschrift van Vrijzinnig Vilvoorde, heeft in haar januarinummer een interview opgenomen met ondergetekende. Via de website kan het hele nummer worden gedownload, waarin ook een paar fragmenten uit de recente Verhaegen-brochure worden opgenomen.



 

woensdag 19 december 2012

nieuwe publicatie: Verhaegen-brochure

Vanaf vandaag is de brochure Pierre-Théodore Verhaegen, 1862-2012 verkrijgbaar, geschreven door ondergetekende en gebaseerd op eerdere publicaties en onderzoek. In 40 pagina's worden leven, werk en betekenis van de père-fondateur van de Université Libre de Bruxelles voor vrijmetselarij, vrijzinnigheid en liberalisme kort voorgesteld. De brochure is er gekomen op initiatief van het Vrijzinnig Studie-, Archief- en Documentatiecentrum 'Karel Cuypers' en het Universiteitsarchief van de VUB, in samenwerking met Studiekring Vrij Onderzoek. Op 8 december was het immers 150 jaar geleden dat Verhaegen overleed en het leek wel een geschikt moment om even terug te blikken. Het doelpubliek is op de eerste plaats de VUB-student en -sympathisant, en iedereen die meer wil weten over de politicus die uitdrukkelijk verbood dat een priester aan zijn sterfbed verscheen. De brochure is op het Universiteitsarchief op te halen voor 1 symbolische euro maar kan ook per post worden opgestuurd. Bestellingen en meer info op info@vsad.be.

vrijdag 23 november 2012

Visies op vrijmetselarij in de jaren 1980

Robert Dille, medeoprichter van het Humanistisch Verbond en de Unie van Vrijzinnige Verenigingen, die hij trouwens tussen 1972 en 1981 voorzat, schreef begin jaren '80 een geschiedenis van de vrijzinnigheid in Vlaanderen, die in het eerder obscure blaadje 't HaVeetje - maandblad van HV-Mortsel - verscheen. Aan het einde van de vierdelige reeks (verschenen tussen oktober 1982 en januari 1983) ging Dille kort in op de actuele toestand van de vrijmetselarij. Zelf was hij er ongetwijfeld bijzonder goed van op de hoogte: schooldirecteur Dille, geaffilieerd aan de Antwerpse werkplaats Marnix van Sint Aldegonde, leidde het Grootoosten van België in de tweede helft van de jaren 1960 als Grootmeester. Hij nam ook het initiatief om in de schoot van het GOB het Centre de Documentation Maçonniek (CEDOM-MADOC) op te richten. In Dille's overzicht (jg.5, 1983, nr.1, pp.10-11) lezen we:
 
"Een overzicht over de stand van zaken van de vrijzinnigheid zou niet volledig zijn, wanneer met geen woord zou worden gerept over betekenis en invloed, plaats en geestesgesteldheid van de vrijmetselarij in ons land, inzonderheid het Vlaamse landsgedeelte. Nu is het geen gemakkelijke opgave, aangezien de Orde van Vrijmetselaren - met haar discretie als gedragsregel voor ogen - geen 'officiële' publicaties bestemd voor het grote publiek vrijgeeft. Wel beschikken we over twee belangrijke werken, die niet zo lang geleden verschenen en die beide de twee grote stromingen behandleen die de Belgische vrijmetselarij kenmerken: een majoritaire en een minoritaire: het werk van een Werkgroep Vrijmetselaars in Vlaanderen, uitgegeven door Elsevier "Progressieve Vrijmetselarij" en het werk van pater Dierickx, de "Vrijmetselarij" de grote onbekende.
In globo blijkt daaruit dat men gerust kan stellen:
1. Dat het GOB, als zelfstandige maçonnieke grootmacht opgericht na de onafhankelijkheidsverklaring, van bij het begin een belangrijke rol heeft gespeeld in ons maatschappelijk leven;
2. Dat de vrijmetselarij in wezen een pluralistische instelling is;
3. Dat de vijandige houding van de Kerk t.o.v. de vrijmetselarij, dedze laatste heeft toegelatne de juiste maat te nemen vanhet onverdraagzaam en arrogant fanatisme van de Kerk. De heftigheid waarmee het Vatikaaan tegen de maçonnerie te keer is gegaan, de accenten die het in zijn diverse schakeringen van vervloekingen wist te leggen, het verbaal geweld dat daarmede gepaard ging, zijn door niemand overtroffen! Geen wonder dus dat de Belgische  vrijmetselarij - waaraan de toegang door de Kerk aan alle gelovigen op straffe van hellebrand strikt verboden - een duidelijk antiklerikaal en vrijzinnig cachet krijgt. En deze karaktertrek heeft zij behouden althans wat het GOB betreft. Haar gehechtheid aan het Vrij Onderzoek, dat zij als een credo belijdt, heeft ze van bij de aanvang duidelijk gesteld en in concreto uitgedragen door de stichting - in 1834 reeds - van de Vrije Universiteit Brussel, de 'universiteit van de Loge' zoals zij nu nog soms smalend door tegenstanders wordt genoemd.
4. De splitsing die zich in de Belgische vrijmetselarij rond de jaren 1960 heeft voltrokken was het gevolg van interne spanningen rond belangrijke filosofische stellingen, die uiteindelijk hun beslag kregen door de afscheiding van een minderheid van maçons en de oprichting van de Grootloge van België. Deze obediëntie verkoos de erkenning door de dogmatische ingestelde angelsaksische maçonnerie en het Grootoosten der Nederlanden, boven het behoud van de Belgische maçonnieke eenheid. Recente moeilijkheden in de schoot van de GLB rond dezelfde problemen hebben tot een nieuwe afscheuring aanleiding gegeven. Een en ander blijkt echter aan de hechtheid en de uitstraling van het GOB - veruit thans de belangrijkste Belgische vrijmetselaarsorganisatie - en van de gemengde DH niets te hebben gewijzigd en aan hun vrijzinnige opstelling in niets te hebben beïnvloed."
 
De standpunten van Dille, zowel naar de profane buitenwereld als wat de interne keuken betreft, zijn opvallend veel stringenter dan vandaag. Het is verder opvallend dat de generatie-Dille enerzijds haar maçonnico-antiklerikale houding onderstreept, maar anderzijds wel het boek van de jezuïet Dierickx als referentie aanhaalt. Het doet mij eraan denken dat ik een paar jaar geleden nog eens een geleide rondwandeling in de tempels van de Lakensestraat meemaakte - als toeschouwer - waarbij de gids in zijn gezegende leeftijd nog steeds dat boek als beste introductie tot de vrijmetselarij aanhaalde.

dinsdag 6 november 2012

Vrij-zinnig kerstfeest

Het is een beetje vroeg op het jaar, maar laten we het even hebben over kerstmis of winterzonnewende, een van de feestmomenten in de vrijmetselarij. Dat is het moment waarop de langste nacht aanbreekt en de dagen weer verlengen. Het licht overwint de duisternis, als het ware.
In De Scheldegeus, het ledenblad van het Vrijzinnig Ontmoetingscentrum Het Fakkeltje in Zwijndrecht, lezen wij in nr.62 (1996) volgende - hilarische - verklaring:
'Dag bomma. Waarom staan er overal stalletjes en wat is kerstmis, en waarom staat er onder onze kerstboom geen stalletje en bij mijn vriendinnetjes wel?' - 'Lieve schatten, mag ik even nadenken hoe ik jullie dat verstaanbaar kan uit leggen. Om te beginnen onze aarde draait rond. Rond de zon daarom wordt het licht en donker of dag en nacht. Maar we draaien een beetje schuin rond (vraag maar eens aan de meester of de juf om dat te tonen in de aardrijkskundeles met een wereldbol) en daardoor hebben we de vier seizoenen lente, zomer, herfst en winter. Wel in de winter komen we het dichtst bij het noorden. Daarom zijn de dagen kort en de nachten lang. Als je in de zomer om acht uur gaat slapen, dan pruttel je wel eens tegen, nog veel te licht zeg je dan, maar in de winter als je van school thuis komt dan moet je het licht aansteken om uw huiswerk te maken en dan is het nog maar vijf uur. Nu zijn er landen in het noorden Finland, Lapland waar de eskimo's leven, daar blijft het soms dag en nacht donker, raar hé. Wel nu, rond 25 december worden de dagen terug langer, dat wil zeggen dat het 's avonds elke dag een paar minuten langer licht blijft. Dat merk je natuurlijk niet direct maar na een week of drie valt dat wel op hoor. En zo vierden de mensen vele jaren geleden feest omdat de zon langer scheen en dus langer licht bleef. Dat feest heeft nog altijd in Zweden, Noorwegen, Denemarken, Finland, Lapland en nog vele andere landen "Zonnewende" of het feest van het licht en dat vierezn wij ook met een vredes- of lichtboom. Vele jaren later kwamen de christenen en die zeiden dat het kindje dat op 25 december in een stal in Betlehem (Israël) geboren is het licht bracht. De christenen noemden die dag kerstmis en zij hadden vroeger zoveel invloed op de mensen dat men het nu nog alle jaren viert. Maar wij geloven daar niet in en daarom staat er onder jullie vredesboom geen stalletje en proberen wij het "Zonnewende" of lichtfeest te noemen zoals de meeste mensen in het hoge noorden. Lieve schatten een lange en misschien toch nog wat moeilijke uitleg voor jullie, maar misschien wilt jullie juf of meester mij wel even helpen met wat didactisch materiaal om het nog wat duidelijker te maken. Dat je nog vele Zonnewendes mag vieren in vredevolle sfeer.'

dinsdag 17 januari 2012

Rik Van Aerschot (1928-2012)

Op 15 januari overleed Rik Van Aerschot; het nieuws is zopas bekend gemaakt. Generaties VUB-studenten kennen Van Aerschot als de 'eeuwige' Voorzitter van de Raad van Bestuur, de man die samen met de Rector en de Algemeen Directeur de leiding van de universiteit op zich nam. Maar in werkelijkheid was hij 'maar' 12 jaar in die functie, van 1990 tot 2002. Onvergetelijk waren zijn optredens op het jaarlijks Vrijzinnig Zangfeest, waar hij voor een bomvolle zaal met joelende studenten in klak en t-shirt met dubbelzinnig opschrift op het podium verscheen. Het duet met rector Els Witte tijdens de editie van 1997 ('Er is een gat in de begroting dear Elsie, dear Elsie' / 'Tis de schuld van den Dillemans dear Henri, dear Henri')! Wie daar trouwens een geluidsopname van heeft mag mij die altijd bezorgen. En dan het jaar daarna, toen hij als volleerd zaalopwarmer diezelfde Witte vanuit de coulissen op het podium riep. Dat was trouwens de enige keer in mijn hele tijd aan de VUB dat ik Els Witte echt gegêneerd heb gezien. Niet veel later, onmiddellijk na mijn afstuderen, zou ze mijn promotor en directe baas worden. 
Van Aerschot was jurist, maar voor het grote publiek de man achter prins Laurent. Maar ook dat was geen eeuwig gegeven: pas in 1993 zouden elkaar voor het eerst ontmoeten. Als adviseur trad Van Aerschot soms op het voorplan om de prins te verdedigen, wanneer de publieke opinie of de pers hem weer in het vizier had. Overtuigd vrijzinnig was hij ook enige tijd voorzitter van het Humanistisch Verbond - het leek soms alsof de man van elke vereniging of organisatie waar hij zich aansloot voorzitter of afgevaardigd beheerder was. 
Van Aerschot was ten slotte ook vrijmetselaar, Grootmeester van de Grootloge van België in de jaren '80, min of meer op hetzelfde ogenblik als VUB-rector Sylvain Loccufier, die op dezelfde verdieping in gebouw M kantoor hield, Grootmeester van het Grootoosten van België was. Zodoende is een van de hardnekkige verhalen rond prins Laurent diens logelidmaatschap, uiteraard onder invloed van mentor en vriend Van Aerschot. Echt aannemelijk is dit niet, maar probeer het tegendeel eens te bewijzen. Weinig geweten is dat Van Aerschot mede ook aan de basis lag van Lithos Confederatie van Loges, opgericht in 2006.
Enkele jaren geleden gaf Mark Heirman een uiteenzetting in het Vrijzinnig Ontmoetingscentrum van Vilvoorde over diens boek Het Opus Dei en de Loge. De zaal zat vol. Heirman sprak bijzonder bevlogen over het Opus Dei en de waarden van de democratie, maar veel minder over de vrijmetselarij, waar hij duidelijk minder in thuis was. Rik Van Aerschot zat op de rij voor mij. Achteraf stond hij met een aantal mensen in een hoekje van de ruimte na te praten, op gedempte toon. "Hij snapt er niets van" hoorde ik een van hen zeggen. 
Het overlijden van Rik Van Aerschot is ongetwijfeld een groot verlies voor zowel de vrijmetselarij, de vrijzinnigheid als de Vrije Universiteit Brussel en  hij was de illustratie van een vervlogen tijd waarin deze drie entiteiten in elkaar vervlochten waren. 


Toegevoegd zijn hier enkele links over Rik Van Aerschot en prins Laurent.





Een man, een woord
Trouw aan zichzelf is afgereisd naar het Eeuwig Oosten
em. prof. dr Rik Van Aerschot
Echtgenoot van Angelina Droeshout
Scherpenheuvel 18-10-1928 ~ Liedekerke 15-1-2012
Jan Van Aerschot
zijn zoon
Ariane & Tom Carlier - Van Heddegem
Reggy & Elke Carlier - van Koppen
zijn stiefkinderen
Begroeting: 22-1-2012, 15-17u,
funerarium, Populierenlaan, Liedekerke
Crematie: 23-1-2012, 13u, crematorium Lochristi
Dit bericht geldt als enige kennisgeving
Rouwadres: Heuvelkouterweg 32, 1770 Liedekerke