Alles over vrijmetselarij en genootschappen: geschiedenis, reviews, weblinks.

vrijdag 20 september 2013

Recensie: Atheïstische spiritualiteit

Het afgelopen jaar is er vernieuwde interesse voor het werk van de Gentse moraalfilosoof Leo Apostel (1925-1995) merkbaar. Twee van zijn ‘klassiekers’ verschenen in een nieuwe uitgave. Op initiatief van de Gentse maçonnieke werkplaats De Ruwe Kassei (Grootoosten van Luxemburg) verscheen Vrijmetselarij. Een wijsgerige benadering. Het boek uit 1992 is met stip het meest volledige en diepgravende werk dat over het genootschap in het Nederlands taalgebied is verschenen, en heeft twee decennia later niet veel van zijn belang ingeboet.
De andere heruitgave is het postuum verschenen Atheïstischespiritualiteit. Apostel had in de laatste jaren van zijn leven een viertal teksten over atheïstische religiositeit of spiritualiteit – de wetenschapper gebruikte de beide termen al eens door elkaar – geschreven en soms gepubliceerd. Onder meer Peter Schmidt, Jan H. Mysjkin en Diderik Batens redigeerden deze teksten in 1997, pasten ze aan, corrigeerden ze waar nodig en maakten ze klaar voor publicatie. De oorspronkelijke editie verscheen in 1998 bij VUBPRESS met een voorwoord van Batens. Het boek kende enkele maanden later een tweede druk, maar verdween dan uit de catalogus van de uitgeverij, hoewel de belangstelling voor dit werk zeker is blijven bestaan. De herdruk in februari 2013 van een nagenoeg ongewijzigd boek – zelfs de gebruikelijke typografie en lay-out van VUBPRESS is behouden gebleven – bij Academic and Scientific Publishers is een lovenswaardig initiatief.
Atheïstische spiritualiteit is echter geen ‘gemakkelijk’ boek. Het is een erudiet en doorwrochte intellectueel werk van één van Vlaanderens grootste filosofen. Samen met Jaap Kruithof en Leopold Flam vormde Apostel een soort van atheïstisch triumviraat, waarbij de essenties van het vrijzinnig humanisme steeds de leidraden van wetenschappelijk en maatschappelijk engagement vormden. Vanuit dat vertrekpunt lijkt ‘spiritualiteit’ in tegenspraak te zijn met ‘atheïsme’. Apostel mocht de tegenkanting zelf ondervinden toen in 1981 een eerste tekst verscheen over mysticisme, ritueel en atheïsme. Sommige vrijzinnigen beweerden dat Apostel een verkapte gelovige was geworden, en dit soort aantijgingen leken bevestigd te worden toen priester Peter Schmidt het woord nam op Apostels begrafenis. Spiritualiteit en religiositeit hebben echter niet noodzakelijk uitstaans met een godsbeginsel. Apostel liet er geen twijfel over bestaan: god kan onmogelijk bestaan. Dit nam echter niet weg dat de atheïst een spiritueel besef kon kennen, inclusief de interesse voor (zen- en yoga)meditatie. Zo een spiritueel of religieus besef of ervaring bestond voor Apostel uit een individuele, emotionele en intellectuele betrokkenheid, die het individu en de vatbare wereld oversteeg.
Precies omdat het godsbeginsel ontbrak was de niet-theïstische spiritualiteit voor Apostel van grotere authenticiteit. Het gebrek aan het institutionele hield wel het risico in dat de ‘ongelovige’ kon verglijden in hedonisme of andere vormen die eerder bij new age aanleunden. Apostel maakte trouwens terecht een onderscheid tussen religiositeit en godsdienst. Om de zaken verder te compliceren wees Apostel er ook op dat de mystiek van het boeddhisme en het jainisme vol goddelijke personages zit, maar dat deze mystiek op zich nooit als ‘goddelijk’ werd geïnterpreteerd. Apostel was trouwens niet de enige of de eerste die religiositeit, spiritualiteit en mystiek in een atheïstisch kader plaatste. Van Pseudo-Dionysius tot Erich Fromm en Walt Whitman werd spiritualiteit als persoonlijk en niet-godgebonden beschouwd.
Kortom, om tot een volwaardige spiritualiteit of religiositeit te komen diende het individu ten volle het atheïsme aan te hangen. Zo werd per definitie al het bovennatuurlijke, en andere elementen die een volwaardige spirituele ontwikkeling zouden belemmeren, uitgesloten. Het was voor Apostel daarom ook belangrijk dat het agnosticisme werd verworpen en dat het individu erkende dat bewering van ‘god bestaat’ zinloos, tegenstrijdig, feitelijk onwaar of zeer onwaarschijnlijk was.
Godsdienst van haar kant droeg voldoende contracties in zich om haar te verwerpen: wie als godsdienstige toetrad tot een kerk of gemeenschap bracht zichzelf tot verstarring en dogmatiek; wie buiten de kerk of gemeenschap bleef was asociaal of vervormde zichzelf tot opstandeling. Maar ook het niet-godsdienstige, het atheïsme, kwam met dezelfde dualiteit in contact. Het atheïsme verwierp godsdienst op zo een wijze, dat zijzelf tot godsdienst werd, de verwerping van dogma’s werd een dogma en het ongeschikt zijn van elk geloof werd een geloof op zich.
Deze, en vele andere kritische en gefundeerde bemerkingen geven de lezer meer dan voldoende stof tot nadenken. Toch zou zowel dit boek als de filosofische nalatenschap van Leo Apostel beter gediend zijn geweest met een echte actualisering. Misschien dat een aangevulde heruitgave, met bijvoorbeeld kritische commentaren van Ronald Commers of Wim van Moer – die recent zijn doctoraat over atheïstische religiositeit bij Amsterdam University Press publiceerde – Apostels Atheïstische spiritualiteit op een hoger en actueler niveau zou hebben getild.


Leo Apostel. Atheïstische spiritualiteit. Brussel, ASP, 2013, 215 p.

ISBN 978 90 5718 150 4, € 22,50.

Deze recensie werd geschreven voor de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging en bevindt zich ook op haar website.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten