In 1981 verscheen onderstaande tekst in nummer 8 van het intussen al lang vergeten tijdschrift Dwarsligger, dat als bijlage verscheen bij Het Vrije Woord, maandblad van het Humanistisch Verbond. In dit nummer werd het verschil tussen vrijzinnigheid (wat vandaag correcter vrijzinnig humanisme wordt genoemd), vrijdenkerij (met de nadruk op 19e- en 20e-eeuws antiklerikalisme) en vrijmetselarij uitgelegd. Wat dit laatste thema betrof trachte de (anonieme) auteur een bijwijlen nogal zweverig beeld van de maçonnerie te schetsen. Daarbij werd er vertrokken van de verkeerde veronderstelling dat er een mooie lijn te trekken was van de middeleeuwse operatieve 'metselaars' en de hedendaagse speculatieve 'vrij'metselaars. Wel maakt de auteur de terechte opmerking dat de link tussen vrijmetselarij en vrijzinnigheid niet zomaar mag worden gemaakt, hoewel de vrijmetselarij 'in ons land in de eerste plaats onder de vrijzinnigen en de vrije denkers wordt gerecruteerd'. Verder schrijft hij dat 'de band tussen vrijmetselarij en vrijzinnigen is uitgegroeid tot een nieuwe inhoudgevende, omvattende factor.' Aan het slot krijg je als lezer echter de indruk dat de vrijzinnigen zich beter tot de vrijmetselarij, het laboratorium van progressieve ideeën, zouden kunnen wenden, van zodra ze hun 'schuwheid' ten aanzien van ritualen en symbolen aan de kant zouden schuiven. Had de auteur maar een meer duidelijke tekst geschreven, dan zou je als geïnteresseerde vrijzinnige anno 1981 misschien wel geweten hebben wat nu de meerwaarde van vrijmetselarij was.
Alles over vrijmetselarij en genootschappen: geschiedenis, reviews, weblinks.
Posts tonen met het label ontstaansgeschiedenis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ontstaansgeschiedenis. Alle posts tonen
donderdag 18 april 2013
woensdag 10 april 2013
Symposium 25 mei: Verborgen religies
De Nederlandse uitgeverij AnkhHermes specialiseert zich in publicaties over spiritualiteit, esoterie en alternatieve levenswijzen. Ze organiseert op zaterdag 25 mei het symposium Verborgen religies - Een reis in beelden. Vertrekpunt van de bijeenkomst in Amesfoort is de combinatie tussen kunst en religie vanuit drie verschillende benaderingen. Er zijn drie sprekers: Klaus-Rüdiger Mai zal het hebben over de beeldvorming rond Maria en de heidense oorsprong ervan - daar valt inderdaad het een en het ander over te vertellen. Mai heeft een aantal boeken op zijn naam staan, onder andere over het Vaticaan en Benedictus XVI, maar ook het in het Nederlands vertaalde Geheime Genootschappen. Mythe, macht en werkelijkheid. Hij heeft het daarin onder meer - en onvermijdelijk - over de vrijmetselarij. Ik loop niet warm van dit soort boeken die een zeer algemeen en Amerikaans gekleurd beeld van vrijmetselarij bieden. Vaak is de kern wel correct, maar wordt het eenvoudiger dan weer spectaculairder voorgesteld dan het eigenlijk is. De derde spreker is Jacob Slavenburg over het mystieke huwelijk tussen het aardse en het hemelse, daarbij de linken makend naar het religieuze en esoterische. Slavenburg publiceerde uitvoerig, onder andere over Helena Blavatsky, Rudolph Steiner en het beruchte Thomasevangelie. Pas echt interessant wordt het met de tweede spreker, Jean-Louis de Biasi. Deze zal het hebben over vrijmetselarij en in zijn voordracht op zoek gaan naar maçonnieke sporen in Amerikaanse steden. Op zich is daar absoluut niets verkeerds aan: er zijn nog mensen die dat doen. De summary van de Biasi's uitzetting voor Amesfoort doet mij ernstig twijfelen aan zijn geloofwaardigheid, altans op historiografisch vlak. Wanneer hij de vrijmetselarij voorstelt als 'daterend uit het oude Egypte en Rome' en 'voortkomend uit de oude westerse mysteriegodsdiensten' kenmerkt de Biasi zichzelf als een typisch product van een achterhaalde Angelsaksische benadering van de ontstaansgeschiedenis van vrijmetselarij. Bijna honderd jaar geleden werden dit soort stellingen nog in maçonnieke middens als bijzonder waarachtig geponeerd, bijvoorbeeld door H.L. Haywood.
Dit pad is al sinds Robert F. Gould verlaten, en op een paar losse flodders na is er vandaag geen enkele serieuse historicus die, vanuit zijn maçonnieke achtergrond, aan de vrijmetselarij deze ontstaansgeschiedenis zal toeschrijven. De Biasi zal vervolgens verder in gaan op de 'kosmische en symbolische blauwdruk' waarop steden zoals Washington DC ontstaan zijn. Uiteraard zijn er in het ontwerp van deze stad maçonnieke
elementen aanwezig. Daar had Steven Bullock het als plenary speaker tijdens de ICHF van 2011 uitvoerig over. We hebben niet enkel de beroemde eerste maçonnieke steenlegging van het Capitool door president George Washington, maar ook vergeten en uiterst sobere plechtigheid waarbij enkele jaren eerder op maçonnieke wijze de steen werd gelegd die de punt van ruit markeerde waarbinnen de nieuwe hoofdstad zou worden gebouwd. Maar meer moet daar niet achter worden gezocht. Het klopt dat de Amerikaanse hoofdstad volgens een bepaald patroon werd gebouwd, maar niet dat de geometrische lijnen een doelbewust esoterisch doel dienden. Laat staan dat gebouwen, die veel later werden opgetrokken, vanuit diezelfde benadering zouden zijn ontworpen. Het doet mij een beetje denken aan een uiteenzetting van - eveneens een Amerikaan - op de symposium The Expression of Freemasonry in november 2008 in Den Haag. Op een bepaald ogenblik zag desbetreffende spreker zelfs in een neo-barok altaarstuk een maçonnieke betekenis: a ja, er lag een 'geblokte vloer' voor. Of ook nog, tijdens de eerste editie van de ICHF in 2009, toen een van de sprekers het had over het maçonniek grondplan van het kerkhof van Glasgow. Iedere grafsteen met drie trapjes kreeg er al meteen een vrijmetselaarslabel. Maar goed, door deze benadering van vrijmetselarij krijgt het esoterische element al te veel gewicht ten nadele van spirituele. En dat terwijl spiritualiteit juist niet te minimaliseren is binnen de vrijmetselarij vandaag. Maar ook daarover bestaan nu te weinig degelijke studies die niet vervallen in algemeenheden of zweverigheden. Wie echt iets meer wil weten over vrijmetselarij, spiritualiteit en esoterie kan bijvoorbeeld deelnemen aan het symposium over Egyptische vrijmetselarij, op zaterdag 20 april, in de gebouwen van de Grootloge van Frankrijk in Parijs, georganiseerd door het Institut Maçonnique de France - Section Province (maar ik ben niet zeker of het ook voor niet-vrijmetselaars toegankelijk is).
Praktische info:
Symposium Verborgen Religies - Een reis in beelden.
Zaterdag 25 mei 2013 van 13u00 tot 18u00 in De Flint, Amersfoort (Stadszaal)
Toegangsprijs: € 34,95 exclusief servicekosten.
Toegangsprijs: € 34,95 exclusief servicekosten.
De voertaal is Engels (Mai en De Biasi) en Nederlands (Slavenburg)
Meer info op de website.
woensdag 7 november 2012
Gazet van Antwerpen, 3 mei 1997
In Gazet van Antwerpen van 3 mei 1997 verscheen er een artikel waarin kort het fenomeen 'vrijmetselarij' werd voorgesteld. Het is mij niet duidelijk wat de aanleiding hiertoe was. Wel klopt de historische situering langs geen kanten. Ook werd dit artikel gekoppeld aan een doorlichting van de vijf koepels - Lithos werd pas een aantal jaar later opgericht - met hun ledenaantallen. De cijfers anno 1997 waren als volgt:
- Grootoosten van België: 8.500
- Le Droit Humain: 4.000 (waarvan 70% vrouwen)
- Grootloge van België: 2.600
- Vrouwengrootloge van België: 700
- Reguliere Grootloge van België: 900
Totaal aantal vrijmetselaars onder Belgische koepels: 16.700
maandag 30 januari 2012
Schotse vrijmetselaars
De United Grand Lodge of England heeft de voorbereiding van haar 300e verjaardag al aangevat: John Hamill - noem hem maar de hoofdbibliothecaris van de UGLE - is hiervoor als verantwoordelijke aangesteld. Op 24 juni 1717 kwamen vier Londense loges immers samen in de herberg The Goose and Gridiron en werd de grootloge, onder de benaming Grand Lodge of London and Westminster, boven het doopvont gehouden. Maar hoe lang bestonden de vier stichtende leden al? Gingen hun wortels terug tot de verenigingen van bouwvakkers die in de tweede helft van de 17e eeuw het grotendeels door brand verwoeste Londen wederopbouwden? Of kwamen ze ergens anders vandaan? Hoe dan ook was geen enkele van de oorspronkelijke vrijmetselaars anno 1717 ooit effectief metselaar met stenen en mortel geweest. Bijkomend probleem: werd het principe van vrijmetselarij, zoals wij dat vandaag kennen met rituelen, symbolen, gradensystemen en inwijdingen, rond 1717 effectief in Londen op muziek gezet, of waren de Schotten eerst? In Schotland, officieel in 1707 via de Act of Union opgegaan in het Verenigd Koninkrijk, bestond er immers al zoiets als 'vrijmetselarij' al vele decennia eerder. De Schotten, vertegenwoordigd door de Grand Lodge of Scotland, beweren uiteraard dat zij de initiatiefnemers waren, en dat de Londense loges een afkooksel van het origineel moesten worden genoemd. Hoe dan ook zouden James Anderson en J.T. Desaguliers in de jaren 1720 de Engelse en Schotse wortels van de vrijmetselarij met elkaar in overeenstemming brengen. Het resultaat daarvan is te lezen in de Constituties van Anderson, eerste versie 1723 en tweede 1738.
Of de 17e-eeuwse Schotse vrijmetselarij met recht en reden zo genoemd mag worden is een vraagstuk dat academici ook bezig houdt. David Stevenson is in dat register de autoriteit. Stevenson zelf is trouwens geen vrijmetselaar, maar toonde in eerder werk al aan dat er - althans in het Schotse geval - een rechtstreekse lijn te trekken is tussen vakverenigingen en speculatieve vrijmetselaarsloges. Deze lijn bestaat niet, of is hoogst discutabel, wat de Engelse maçonnieke werkplaatsen aangaat.
Een status quaestiones van de geschiedenis naar de Schotse wortels van de vrijmetselarij werd door Stevenson in het recente nummer van het peer-reviewed (wat wil zeggen: gelezen en beoordeeld door collega-academici) vaktijdschrift Scottish Historical Review neergepend: hier te lezen.
woensdag 17 februari 2010
Canonbury Conference 2009
Onder het motto: beter laat dan nooit toch nog een kort verslag van het Londens congres van 23 en 24 oktober 2009. Dat weekend organiseerde het Canonbury Masonic Research Centre van Londen haar 11de internationale conferentie, dit jaar met als thema “The Origins of Freemasonry”. Organisator Matthew Scanlan stelde, in samenwerking met Andreas Önnerfors van de Universiteit van Sheffield, een mooi programma samen dat op vrijdagavond werd ingeluid met een vertoning van The Scottish Key, in aanwezigheid van filmmaker Tristan Bourlard, aan het University College London (UCL). Deze vooravond was een echte voltreffer: de meeste sprekers waren al aanwezig, samen met een vrij talrijk publiek, en lokte meteen een debat uit over mythes, veronderstellingen en percepties van de pre-1717-vrijmetselarij. Dit zette de toon voor de volgende twee dagen.
Zaterdagochtend mocht José Ferrer Benimeli, zeg maar de éminence grise van het maçonniek onderzoek, de spits afbijten met een keynote over de religieuze oorsprong van vrijmetselarij. Ondergetekende heeft evenwel de voormiddagsessie met vervolgens John Hamill (United Grand Lodge of England), David Harrison (University of Liverpool) en Peter Kebbell (Bristol University) in het geheel moeten missen wegens verplichtingen aan de balie beneden. Dank trouwens aan Matthew Scanlan om mij bij deze praktische taken te betrekken. In de namiddagsessie had ik wel het geluk opnieuw Margareth Jacob van de universiteit van Los Angeles te beluisteren. Ik had haar al eens op de eerste editie van de ICHF in Edinburgh gehoord wat veel indruk maakte (zie mijn blogpost hierover eerder). Ook nu weer bood Jacob een intrigerende lezing met als ietwat provocerende startquote: “Why do the origins of Freemasonry matter?” (Deed mij zo een beetje denken aan een uitspraak van sir David Attenborourgh bij aanvang van een van hem gepresenteerde natuurdocumentaire: “Does it matter that endangered species die out?” – om dan vervolgens de hele uitzending op te hangen aan het bevestigen van deze vraag.) Jacob schetste vooral het intellectueel en internationaal milieu waarin de hedendaagse vrijmetselarij in de 17e en 18e eeuw tot stand kwam. Ik kijk alvast uit naar haar komst naar Brussel in december 2010. Een ander memorabel moment werd op zondagochtend door David Stevenson, emeritus van de University of St.Andrews, gegeven. Stevenson leverde meer dan twintig jaar geleden baanbrekend werk af met zijn studie naar de oorsprong van de Schotse vrijmetselarij, tracerend naar oudere gilden. Stevenson is een zeer rustig spreker, soms wat langzaam misschien, maar die wel erin slaagt de aandacht van het publiek vast te grijpen en te houden met een bijzonder samenhangend verhaal waarin hij de maçonnieke symboliek (“Circles and straight lines: compasses and squares”) in een letterlijke context plaatste. Het was opmerkelijk stil in de zaal, waarbij de sereniteit enkel doorbroken werd door een irritante gsm met muzak-Tsjaikovsky. Het lokte bij de minzame en geconcentreerde Stevenson zowaar een dansje uit.
![]() |
| Michael Baigent en Jan Snoek (Universiteit van Heidelberg) |
![]() |
| David Stevenson, Harriet Sandvall (bibliotheek en museum van UGLE), Andrew Pink (University College London) en Martin Cherry (bibliotheek en museum UGLE) |
![]() |
| o.a. John Acaster, Andrew Prescott (University of Glasgow) en Diane Clemens (bibliotheek en museum UGLE) |
Vermeld ik volledigheidshalve nog Robert Collis, Nathalie Bayer, Andrew Prescott, Susan Sommers en Frank Albo als enkele van de andere sprekers – nogmaals: door aanwezigheid aan het onthaal en de boekenstand heb ik slechs een paar van hen kunnen beluisteren. Ongeveer een honderdtal personen waren op deze tweedaagse aanwezig, waarbij het niveau van de papers opmerkelijk hoog lag. Ik moet ook hiervoor organisator Matthew gelukwensen: het is beslist geen evidentie om zo een bijeenkomst zowel praktisch als inhoudelijk te regelen. Ik moet er ook aan toevoegen dat sprekers en toehoorders op culinair vlak goed gesoigneerd werden; toch wel opmerkelijk wetende dat we in Engeland zitten. Ik had tijdens het diner op zaterdagavond trouwens de eer en genoegen de tafel te mogen delen met onder andere Nevile Barker Cryer, 60 jaar vrijmetselaar en 60 jaar dominee. Een groot man met een erudiete kennis, aanstekelijk enthousiasme, grote liefde voor zijn vak en dito stemgeluid. Dit soort momenten maken studiedagen en congressen extra de moeite waard.
woensdag 7 januari 2009
Recensie The Scottish Key
Een van de meest gehoorde mythes en misverstanden over vrijmetselarij is het geloof in haar rechtstreekse link met de middeleeuwse kathedraalbouwers. Vanuit een louter historisch oogpunt is er geen bewijs voor deze stelling beschikbaar. In feite kan de ontstaansgeschiedenis van het genootschap enkel tot 24 juni 1717 worden teruggebracht. Die dag kwamen vier Londense 'loges' samen en werd de Grootloge opgericht. Maar zelfs over deze avond is het verslag pas jaren later opgetekend. Wat vandaag als vrijmetselarij wordt beschouwd is in grote mate toe te schrijven aan de inspanningen van Desaguliers, wetenschapper en predikant, die als Grootmeester van de jonge Grootloge het genootschap van haar middenstanderskarakter verhief tot een elitaire club. Desaguliers hield, bij wijze van spreken, de pen van James Anderson vast toen hij de Constituties schreef, waarvan de eerste editie in 1723 werd gepubliceerd. Die Constituties vormden zowel het wetboek als de historische handleiding van de vrijmetselaar. Een groot gedeelte ervan bestaan uit een 'gemaçonniseerde' bijbelgeschiedenis. Niet veel later zullen anderen, zoals de Franse Schot Ramsay, de duistere voorgeschiedenis van het genootschap koppelen aan de mythe van de tempeliers. En zo ontstaat in de loop van slechts een twintigtal jaar na 1717 een grotendeels verzonnen maçonnieke voorgeschiedenis, maar die zo geloofwaardig overkomt dat het de eeuwen kan overleven. The Scottish Key, een Belgische documentaire die in 2007 hierover werd gemaakt, heeft als doel deze mythes te ontkrachten. De film is een initiatief van ULB-doctorandus in de Filosofie François de Smet en documentairemaker Tristan Boulard. Enigszins merkwaardig is het ontbreken van de directe connectie met het Centre interdisciplinaire d'étude des religions et de la laïcité, wat toch de kern is van het onderzoek naar vrijmetselarij aan onze Franstalige zusteruniversiteit. In ieder geval laat de Smet zich zeer goed begeleiden door de commentaren van enkele internationale specialisten zoals David Stevenson, Roger Dachez, John Hamill en de onvermijdbare Andrew Prescott. De documentaire wil vooral de link van de vroege Engelse vrijmetselarij met Schotland aanhalen, waar er loges bestonden zoals Mary Chapel Lodge in Edinburgh wiens stichtingsdatum veel verder in de tijd ligt dan die van de Engelse Grootloge. Maar kan in dat geval wel van 'echte' vrijmetselarij worden gesproken? De documentaire laat het antwoord in het midden.
Het is de grote verdienste van François de Smet dat hij met The Scottish Key een wetenschappelijk onderbouwde en verantwoorde film over de beginjaren van de moderne vrijmetselarij heeft afgeleverd. Hij biedt niet echt nieuw materiaal aan - wat de documentaire vertelt is door onderzoekers al lang geweten - maar geeft wel een mooi overzicht van de stand van zaken. Grote prijzen zal de film wellicht niet verdienen: daarvoor is de stijl die Bourlard hanteert te kneuterig: ik hou bijvoorbeeld niet echt van die computeranimaties met voorbijvliegende deuren waarachter zich een volgend maçonniek 'geheim' bevindt. En ik erger mij mateloos aan de Nederlandse ondertiteling die ofwel tussen de soep en de patatten werd gemaakt ofwel door een vertaler in zijn eerste week op de hogeschool werd opgesteld. Na vijf minuten heb ik opgegeven om de tik- en vertaalfouten te tellen en heb de ondertiteling maar uitgeschakeld.
Het is de grote verdienste van François de Smet dat hij met The Scottish Key een wetenschappelijk onderbouwde en verantwoorde film over de beginjaren van de moderne vrijmetselarij heeft afgeleverd. Hij biedt niet echt nieuw materiaal aan - wat de documentaire vertelt is door onderzoekers al lang geweten - maar geeft wel een mooi overzicht van de stand van zaken. Grote prijzen zal de film wellicht niet verdienen: daarvoor is de stijl die Bourlard hanteert te kneuterig: ik hou bijvoorbeeld niet echt van die computeranimaties met voorbijvliegende deuren waarachter zich een volgend maçonniek 'geheim' bevindt. En ik erger mij mateloos aan de Nederlandse ondertiteling die ofwel tussen de soep en de patatten werd gemaakt ofwel door een vertaler in zijn eerste week op de hogeschool werd opgesteld. Na vijf minuten heb ik opgegeven om de tik- en vertaalfouten te tellen en heb de ondertiteling maar uitgeschakeld.
De DVD is te kopen in de boekhandel of via www.clefeccosaise.com .
Abonneren op:
Posts (Atom)











