De Gentse reguliere werkplaats Fides et Amor - gevestigd in de Grondwetlaan in Sint-Amandsberg - houdt morgenavond 25 juni open deur. Het evenement stond gisteren uitvoerig aangekondigd in Het Nieuwsblad. Hiermee zet Fides et Amor de trend verder die vanuit de Nederlandse reguliere vrijmetselarij is komen overwaaien. Daar zijn dit soort open deurmomenten vrij courant. In eigen land deden Mechelen en Leuven het al voor. Het illustreert de toenemende openheid waarmee vooral de reguliere vrijmetselarij in België optreedt. Het artikel eindigt vrij verrassend met zelfs het geven van het juiste adres. Ik wacht alvast het moment af waarop een grote adogmatische werkplaats - onder GOB, GLB of DH - eveneens zo een informatieavond zal inrichten.
Alles over vrijmetselarij en genootschappen: geschiedenis, reviews, weblinks.
Posts tonen met het label GLB. Alle posts tonen
Posts tonen met het label GLB. Alle posts tonen
dinsdag 24 juni 2014
maandag 16 juni 2014
Het Licht van Orion
Op donderdag 26 juni, om 19u30, wordt in het Tongerse café Au Phare de dichtbundel Het Licht van Orion voorgesteld. De auteurs ervan zijn Jo Gilissen en Pim Lakay, beiden lid van de Hasseltse GLB-werkplaats La Tolérance. Het boek, samengesteld uit 50 - al dan niet maçonniek-geïnspireerde - gedichten zal te koop zijn aan 10 euro, ook in de Tongerse boekhandels. Met beide auteurs had Het Belang van Limburg een interview in de editie van vrijdag 13 juni 2014. Opmerkelijk in dit artikel is dit fragment:
"Het idee is ontstaan na een sketch over de veldslag van Ambiorix, die
we samen in het Teungers opgevoerd hebben in het vrijmetselaarsatelier
La Tolérance in Hasselt, afdeling van de Grootloge van België",
vertellen de poëten. "Mijn overleden vrouw heeft indertijd vele
gedichten geschreven. Ik ben er nooit in geslaagd want iets met twaalf
strofen is veel te lang", vertelt Jo die de dichtbundel gebruikte om
zijn frustraties van het ouder worden weg te schrijven. "Ik wil de
ideeën laten zien waartoe vrijdenken leidt", vult Pim aan. "Poëzie is de
muziek van de literatuur." De rode draad in de dichtbundel is de vrijmetselarij en het vrijdenken."
Vooral de verwijzing naar de 'sketch' is interessant. Het is weinig geweten dat sommige werkplaatsen, na afloop van de zitting of tussen de gangen van een tafelzitting door, de leden de kans bieden om voor wat entertainment te zorgen. Frank De Fever bijvoorbeeld verwijst in zijn boek Waarom ik bij de loge ben naar de comboy-en-indianen-sketch die hij in zijn werkplaats opvoerde. Zonder al te veel bijval trouwens.
dinsdag 4 juni 2013
Recensie De Kinderen van Hiram
Twee jaar geleden verscheen de herziene en uitgebreide editie van De Kinderen van Hiram van Andries Van den Abeele. De totstandkoming van de oorspronkelijke editie in 1991 had heel wat voeten in de aarde: in de onmogelijkheid om een bereidwillige uitgever te vinden bracht de auteur het werk in eigen beheer uit, weliswaar onder de vleugels van Roularta Books. Het boek bleek in een instant bestseller. De publieke aandacht voor het boek had misschien niet zo zeer te maken met de historie van de vrijmetselarij, of de interne werking van de loges - waar Van den Abeele uitvoerig aandacht aan besteedde - maar wel met de reeks van bekende en minder bekende namen die in de loop van de tekst als vrijmetselaar werden onthuld. Niet iedereen was daar even gelukkig mee. Sommige geciteerden vroegen formeel om hun naam uit latere herdrukken te laten verwijderen, anderen dreigden met juridische stappen. Zo ver kwam het, in dat laatste geval, echter nooit. In feite zette De Kinderen van Hiram de weg verder die, einde jaren '60, door pater Dierickx in Vrijmetselarij, de grote onbekende, werd ingezet, en tot welke invalshoek ook de boeken van Michel Huysseune (Vrijmetselarij: mythe en realiteit, 1988) en van mezelf in thuis hoorden. In deze werken zijn het telkens niet-vrijmetselaars die een objectief en onbevooroordeeld beeld van werking en doelstellingen van de vrijmetselarij proberen te schetsen.
Van den Abeele was als CVP-politicus een aantal jaren schepen van financiën en stadsvernieuwing van Brugge, en is vandaag nog steeds het sprekend geweten van het Brugs erfgoed. Van den Abeele beschikt daarnaast over een indrukwekkende bibliografie: op zijn website staan de meeste van zijn publicaties opgelijst. Het merendeel van deze studies centreert zich rond Brugge als thema. De vrijmetselarij treedt eerder occasioneel op de voorgrond: einde jaren 1980 schreef hij - naar academische normen meer dan degelijke - een geschiedenis van de 18e-eeuwse Brugse vrijmetselarij, met de morele steun van Hugo De Schampheleire en Fernand Borné. Dit zijn twee namen die in de studie van de vrijmetselarij zeker niet onbekend zijn; het was bijvoorbeeld Borné die nog met de jonge Els Witte tal van brieven, nota's en andere interne maçonnieke documenten uit de Belgische geschiedenis tot medio jaren 1850 in boekvorm uitgaf.
Het was op basis van de vergaarde kennis en contacten dat enkele jaren later
De Kinderen van Hiram volgde. De baanbrekendheid van dit boek bestond er in - als we even Dierickx buiten beschouwing laten - dat het grote publiek voor het eerst een erg uitvoerige introductie tot vrijmetselarij kreeg, en nota bene geschreven door een externe (hoewel ik uit goede bron weet dat er in de familie van de auteur wel een lid is).Tot dan toe waren vergelijkbare geschiedkundige werken enkel maar vanuit maçonnieke hand geschreven, en enkel door ingewijden te raadplegen. Ook het (niet-maçonniek) wetenschappelijk onderzoek stond op dat moment nog in de kinderschoenen, zeker wat Vlaanderen betreft.
De respons was groot en het boek stond enkele weken bovenaan de meest verkochte titels van het moment. In zekere mate zou je het een instant-klassieker kunnen noemen. Nog bij Roularta verscheen niet veel later Actie vrijmetselaren van oud-politicus Karel Poma - een boek waar ik zelf niet echt wild van ben. Maar het meest evidente antwoord op Van den Abeele kwam de Antwerpse onderzoeksloge Trigonum Coronatum met De Kinderen van de Weduwe. Vrijmetselaars over vrijmetselarij. Het boek werd anoniem gepubliceerd (onder de auteurs bevond zich onder meer Rik Van Aerschot) en trachtte een beeld 'from within' te schetsen. Het verscheen eveneens bij Roularta. Deze laatste publicatie werd in 2008 geactualiseerd. Nu ja, echt veel werd er niet veranderd. Zelfs een verwijzing naar een tv-programma uit 1992 - wat actueel was op het moment dat De Kinderen van de Weduwe voor het eerst verscheen - bleef in de uitgave van 2008 ongewijzigd.
Maar ook De Kinderen van Hiram werd geactualiseerd. Dit werd door Knack in mei 2008 via een gelegenheidspublicatie aangekondigd. Uiteindelijk liet het boek nog drie jaar op zich wachten, mede door andere engagementen die Van den Abeele eerst moest afwerken.
Nu is het de vraag of het inderdaad de moeite was om zo lang op dit boek te wachten. Lost het de verwachtingen in? Echt grote verschillen met de oorspronkelijke uitgave van 1991 is er niet. Deze staat trouwens online op de webpagina van de Antwerpse werkplaats Les Elèves de Thémis. In de eerste hoofdstukken is enkel een verwijzing naar The Scottish Key toegevoegd. Jammer dat, met uitzondering van John Hamill, er niet wordt verwezen naar de belangrijke historici van de vrijmetselarij van dit moment, zoals Roger Dachez, Charles Porset, Pierre-Yves Beaurepaire of Margaret Jacobs. Dat zou deze eerste hoofdstukken meer ruggesteun gegeven hebben. De hoofdstukken die dan volgen, en die zich toespitsen op de historische ontwikkeling in België, vertellen eveneens niets nieuws vergeleken met 1991. Ook hier ontbreekt iedere verwijzing naar andere boeken en auteurs die de afgelopen twintig jaar hierrond hebben gewerkt. Ze worden wel opgenomen in de bibliografie, met de vermelding door Van den Abeele dat deze titels hem de voeling met het onderwerp hebben weten te behouden, maar in de feitelijke tekst gebruikt hij ze schijnbaar niet.
De hoofdstukken over de interne werking van de loges (vanaf hoofdstuk VIII) blijven eveneens ongewijzigd, hoewel er natuurlijk sindsdien niets is veranderd. Wel werd de 6.000 frank jaarlijkse contributie aangepast naar 150 euro. Het wordt wel enigszins problematisch wanneer exact dezelfde tabel met leden- en werkplaatsenaantallen uit 1990 wordt weergegeven in de editie van 2011. Wel vermeldt de auteur in de hoofding dat het gaat om 'De vrijmetselarij in België anno 1990 en daarna' (p.150 en verder. Ook vanaf p.193 wordt er nog steeds gesproken over 'de 16.100 leden'), maar vertaalt niet in cijfers wat er 'daarna' precies is gebeurd. De opsomming van de werkplaatsen stopt ook aan het einde van de jaren 1980, zodat de onjuiste indruk ontstaat dat er sindsdien geen nieuwe meer zijn bijgekomen. Zo is het al lang verleden tijd dat het Grootoosten van België 'maar' 30 ateliers in Brussel telde (p.154).
In het 'namen noemen'-gedeelte zijn, waar nodig, overlijdensdatums toegevoegd. Nieuwe namen ontbreken, met uitzondering van de 'usual suspects' zoals Siegfried Bracke en Tony Mary. Je blijft natuurlijk wel met de vraag zitten wat je als lezer eraan hebt dat professor X of politicus Y lid zijn van werkplaats Z. Vooral omdat deze kennis niets bijdraagt aan het grote verhaal. Hebben zij de vrijmetselarij gevormd of andersom? Heeft hun logelidmaatschap maatschappelijke relevatie? En zo ja, heeft dit lidmaatschap meer relevantie dan pakweg hun lidmaatschap van H-VV of de Rotary of van Natuurpunt? Het subhoofdstuk 'Actie voeren in de profane wereld' (pp.175-177) blijft daarvoor te oppervlakkig. Net zoals in 1991 blijft de lezer in het ongewisse over de hogere graden (wordt nauwelijks aangeraakt), de autonome of 'wilde' loges en de werkplaatsen die onder buitenlands 'beheer' staan, zoals deze onder het Grootoosten van Luxemburg of de Grand Lodge of Scotland.
De volgende hoofdstukken (hoofdstuk IX en verder) geven een introductie tot de vrijmetselarij internationaal bekeken, met opnieuw behoorlijk wat aandacht voor de P2. Dit was een typisch jaren '80-schandaal, waarvan je je afvraagt of dit vandaag nog relevant is om zo uitvoerig naar te verwijzen. Velen zijn de P2 al lang vergeten.
Vanaf hoofdstuk XIII wordt het pas echt interessant: dan schetst de auteur de wereld sinds de jaren 1990. Het gaat daarbij niet om de rol die de vrijmetselarij in de veranderende wereld heeft gespeeld, wel om de weergave van de maçonnerie in bijvoorbeeld populaire media. Wat de evolutie van de Belgische vrijmetselarij tijdens de afgelopen 20 jaar betreft vermeldt de auteur wel de toegenomen ledenaantallen. Je vraagt je af waarom dat al niet eerder in het boek gebeurde. Zodoende zou er een groter geheel zijn. Nu is er een breuk tussen al het voorgaande en wat er nu te lezen valt. Zo heb je de indruk dat je een boek van twintig jaar oud aan het lezen bent, maar met een appendix waar in vogelvlucht enkele recente ontwikkelingen worden opgesomd. In dit onderdeel wil Van den Abeele de actuele ontwikkeling binnen de Belgische Obediënties schetsen. Een aantal elementen vallen op. Wat de RGLB betreft is dit overzicht vrij behoorlijk, idem voor het GOB. Het overzicht van de GLB is maar magertjes; terwijl voor RGLB en GOB de Grootmeesters met naam en ambtsperiode worden vermeld, geeft het overzicht van de GLB slechts een paar willekeurige namen, zonder hen te duiden. Lithos kwam eerder in het boek aan bod, maar dit keer werden er geen namen genoemd. Over de actuele staat van DH blijft de lezer in het onbekende, en over het oninneembaar bastion van de VGLB horen we al helemaal niets.
Kortom, bekeken in de tijd waarin dit boek voor het eerst op de markt kwam heeft dit zeker haar verdiensten. Het is een mooie en soms uitvoerige inleiding tot het veelzijdig fenomeen van vrijmetselarij. Dat sommigen vanuit de vrijmetselarij zelf zich door dit boek van een profaan - en nog wel van een CVP'er - zich op de zere teen getrapt voelden mag haast als een compliment voor Van de Abeele worden beschouwd. Maar nu zijn we twintig jaar verder. Misschien kan daarom de vraag worden gesteld of een actualisatie van De Kinderen van Hiram wel nodig was. Deze aanvulling voegt maar weinig toe aan de waarde en de status van de oorspronkelijke uitgave van 1991.
Andries Van den Abeele. De Kinderen van Hiram. Vrijmetselaars en vrijmetselarij. Roeselare, Roularta Books, 2011, 405 p.
Nota: normaal gezien geef ik hier een link van een online boekhandel. Maar noch proxisazur, noch bol.com, noch standaardboekhandel en zelfs niet Roularta's eigen mediaclub bieden het boek aan.
![]() |
| Cover van de 1991-uitgave |
De respons was groot en het boek stond enkele weken bovenaan de meest verkochte titels van het moment. In zekere mate zou je het een instant-klassieker kunnen noemen. Nog bij Roularta verscheen niet veel later Actie vrijmetselaren van oud-politicus Karel Poma - een boek waar ik zelf niet echt wild van ben. Maar het meest evidente antwoord op Van den Abeele kwam de Antwerpse onderzoeksloge Trigonum Coronatum met De Kinderen van de Weduwe. Vrijmetselaars over vrijmetselarij. Het boek werd anoniem gepubliceerd (onder de auteurs bevond zich onder meer Rik Van Aerschot) en trachtte een beeld 'from within' te schetsen. Het verscheen eveneens bij Roularta. Deze laatste publicatie werd in 2008 geactualiseerd. Nu ja, echt veel werd er niet veranderd. Zelfs een verwijzing naar een tv-programma uit 1992 - wat actueel was op het moment dat De Kinderen van de Weduwe voor het eerst verscheen - bleef in de uitgave van 2008 ongewijzigd.
Maar ook De Kinderen van Hiram werd geactualiseerd. Dit werd door Knack in mei 2008 via een gelegenheidspublicatie aangekondigd. Uiteindelijk liet het boek nog drie jaar op zich wachten, mede door andere engagementen die Van den Abeele eerst moest afwerken.
Nu is het de vraag of het inderdaad de moeite was om zo lang op dit boek te wachten. Lost het de verwachtingen in? Echt grote verschillen met de oorspronkelijke uitgave van 1991 is er niet. Deze staat trouwens online op de webpagina van de Antwerpse werkplaats Les Elèves de Thémis. In de eerste hoofdstukken is enkel een verwijzing naar The Scottish Key toegevoegd. Jammer dat, met uitzondering van John Hamill, er niet wordt verwezen naar de belangrijke historici van de vrijmetselarij van dit moment, zoals Roger Dachez, Charles Porset, Pierre-Yves Beaurepaire of Margaret Jacobs. Dat zou deze eerste hoofdstukken meer ruggesteun gegeven hebben. De hoofdstukken die dan volgen, en die zich toespitsen op de historische ontwikkeling in België, vertellen eveneens niets nieuws vergeleken met 1991. Ook hier ontbreekt iedere verwijzing naar andere boeken en auteurs die de afgelopen twintig jaar hierrond hebben gewerkt. Ze worden wel opgenomen in de bibliografie, met de vermelding door Van den Abeele dat deze titels hem de voeling met het onderwerp hebben weten te behouden, maar in de feitelijke tekst gebruikt hij ze schijnbaar niet.
![]() |
| Andries Van den Abeele, copyright www.readmylips.be |
In het 'namen noemen'-gedeelte zijn, waar nodig, overlijdensdatums toegevoegd. Nieuwe namen ontbreken, met uitzondering van de 'usual suspects' zoals Siegfried Bracke en Tony Mary. Je blijft natuurlijk wel met de vraag zitten wat je als lezer eraan hebt dat professor X of politicus Y lid zijn van werkplaats Z. Vooral omdat deze kennis niets bijdraagt aan het grote verhaal. Hebben zij de vrijmetselarij gevormd of andersom? Heeft hun logelidmaatschap maatschappelijke relevatie? En zo ja, heeft dit lidmaatschap meer relevantie dan pakweg hun lidmaatschap van H-VV of de Rotary of van Natuurpunt? Het subhoofdstuk 'Actie voeren in de profane wereld' (pp.175-177) blijft daarvoor te oppervlakkig. Net zoals in 1991 blijft de lezer in het ongewisse over de hogere graden (wordt nauwelijks aangeraakt), de autonome of 'wilde' loges en de werkplaatsen die onder buitenlands 'beheer' staan, zoals deze onder het Grootoosten van Luxemburg of de Grand Lodge of Scotland.
De volgende hoofdstukken (hoofdstuk IX en verder) geven een introductie tot de vrijmetselarij internationaal bekeken, met opnieuw behoorlijk wat aandacht voor de P2. Dit was een typisch jaren '80-schandaal, waarvan je je afvraagt of dit vandaag nog relevant is om zo uitvoerig naar te verwijzen. Velen zijn de P2 al lang vergeten.
Vanaf hoofdstuk XIII wordt het pas echt interessant: dan schetst de auteur de wereld sinds de jaren 1990. Het gaat daarbij niet om de rol die de vrijmetselarij in de veranderende wereld heeft gespeeld, wel om de weergave van de maçonnerie in bijvoorbeeld populaire media. Wat de evolutie van de Belgische vrijmetselarij tijdens de afgelopen 20 jaar betreft vermeldt de auteur wel de toegenomen ledenaantallen. Je vraagt je af waarom dat al niet eerder in het boek gebeurde. Zodoende zou er een groter geheel zijn. Nu is er een breuk tussen al het voorgaande en wat er nu te lezen valt. Zo heb je de indruk dat je een boek van twintig jaar oud aan het lezen bent, maar met een appendix waar in vogelvlucht enkele recente ontwikkelingen worden opgesomd. In dit onderdeel wil Van den Abeele de actuele ontwikkeling binnen de Belgische Obediënties schetsen. Een aantal elementen vallen op. Wat de RGLB betreft is dit overzicht vrij behoorlijk, idem voor het GOB. Het overzicht van de GLB is maar magertjes; terwijl voor RGLB en GOB de Grootmeesters met naam en ambtsperiode worden vermeld, geeft het overzicht van de GLB slechts een paar willekeurige namen, zonder hen te duiden. Lithos kwam eerder in het boek aan bod, maar dit keer werden er geen namen genoemd. Over de actuele staat van DH blijft de lezer in het onbekende, en over het oninneembaar bastion van de VGLB horen we al helemaal niets.
Kortom, bekeken in de tijd waarin dit boek voor het eerst op de markt kwam heeft dit zeker haar verdiensten. Het is een mooie en soms uitvoerige inleiding tot het veelzijdig fenomeen van vrijmetselarij. Dat sommigen vanuit de vrijmetselarij zelf zich door dit boek van een profaan - en nog wel van een CVP'er - zich op de zere teen getrapt voelden mag haast als een compliment voor Van de Abeele worden beschouwd. Maar nu zijn we twintig jaar verder. Misschien kan daarom de vraag worden gesteld of een actualisatie van De Kinderen van Hiram wel nodig was. Deze aanvulling voegt maar weinig toe aan de waarde en de status van de oorspronkelijke uitgave van 1991.
Andries Van den Abeele. De Kinderen van Hiram. Vrijmetselaars en vrijmetselarij. Roeselare, Roularta Books, 2011, 405 p.
Nota: normaal gezien geef ik hier een link van een online boekhandel. Maar noch proxisazur, noch bol.com, noch standaardboekhandel en zelfs niet Roularta's eigen mediaclub bieden het boek aan.
vrijdag 23 november 2012
Visies op vrijmetselarij in de jaren 1980
Robert Dille, medeoprichter van het Humanistisch Verbond en de Unie van Vrijzinnige Verenigingen, die hij trouwens tussen 1972 en 1981 voorzat, schreef begin jaren '80 een geschiedenis van de vrijzinnigheid in Vlaanderen, die in het eerder obscure blaadje 't HaVeetje - maandblad van HV-Mortsel - verscheen. Aan het einde van de vierdelige reeks (verschenen tussen oktober 1982 en januari 1983) ging Dille kort in op de actuele toestand van de vrijmetselarij. Zelf was hij er ongetwijfeld bijzonder goed van op de hoogte: schooldirecteur Dille, geaffilieerd aan de Antwerpse werkplaats Marnix van Sint Aldegonde, leidde het Grootoosten van België in de tweede helft van de jaren 1960 als Grootmeester. Hij nam ook het initiatief om in de schoot van het GOB het Centre de Documentation Maçonniek (CEDOM-MADOC) op te richten. In Dille's overzicht (jg.5, 1983, nr.1, pp.10-11) lezen we:
"Een overzicht over de stand van zaken van de vrijzinnigheid zou niet volledig zijn, wanneer met geen woord zou worden gerept over betekenis en invloed, plaats en geestesgesteldheid van de vrijmetselarij in ons land, inzonderheid het Vlaamse landsgedeelte. Nu is het geen gemakkelijke opgave, aangezien de Orde van Vrijmetselaren - met haar discretie als gedragsregel voor ogen - geen 'officiële' publicaties bestemd voor het grote publiek vrijgeeft. Wel beschikken we over twee belangrijke werken, die niet zo lang geleden verschenen en die beide de twee grote stromingen behandleen die de Belgische vrijmetselarij kenmerken: een majoritaire en een minoritaire: het werk van een Werkgroep Vrijmetselaars in Vlaanderen, uitgegeven door Elsevier "Progressieve Vrijmetselarij" en het werk van pater Dierickx, de "Vrijmetselarij" de grote onbekende.
In globo blijkt daaruit dat men gerust kan stellen:
1. Dat het GOB, als zelfstandige maçonnieke grootmacht opgericht na de onafhankelijkheidsverklaring, van bij het begin een belangrijke rol heeft gespeeld in ons maatschappelijk leven;
2. Dat de vrijmetselarij in wezen een pluralistische instelling is;
3. Dat de vijandige houding van de Kerk t.o.v. de vrijmetselarij, dedze laatste heeft toegelatne de juiste maat te nemen vanhet onverdraagzaam en arrogant fanatisme van de Kerk. De heftigheid waarmee het Vatikaaan tegen de maçonnerie te keer is gegaan, de accenten die het in zijn diverse schakeringen van vervloekingen wist te leggen, het verbaal geweld dat daarmede gepaard ging, zijn door niemand overtroffen! Geen wonder dus dat de Belgische vrijmetselarij - waaraan de toegang door de Kerk aan alle gelovigen op straffe van hellebrand strikt verboden - een duidelijk antiklerikaal en vrijzinnig cachet krijgt. En deze karaktertrek heeft zij behouden althans wat het GOB betreft. Haar gehechtheid aan het Vrij Onderzoek, dat zij als een credo belijdt, heeft ze van bij de aanvang duidelijk gesteld en in concreto uitgedragen door de stichting - in 1834 reeds - van de Vrije Universiteit Brussel, de 'universiteit van de Loge' zoals zij nu nog soms smalend door tegenstanders wordt genoemd.
4. De splitsing die zich in de Belgische vrijmetselarij rond de jaren 1960 heeft voltrokken was het gevolg van interne spanningen rond belangrijke filosofische stellingen, die uiteindelijk hun beslag kregen door de afscheiding van een minderheid van maçons en de oprichting van de Grootloge van België. Deze obediëntie verkoos de erkenning door de dogmatische ingestelde angelsaksische maçonnerie en het Grootoosten der Nederlanden, boven het behoud van de Belgische maçonnieke eenheid. Recente moeilijkheden in de schoot van de GLB rond dezelfde problemen hebben tot een nieuwe afscheuring aanleiding gegeven. Een en ander blijkt echter aan de hechtheid en de uitstraling van het GOB - veruit thans de belangrijkste Belgische vrijmetselaarsorganisatie - en van de gemengde DH niets te hebben gewijzigd en aan hun vrijzinnige opstelling in niets te hebben beïnvloed."
De standpunten van Dille, zowel naar de profane buitenwereld als wat de interne keuken betreft, zijn opvallend veel stringenter dan vandaag. Het is verder opvallend dat de generatie-Dille enerzijds haar maçonnico-antiklerikale houding onderstreept, maar anderzijds wel het boek van de jezuïet Dierickx als referentie aanhaalt. Het doet mij eraan denken dat ik een paar jaar geleden nog eens een geleide rondwandeling in de tempels van de Lakensestraat meemaakte - als toeschouwer - waarbij de gids in zijn gezegende leeftijd nog steeds dat boek als beste introductie tot de vrijmetselarij aanhaalde.
dinsdag 3 april 2012
De Morgen van 28 maart 2012
Vrijmetselaars, aangesloten bij zogenaamde 'a-dogmatische' werkplaatsen hebben bij elkaar 'bezoekrecht'. Concreet betekent dit dat een lid van bijvoorbeeld een GOB-loge ook een zitting van een DH-werkplaats mag bijwonen. Dat bezoekrecht geldt niet altijd - enkel wanneer er een formele erkenning tussen de Obediënties is - en is niet van toepassing voor de regulieren. Anders gezegd: reguliere werkplaatsen staan geen bezoekrecht toe aan leden van irreguliere ateliers, tenzij het om niet-rituele zittingen gaat. Ook autonome of 'wilde' loges zijn vaak als 'irregulier' te beschouwen en kunnen bijgevolg eveneens beroep doen op bezoekrecht. Een voorbeeld van zo een werkplaats is het Gentse Jan Van Eyck. In De Morgen van 28 maart 2012 stond hierover een opmerkelijk bericht. De Grootmeesters van zowel GOB als GLB, en de voorzitter van de administratieve commissie van Lithos, adviseerden uitdrukkelijk hun werkplaatsen om geen bezoekrecht te verlenen aan leden van Jan Van Eyck. De reden daarvoor wordt in het artikel eigenlijk niet helemaal correct weergegeven. Bepaalde leden van Jan Van Eyck zijn maçons die niet geschorst of uitgesloten waren van andere werkplaatsen, of wiens kandidaatstelling bij de loges onder de koepels niet aanvaard werd. Jan Van Eyck trachtte eerder trouwens aansluiting te vinden bij de confederatie van Lithos, maar valt nu onder het internationaal netwerk ALMA (Alliance Maçonnique). Dat dit bericht in de pers verscheen (en bij mijn weten enkel door De Morgen werd opgenomen) is enkel toe te schrijven aan een 'lek'. Het lijkt mij onwaarschijnlijk dat dit lek bij de drie genoemde koepels te situeren valt.
Hieronder het artikel:
Fikse ruzie onder vrijmetselaars
De grootmeesters van
de drie belangrijkste koepels van
vrijmetselaarsloges hebben hun leden in een brief opgeroepen om alle contact te
mijden met de Gentse loge Jan Van Eyck. Die zou
te vrouwvriendelijk zijn.
Binnen het tijdsbestek van een week kropen de grootmeesters van het Grootoosten van
België (GOB), de Grootloge van
België (GLB) en de Lithos Confederatie der Loges in de pen voor een bijna
identieke rondzendbrief aan alle Belgische logewerkplaatsen. In de brief
'waarschuwen' de grootmeesters voor de Gentse loge Jan Van Eyck. Die behoort tot geen van
de drie clubs, maar tot de Alliance Maçonnique, een Franse confederatie van autonome loges. De grootmeesters
verzoeken alle vrijmetselaars om hun broeders van Jan Van Eyck "niet meer toe te laten tot hun werkzaamheden".
Omdat, zegt de brief, zij niet voldoen aan de voorwaarden waarbij "de
maçonnieke hoedanigheid in geen enkel opzicht in vraag wordt gesteld, d.w.z.
dat ze vrij en rechtschapen zijn, en dat hun inwijding conform de maçonnieke
gebruiken is verlopen en dat ze niet in slaap gesteld, geschorst of uitgesloten
zijn". Jan Van Eyck is een vrij recente loge,
ze werd in 2006 opgericht door onder meer de Gentse psychiater Kris Roose. Hij
is een vooraanstaand vrijmetselaar en auteur van een reeks boeken die worden beschouwd als verplichte lectuur
voor vrijmetselaars. De boeken, zoals Een handboek voor
Leerling-Vrijmetselaars, worden uitgegeven door het Fonds De Vier Ghecroonden
en circuleren enkel onder vrijmetselaars. "Wij vinden de klassieke
obediënties te hiërarchisch", zegt Roose. "In veel loges zijn vrouwen
niet eens toegelaten, wij vinden zoiets niet meer van deze tijd. Op onze bijeenkomsten zijn er soms tot vijftig
mensen, er zijn er andere waar men nog hooguit zes of zeven mensen bij elkaar
krijgt. Ik denk dat men bang is van
een loge die goed functioneert
en toch niet van hen afhangt.
Men heeft geen zicht op onze ledenlijst en dat steekt, veronderstel ik."
De grootmeesters van GOB en GLB
reageerden niet op een verzoek tot toelichting bij de brief. Het is ook niet
helemaal duidelijk welke concrete gevolgen de verbanning zal hebben. Kris Roose
en de actuele voorzitter Hendrik De Jonghe zijn er gerust op dat de ruzie op
termijn zal verdampen. "Bij het GOB zijn vrouwen sinds enkele jaren wel
toegelaten, maar ze mogen niet worden 'ingewijd'. Dat is constante
conflictstof. Jan Van Eyck is heel nadrukkelijk een gemengde loge, wij maken geen enkel onderscheid op basis van geslacht." Volgens Roose
hebben nog twee andere Gentse loges het GOB de rug toegekeerd uit protest tegen
vrouwendiscriminatie.
© 2012 De Persgroep Publishing
maandag 30 januari 2012
vrijmetselarij in België in cijfers: aanvulling
De Standaard is afgelopen zaterdag 28 januari begonnen met een reeks getiteld Het Geheim van de Loge. Vandaag verscheen een artikel over vrouwen en vrijmetselarij, morgen over Vlaams-nationalisme, waar de focus vooral op Siegfried Bracke zal liggen. Ondergetekende viel zaterdagochtend haast in zwijm in de krantenwinkel toen hij zag dat hij de kop van de dag had veroorzaakt. Toegeven: de aangroei van het aantal vrijmetselaars in België is de afgelopen jaren inderdaad opvallend te noemen. Vergelijk dit eens met de langzame groei van de Belgische loges tussen 1950 en 1990, of met de 6.000 aanvragen die de Franse GLNF alleen al (naar eigen zeggen) jaarlijks te verwerken krijgt.
Ik wil graag een paar kanttekeningen plaatsen. De cijfers weergegeven in De Standaard onthullen geen geheim: ik heb hierover al enkele posts geleden bericht. De cijfers van 2006 komen uit een werkstuk; deze van 2008 plaatste ik eerder al in Vrijmetselarij van de Essentie-reeks en werden recent ook in mijn Belgische Politiek voor Dummies vermeld. De cijfers in Vrijmetselarij voor Dummies uit 2007 bevinden zich daar tussen in. De meest recente aantallen werden in oktober 2011 in een extra nummer van Le Vif/L'Express weergeven. Dit nummer, het 'Abecedarium' van de vrijmetselarij, werd mede door Jiri Pragman van de weblog hiram.be opgesteld, op basis van cijfergevens van het Grootoosten van België. Ik heb mijn cijfers trouwens ook altijd uit die bron gehaald. Toch slaagt de werkelijkheid er soms in om nog sneller te veranderen. Lithos Confederatie van Loges was al de snelst groeiende koepel. In Vrijmetselarij voor Dummies verwees ik er maar vluchtig naar met de mededeling dat er minder dan 10 loges waren met slechts een klein aantal broeders en zusters. Lithos was toen nog vrij nieuw, slechts opgericht in 2006. Vandaag liggen de kaarten duidelijk anders. Lithos is een niet te onderschatten koepel geworden die, als we de bronnen mogen geloven, bijna met de GOB-werkplaats Bevrijding uit Gent, werd uitgebreid. De mannenloge Bevrijding heeft immers een dikke week geleden 2 vrouwen ingewijd: in de Lakensestraat vinden ze dat niet echt om te lachen. Toch kiest Bevrijding op dit ogenblik ervoor toch nog onder het GOB te blijven, maar wie weet wat de nabije toekomst zal brengen.
Dit gezegd zijnde telt Lithos in januari 2012 18 werkplaatsen met een totaal van meer dan 500 leden. Toenadering tussen Lithos en de vier andere irreguliere koepels neemt toe, hoewel er nog geen officieel vriendschapsverdrag is afgesloten. Wel behoort Lithos sinds mei 2011 tot CLIPSAS - Centre de Liaison et d'Information des Puissances maçonniques signitaires de l'Appel de Strasbourg, een internationaal samenwerkingsakkoord tussen irreguliere koepels. Bij de oprichting ervan in 1961 was het GOB een van de stichtende leden. Ook de GLB werd in mei vorig jaar lid; de VGLB was dat al sinds 1984. De Belgische Federatie van DH is niet bij CLIPSAS aangesloten. Dat is enigszins ook vrij logisch aangezien alle nationale federaties van gemengde DH-loges onder het gezag van de hoofdzetel in Parijs vallen.
Met de gecorrigeerde cijfers van Lithos komt het totaal aantal vrijmetselaars vandaag op haast 25.000. Nogmaals: leden van wilde loges (niet onder Lithos), van werkplaatsen van buitenlandse koepels en van loges volgens de ritus van Memphis-Misraïm worden niet meegeteld.
Dit alles om maar te zeggen dat niet alle eer en krediet aan ondergetekende moet worden toegekend.
Hoe dan ook, het bericht werd onmiddellijk overgenomen door Le Soir, La Libre Belgique, de website van De Morgen en zodoende ook door de andere Persgroep-krant Het Laatste Nieuws. Ik geef toe dat ik die krant nooit lees, daarvoor is de oppervlakkigheid iets te groot. De website is erger. Als je al door de trivialiteiten geworsteld bent in de trend van "Uit een Brits onderzoek blijkt dat..." kom je op de lezersreacties uit. Onvoorstelbaar hoeveel vitriool daar neer wordt geschreven. In veel gevallen worden alle regels van beleefdheid, objectiviteit en spelling en grammatica aan de kant geschoven. Benieuwd dus wat de lezer van hln.be over de logecijfers vindt. Even een bloemlezing:
"Zo worden wij dus geregeerd."
"Toch raar dat de ministers daar tijd voor hebben he."
"Aantal is recht evenredig met het aantal rijken."
"De loge groeit in België parallel met het gesjoemel."
"Bijna alle ministers zijn logemensen."
Aanvulling op de aanvulling:
De officiële cijfers van 2011 waren de volgende:
- Grootoosten van België: 10.193 leden voor 98 werkplaatsen (in maart)
- Droit Humain: 7.059 leden voor 98 werkplaatsen (in juni)
- Grootloge van België: 3.912 leden voor 64 werkplaatsen (in juni)
- Vrouwengrootloge: 1.992 leden voor 44 werkplaatsen (in juni)
- Lithos CL: 445 leden voor 15 werkplaatsen (september)
Dat brengt het totaal op 23.601 leden voor 335 blauwe en irreguliere werkplaatsen. Niet inbegrepen zijn aldus de reguliere werkplaatsen, de autonome loges (die onder geen enkele koepel vallen) en de loges die vanuit buitenlandse koepels worden bestuurd.
Aanvulling op de aanvulling:
De officiële cijfers van 2011 waren de volgende:
- Grootoosten van België: 10.193 leden voor 98 werkplaatsen (in maart)
- Droit Humain: 7.059 leden voor 98 werkplaatsen (in juni)
- Grootloge van België: 3.912 leden voor 64 werkplaatsen (in juni)
- Vrouwengrootloge: 1.992 leden voor 44 werkplaatsen (in juni)
- Lithos CL: 445 leden voor 15 werkplaatsen (september)
Dat brengt het totaal op 23.601 leden voor 335 blauwe en irreguliere werkplaatsen. Niet inbegrepen zijn aldus de reguliere werkplaatsen, de autonome loges (die onder geen enkele koepel vallen) en de loges die vanuit buitenlandse koepels worden bestuurd.
Abonneren op:
Posts (Atom)



