Alles over vrijmetselarij en genootschappen: geschiedenis, reviews, weblinks.
Posts tonen met het label Amerikaanse vrijmetselarij. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Amerikaanse vrijmetselarij. Alle posts tonen

woensdag 16 juli 2014

GLNF opnieuw erkend

Ik loop achter met groot nieuws... Sinds enkele weken beschikt de Franse vrijmetselarij opnieuw over een internationaal erkende grootloge. Even het geheugen opfrissen. De reguliere Grande Loge nationale française had het de afgelopen jaren nogal erg bont gemaakt wat betreft publieke en politieke profilering. Dit had als resultaat dat de United Grand Lodge of England in september 2012 haar erkenning van de GLNF introk. Eerder had onder meer al de Belgische reguliere grootloge RGLB hetzelfde gedaan. Binnen de GLNF begon het toen pas echt goed te rommelen. Ongeveer een derde van haar leden verliet de koepel in 2012 en vonden onderdak in de nieuwe Obediëntie van de Grande Loge d'Alliance maçonnique de France (GLAMF), goed voor 14.000 leden. Daarnaast waren er nog een viertal andere Franse Obediënties die zichzelf als regulier beschouwden maar niet op internationale erkenning konden rekenen. Nu ja, kleine kanttekening: hoewel de GLNF niet door UGLE en RGLB werd erkend waren er nog tientallen andere reguliere koepels elders in de wereld die wel nog met haar op goede diplomatieke voet stonden. 
Deze vier of vijf Obediënties, met uitzondering van de GLNF, startten onderhandelingen om hen onder een superstructuur te brengen, de zogenaamde Confédération maçonnique de France. Doel en misschien wel enige ambitie van de CMF bestaat erin om de plaats van de GLNF als erkende reguliere grootmacht in te nemen. Frankrijk telt immers 78.000 reguliere vrijmetselaars. Dit is een enorm cijfer, en het is ondenkbaar dat de UGLE binnen korte termijn niet een nieuw voorstel tot erkenning zou doen. Maar wie zou de UGLE dan prefereren? De CMF? Of dan toch weer de GLNF? Of beiden? 
Achter de schermen deed de maçonnieke diplomatie haar werk. Vooral de reguliere Obediënties van het Europees vasteland - België, Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland en Nederland - waren hierin bedrijvig. Vóór het einde van 2014 moest en zou er een oplossing uit de bus komen. Die oplossing kwam er nog sneller dan verwacht. In april verkondigden de Amerikaanse (reguliere) Grootloges dat de feitelijke aanleiding tot de schorsing van de GLNF, in hun ogen, was opgelost. Op 6 mei zette de Grootloge van New York een verdere stap door de aanhalen van de vriendschapsbanden met de GLNF formeel aan te kondigen. En dan ging het snel. Op 2 juni maakte een mail van één van de Grootofficieren van de UGLE, gericht aan aan de deelnemers van de naderende algemene vergadering van 11 juni, dat de formele erkenning van de GLNF op de agenda stond, 'en dat er weinig twijfel over bestaat dat dit punt met meerderheid zal worden goedgekeurd.' Op 5 juni gaat de Grootloge van Ierland over tot erkenning, op 11 juni - zoals verwacht - de UGLE, en op 12 juni de Grootloge van Schotland. Die dag volgde een officiële bekendmaking. Op Twitter kon de GLNF haar tevredenheid niet onder stoelen of banken steken.
Voor de CMF was dit minder goed nieuws. Van de oorspronkelijke vijf partners blijven er nog twee over. De grootsten, weliswaar: de 33.000 man tellende Grootloge van Frankrijk (GLDF) en de GLAMF. Op de algemene vergadering van de GLDF, gehouden op 13 juni, stemde trouwens 78% van de aanwezigen voor verdere uitbouw van de Confederatie. Voorlopig kijken de andere Europese reguliere grootmachten de kat nog even uit de boom...

woensdag 5 juni 2013

Detroit

Vandaag in De Morgen een opvallend bericht: 'Jack White lost belastingsschuld vrijmetselaarstempel af'. Het gaat hier om de Masonic Temple van Detroit, het grootste maçonnieke gebouw ter wereld. Om een idee van de omvang te geven: er zijn meer dan 1000 kamers en een theater met 1500 zitplaatsen. Het gebouw is bijna een eeuw oud en wordt eigenlijk meer om 'profane' evenementen, zoals concerten, gebruikt dan maçonnieke bijeenkomsten. Het zal waarschijnlijk op dat vlak gebeurd zijn dat de 'evenementenhal' in de rode cijfers geraakte. De schenking bedraagt 142.000 dollar, voldoende om de schuldenput te dempen. De schenking gebeurde eerst anoniem, maar na wat onderzoek door de Detroit Free Press bleek het te gaan om muzikant Jack White. Zie ook de blogpost van Chris Hodapp hierover en bekijk de indrukwekkende panoramische foto's op de website van de Masonic Temple. 

maandag 3 juni 2013

Call for papers: Perspectives on American Freemasonry and Fraternalism

Voor de geïnteresseerden - en vooral diegenen die een trip naar Massachusetts wel zien zitten - volgt hier een call for papers voor het symposium dat het National Heritage Museum van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus - Noordelijke Jurisdictie, Verenigde Staten volgend jaar april wil organiseren. 


The Scottish Rite Masonic Museum & Library announces a call for papers for its symposium, “Perspectives on American Freemasonry and Fraternalism,” to be held on Friday, April 11, 2014, at the Museum in Lexington, Massachusetts.

The Scottish Rite Masonic Museum & Library is an American history museum founded and supported by Scottish Rite Freemasons in the Northern Masonic Jurisdiction of the United States. As the repository of one of the largest collections of American Masonic and fraternal objects, books and manuscripts in the United States, the Museum aims to foster new research on American fraternalism and to encourage the use of its scholarly resources.
The symposium seeks to present the newest research on American fraternal groups from the past through the present day. By 1900, over 250 American fraternal groups existed, numbering six million members. The study of their activities and influence in the United States, past and present, offers the potential for new interpretations of American society and culture. Diverse perspectives on this topic are sought; proposals are invited from a broad range of research areas, including history, material and visual culture, anthropology, sociology, literary studies and criticism, gender studies, political science, African American studies, art history, economics, or any combination of disciplines. Perspectives on and interpretations of all time periods are welcome. 
Possible topics include:
• Comparative studies of American fraternalism and European or other international forms of fraternalism
• Prince Hall Freemasonry and other African-American fraternal groups
• Ethnically- and religiously-based fraternal groups
• Fraternal groups for women or teens
• Role of fraternal groups in social movements
• The material culture of Freemasonry and fraternalism
• Anti-Masonry and anti-fraternal movements, issues and groups
• Fraternal symbolism and ritual
• The expression of Freemasonry and fraternalism through art, music, and literature
• Approaches to Freemasonry – from disciplinary, interdisciplinary, or transnational perspectives; the historiography and methodology of the study of American fraternalism
Proposals should be for 30 minute research papers; the day’s schedule will allow for audience questions and feedback.
Proposal Format: Submit an abstract of 400 words or less with a resume or c.v. that is no more than two pages. Be sure to include full contact information (name, address, email, phone, affiliation).
Send proposals to: Aimee E. Newell, Ph.D., Director of Collections, Scottish Rite Masonic Museum & Library, by email at anewell[at]monh.org or by mail to 33 Marrett Road, Lexington, MA 02421. Deadline for proposals to be received is September 3, 2013.
For more information about the Scottish Rite Masonic Museum & Library, see www.nationalheritagemuseum.org. For questions, contact Aimee E. Newell as above, or call 781-457-4144.


woensdag 10 april 2013

Symposium 25 mei: Verborgen religies

De Nederlandse uitgeverij AnkhHermes specialiseert zich in publicaties over spiritualiteit, esoterie en alternatieve levenswijzen. Ze organiseert op zaterdag 25 mei het symposium Verborgen religies - Een reis in beelden. Vertrekpunt van de bijeenkomst in Amesfoort is de combinatie tussen kunst en religie vanuit drie verschillende benaderingen. Er zijn drie sprekers: Klaus-Rüdiger Mai zal het hebben over de beeldvorming rond Maria en de heidense oorsprong ervan - daar valt inderdaad het een en het ander over te vertellen. Mai heeft een aantal boeken op zijn naam staan, onder andere over het Vaticaan en Benedictus XVI, maar ook het in het Nederlands vertaalde Geheime Genootschappen. Mythe, macht en werkelijkheid. Hij heeft het daarin onder meer - en onvermijdelijk - over de vrijmetselarij. Ik loop niet warm van dit soort boeken die een zeer algemeen en Amerikaans gekleurd beeld van vrijmetselarij bieden. Vaak is de kern wel correct, maar wordt het eenvoudiger dan weer spectaculairder voorgesteld dan het eigenlijk is. De derde spreker is Jacob Slavenburg over het mystieke huwelijk tussen het aardse en het hemelse, daarbij de linken makend naar het religieuze en esoterische. Slavenburg publiceerde uitvoerig, onder andere over Helena Blavatsky, Rudolph Steiner en het beruchte Thomasevangelie. Pas echt interessant wordt het met de tweede spreker, Jean-Louis de Biasi. Deze zal het hebben over vrijmetselarij en in zijn voordracht op zoek gaan naar maçonnieke sporen in Amerikaanse steden. Op zich is daar absoluut niets verkeerds aan: er zijn nog mensen die dat doen. De summary van de Biasi's uitzetting voor Amesfoort doet mij ernstig twijfelen aan zijn geloofwaardigheid, altans op historiografisch vlak. Wanneer hij de vrijmetselarij voorstelt als 'daterend uit het oude Egypte en Rome' en 'voortkomend uit de oude westerse mysteriegodsdiensten' kenmerkt de Biasi zichzelf als een typisch product van een achterhaalde Angelsaksische benadering van de ontstaansgeschiedenis van vrijmetselarij. Bijna honderd jaar geleden werden dit soort stellingen nog in maçonnieke middens als bijzonder waarachtig geponeerd, bijvoorbeeld door H.L. Haywood.
Dit pad is al sinds Robert F. Gould verlaten, en op een paar losse flodders na is er vandaag geen enkele serieuse historicus die, vanuit zijn maçonnieke achtergrond, aan de vrijmetselarij deze ontstaansgeschiedenis zal toeschrijven. De Biasi zal vervolgens verder in gaan op de 'kosmische en symbolische blauwdruk' waarop steden zoals Washington DC ontstaan zijn. Uiteraard zijn er in het ontwerp van deze stad maçonnieke
elementen aanwezig. Daar had Steven Bullock het als plenary speaker tijdens de ICHF van 2011 uitvoerig over. We hebben niet enkel de beroemde eerste maçonnieke steenlegging van het Capitool door president George Washington, maar ook vergeten en uiterst sobere plechtigheid waarbij enkele jaren eerder op maçonnieke wijze de steen werd gelegd die de punt van ruit markeerde waarbinnen de nieuwe hoofdstad zou worden gebouwd. Maar meer moet daar niet achter worden gezocht. Het klopt dat de Amerikaanse hoofdstad volgens een bepaald patroon werd gebouwd, maar niet dat de geometrische lijnen een doelbewust esoterisch doel dienden. Laat staan dat gebouwen, die veel later werden opgetrokken, vanuit diezelfde benadering zouden zijn ontworpen. Het doet mij een beetje denken aan een uiteenzetting van - eveneens een Amerikaan - op de symposium The Expression of Freemasonry in november 2008 in Den Haag. Op een bepaald ogenblik zag desbetreffende spreker zelfs in een neo-barok altaarstuk een maçonnieke betekenis: a ja, er lag een 'geblokte vloer' voor. Of ook nog, tijdens de eerste editie van de ICHF in 2009, toen een van de sprekers het had over het maçonniek grondplan van het kerkhof van Glasgow. Iedere grafsteen met drie trapjes kreeg er al meteen een vrijmetselaarslabel. Maar goed, door deze benadering van vrijmetselarij krijgt het esoterische element al te veel gewicht ten nadele van spirituele. En dat terwijl spiritualiteit juist niet te minimaliseren is binnen de vrijmetselarij vandaag. Maar ook daarover bestaan nu te weinig degelijke studies die niet vervallen in algemeenheden of zweverigheden. Wie echt iets meer wil weten over vrijmetselarij, spiritualiteit en esoterie kan bijvoorbeeld deelnemen aan het symposium over Egyptische vrijmetselarij, op zaterdag 20 april, in de gebouwen van de Grootloge van Frankrijk in Parijs, georganiseerd door het Institut Maçonnique de France - Section Province (maar ik ben niet zeker of het ook voor niet-vrijmetselaars toegankelijk is).
 
Praktische info:
Symposium Verborgen Religies - Een reis in beelden.
Zaterdag 25 mei 2013 van 13u00 tot 18u00 in De Flint, Amersfoort (Stadszaal)
Toegangsprijs: € 34,95 exclusief servicekosten.
De voertaal is Engels (Mai en De Biasi) en Nederlands (Slavenburg)
Meer info op de website.
 
 

dinsdag 22 januari 2013

Martin Luther King

Typisch voor de Amerikaanse vrijmetselarij is de tweedeling in reguliere Grand Lodges en Prince Hall Grand Lodges. In iedere staat is er telkens een blanke Grand Lodge; daarnaast opereren parallel de zwarte Prince Hall Grand Lodges. In principe erkent de United Grand Lodge of England enkel maar één reguliere grootloge per (nationaal) territorium, maar voor Prince Hall wordt een uitzondering gemaakt. Er zijn er op dit ogenblik 21 erkend. Op 10 na hebben de 51 Amerikaanse Grootloges formele contacten met Prince Hall - wat echter automatisch als expliciete erkenning moet worden beschouwd. Het gegeven van de 'segregatie' tussen blanke en zwarte grootloges is een ingewikkeld fenomeen, waarover wel wat literatuur bestaat. Officieel was Martin Luther King nooit lid van een Prince Hall-loge. Over de 'vrijmetselaar' King bestaat er wel een opmerkelijk verhaal. Na Kings overlijden werd deze door de Grootmeester van de Prince Hall Grootloge van Georgia postuum vrijmetselaar 'verklaard'. Dit gegeven van 'Freemason on sight' is een uitermate zeldzame praktijk. Het bestaat eruit dat iemand, omwille van zijn daden tijdens zijn leven, als 'vrijmetselaar' kan worden beschouwd; in het Frans is er de uitdrukking 'Franc-maçon sans tablier'. 'Freemason on sight' gaat nog een stapje verder: omwille van gezondheidsredenen of omwille van professionele, sociale of militaire verplichtingen kan een kandidaat-vrijmetselaar als ingewijd worden verklaard zonder in persoon het initiatieritueel te hebben ondergaan. Dat gebeurde bijvoorbeeld met Leopold I, die op de dag van zijn officiële inwijding in Bern aan het vechten was tegen Napoleon in Leipzig. Per communicatie - lees: per post - werd aan hem later zijn inwijding meegedeeld. In het geval van Martin Luther King is het zeldzaamheid nog groter omdat de man al dood was. Eigenlijk is het 'bij verstek inwijden' enkel maar van toepassing wanneer een kandidaat al de hele voorafgaande procedure had doorlopen en vlak voor het feitelijke initiatie te overlijden kwam. Maar King zelf was helemaal niet in dat stadium. De verklaring door de Georgia Prince Hall Grand Lodge mag bijgevolg enkel maar als symbolisch worden beschouwd, en zegt veel over het aura dat rond Martin Luther King op het moment van zijn dood hing.

dinsdag 2 februari 2010

ICHF 2011

Rejoice! De organisatie achter de tweejaarlijkse International Conference on the History of Freemasonry heeft vorige week officieel en publiekelijk The George Washington Masonic Memorial aangeduid als locatie waar het congres van 2011 zal doorgaan. De eerste call for papers zal waarschijnlijk vrij snel volgen. We zullen maar alvast beginnen te sparen voor vlucht naar en verblijf in Alexandria, op een halfuurtje metro van Washington DC.

donderdag 3 december 2009

recensie The Lost Symbol

Opgepast: in deze recensie zitten een aantal spoilers die het plezier voor diegenen die het boek nog niet hebben gelezen zou kunnen vergallen.

Zes jaar hebben we erop moeten wachten: enkele weken geleden werd ons geduld beloond toen de opvolger van De Da Vinci Code in de boekhandels verscheen. In 2003 veroorzaakte Amerikaans auteur Dan Brown (°1965) een kleine aardverschuiving in de charts door dit boek, dat ontelbare weken aan de top genoteerd stond, en waarvan vandaag wereldwijd zo een 80 miljoen exemplaren in 40 verschillende talen zijn verkocht. Een ietwat flauwe verfilming volgde spoedig. De Da Vinci Code heeft mislukte singer-songwriter Dan Brown niet alleen rijk en beroemd gemaakt maar hem ook in het middelpunt van allerhande controversies geplaatst. Kennelijk vond het Vaticaan het noodzakelijk in een persbericht mee te delen dat Jezus Christus nooit iets met Maria Magdalena heeft gehad, laat staan dat er een nageslacht uit is voortgekomen; dit was één van de kerngegevens uit het boek. Het was ook omwille van die passage’s dat Michael Baigent, Richard Leigh en Henry Lincoln, auteurs van Heilig Bloed en de Heilige Graal, Brown een proces aandeden wegens plagiaat. Het was immers in dat laatste, non-fictie boek dat de vermeende historie van de nazaten van Christus uit de doeken werd gedaan. Uiteindelijk werd Brown in het gelijk gesteld: hij had immers fictie geschreven, gebaseerd op non-fictie, zonder effectief te plagiëren. Afgezien hiervan was en is De Da Vinci Code een spannend boek, vol met kryptische verwijzingen die in de loop van het verhaal moeten worden ontcijferd, achtervolgingen, een herkenbare en wereldberoemde setting (het Louvre! Rosslynchapel!) booswichten en een storyline die balanceert tussen feiten en verzinsels. Je zou voor minder beginnen te denken dat Brown meer doet dan enkel een verhaal vertellen.

De verwachtingen voor de opvolger waren bijgevolg hooggespannen. In welk netelig web van intriges ging hoofdpersonage en Dan Brown’s alter ego Robert Langdon nu weer verzeild geraken? Brown zelf gaf aan dat de (Amerikaanse) vrijmetselarij het centrale gegeven zou worden en dat het boek The Solomon Key als titel meekreeg. Publicatie was gepland in de zomer van 2007. Enkel de verwijzing naar vrijmetselarij en de nieuwe Dan Brown was trouwens voor ondergetekende voldoende argument om voor Pearson de Nederlandse versie van Freemasons for dummies te maken. De lezer van The Solomon Key zou bijgevolg meteen hiernaar kunnen grijpen om de waarheid over die maçons te kunnen lezen. Maar helaas! Net zoals Harvard professor in symbolenleer Langdon zijn manuscripten nooit voor de dead line bij zijn uitgever kan indienen, zo wachtte Dan Brown nog eens twee jaar alvorens het boek, nu met als titel The Lost Symbol, op het publiek werd losgelaten. Op 15 september 2009 (15+9+9=33; heeft u hem?), dag van de lancering, gingen al een miljoen exemplaren de deur uit. En was het de moeite waard om zo lang te wachten?

Zonder de plot in details te verraden moet uw dienaar toch bekennen zich aan te sluiten bij de meerderheid van de critici en recensenten: het boek is leuk, aardig, intrigerend, met soms enkele spannende passages maar niet meer dan dat. Dan Brown is geen echte intellectueel. Zijn research lijkt voornamelijk op pseudo-wetenschappelijke of wetenschapspopulariserende literatuur, vol met anekdotes, te komen. De colleges die Langdon en Smithsoniandirecteur Peter Salomon in de loop van het boek geven lijken mij eerder van secundair onderwijsniveau te zijn dan echt universitair, laat staan Harvard. Brown verwijst bijvoorbeeld ook een keertje naar La Divina Commedia van Dante maar uit niets blijkt dat hij dat boek zelf ook wel gelezen heeft. Je hebt als lezer ook niet de indruk dat je bezig bent met De slinger van Foucault van Umberto Eco, om maar iets te zeggen.

Brown is eigenlijk ook geen groot schrijver: zijn dialogen lijken zo uit een Hollywoodblockbuster te komen (“What the hell”, “What the hell is going on” en “What the...” komen maar liefst 24 keer voor), de personages missen diepgang (wat weet je als lezer nu eigenlijk over Office of Security-directeur Inoue Sato, een niet onbelangrijk personage), de geloofwaardigheid is vaak zoek (dat Langdon diezelfde Sato zo gemakkelijk van zijn verhaal kan overtuigen bijvoorbeeld) en door flashbacks en een gefragmenteerde vertelling wordt de vaart in dit boek, dat met 500 pagina’s in Nederlandse vertaling veel te lang is, onderuit gehaald. Bovendien hebben dit allemaal al eens in De Da Vinci Code gelezen: Robert Langdon die tegen zijn zin in een levensgevaarlijk avontuur terecht komt, het ontcijferen van codes die tot andere codes leiden – met als einddoel de vindplaats van een verborgen ‘schat’, de schurk van dienst die op de ‘verkeerde plek’ wordt geëlimineerd (terwijl hijzelf er natuurlijk van overtuigd is dat hij zich wél op de juiste vindplek van de ‘schat’ bevindt) en waardoor Brown de lezer in alle rust kan meenemen naar de feitelijke finale. Hier in casu de trappen van het Washingtonmonument. Ik blijf het vrij bizar vinden dat a) Robert Langdon als dé grote symbolenspecialist een aantal evidenties niet meteen beseft. Het was nogal wiedes dat het Washingtonmonument, met zijn connotaties naar de vrijmetselarij (niemand soms de Egyptische symboliek van een 169 meter hoge obelisk opgemerkt, nee?), wel degelijk in het boek aan bod moest komen. Alle andere en evidente opties, zoals het Masonic Memorial in Alexandria, de Shrinerstempel en de hoofdzetel van de Schotse Ritus – Zuidelijke Jurisdictie waren al afgevallen. Veel blijft er in Washington DC natuurlijk niet meer over. Het is ook nogal ongeloofwaardig dat b) Robert Langdon in het midden van de nacht, na zelf bijna het loodje te hebben gelegd, een sight seeing krijgt aangeboden van Peter Salomon, die ook haast het zelfde lot was beschoren, een dag eerder zijn hand was kwijtgeraakt en met zowat alle trauma’s uit zijn hele leven in vijf minuten tijd werd geconfronteerd en eigenlijk half dood in een ziekenhuisbed zou moeten liggen. Uiteindelijk is de algehele geloofwaardigheid de achillespees van The Lost Symbol. Als vrijzinnige zou je jezelf nog enigszins kunnen verkneukelen aan het Jezus-en-Maria-Magdalenaverhaal van Da Vinci Code en, met een beetje goede wil, er zelfs enige oprechtheid aan kunnen hechten. Maar om in alle eerlijkheid te verkondigen dat een aantal nitwits die aan ‘noëtische wetenschappen’ doen even grote pioniers zouden zijn als Newton en Einstein krijg je niet verkocht. Toch zeker niet aan een ernstig Harvardprofessor als Langton die zich best bij SKEPP zou aansluiten. Kort samengevat is ‘noetic science’ een mengeling van wetenschap en meditatie; een beetje zoals The Force uit Star Wars. Herinnert u zich Luke Skywalker die in The Empire strikes back door telekinetische kracht een sterrenjager uit het moeras laat opduiken? Dát moet zo ongeveer door de ‘noëten’ wetenschappelijk te verklaren zijn.

De vrijmetselarij komt hier zeer positief naar voren. Brown gaf zelf toe dat hij zijn boek als een soort van oefening zag om hulde te brengen aan de maçonnieke broederschap. In de Verenigde Staten, waar de maçonnerie op een absoluut dieptepunt is qua ledenaantallen, zullen dat zeker graag horen. Maar het gaat in dit boek (haast vanzelfsprekend) enkel over de Amerikaanse vrijmetselarij, die in filosofie en praktijk toch enkele serieuze verschillen met de continentale Europese heeft. Zo gaat Brown er al te zeer van uit dat de hogere graden automatisch op de blauwe volgen. Door een realistische weergave van de inwijdings- en bevorderingsrituelen stelt hij – en samen met hem, zowat alle personages uit het boek – dat de buitenwereld deze sowieso als satanisch, occult, samenzwererig en ander minder fraais gaat interpreteren. Brown veronderstelt dus dat de buitenwereld ofwel nog nooit van vrijmetselarij heeft gehoord ofwel daar automatisch een negatieve connotatie aan verbindt. Maar het maçonnieke geheim, dat in The Lost Symbol ten onrechte met het bewaren van de ‘Oude Mysteriën’ wordt gelinkt (het blijft fictie, nietwaar), bestaat in de Verenigde Staten niet echt. Terwijl je hier al heel wat moeite moet doen om het adres van een plaatselijke loge te vinden, laat staan haar verantwoordelijken en zeker haar agenda, lijken deze zaken aan de andere kant van de plas soms letterlijk uit het straatbeeld af te lezen. Ik heb ooit zelfs baseballpetjes onder ogen gekregen met een passer en winkelhaak erop (en een letter G in het midden) met daarbij het opschrift “Proud to be a Mason”. Afgedankte tempels worden als dusdanig op de immobiliënmarkt gezet. Reclamespots worden op tv uitgezonden om nieuwe leden aan te lokken. En dan zwijgen we nog maar over de weergave van vrijmetselarij in de Amerikaanse popcultuur, van National Treasure tot The Simpsons. De bewering in The Lost Symbol dat de ‘onthulling’ van rituelen en namen van leden een wereldwijde anti-Amerikaanse hetze zal doen lostbarsten is niet alleen erg overdreven; het is ook belachelijk.

Samengevat: is The Lost Symbol een goed boek of niet? Het is in ieder geval geen uitschieter. Zeker niet slecht, indien hij wordt gelezen alsof je naar Revenge of The Fallen of Star Trek aan het kijken bent: verstand op nul dus. Vooral de nieuwsgierigheid van de lezer wordt geprikkeld: je weet immers in grote lijnen hoe het zal aflopen (Robert Langdon die het loodje zal leggen: welnee! De daadwerkelijke ontdekking van de Oude Mysteriën: welnee! De snoodaard van dienst die op een gepaste doch pijnlijke manier aan zijn einde komt: natuurlijk!) maar je wil vooral weten hoe dat alles uiteindelijk in zijn plooien zal vallen. Dat is nog iets anders dan een echt spannend en nagelbijtend verhaal vertellen.

woensdag 19 september 2007

Shriners

Het motto “het leven is al ernstig genoeg” lijkt ook voor de Amerikaanse vrijmetselarij van toepassing te zijn. Amerikanen staan nu eenmaal niet bekend om hun ingetogenheid en bescheidenheid. Op het vlak van de Amerikaanse maçonnerie is dat anders. Niet alleen maken Amerikaanse vrijmetselaars zelden of nooit een probleem van hun logelidmaatschap: ze lopen er soms uitdrukkelijk mee te koop. Ringen met opzichtige passers en winkelhaken, baseball-petjes met de slogan “Proud to be a Mason” en reclameboodschappen op tv – op youtube en andere videosites zijn er meerdere voorbeelden te bekijken – zijn daar helemaal niet eigenaardig. De meest opvallende – en zoals je wil, meest lachwekkende – uiting van Amerikaanse en maçonnieke inspiratie is de Ancient Arabic Order of the Nobles of the Mystic Shrine, kortweg “The Shrine”. “Shriners” behoren tot de één van de grootste en meest populaire para-maçonnieke genootschappen. Iedere shriner is trouwens steeds vrijmetselaar, maar niet iedere vrijmetselaar is een shriner. Shriners zeggen van henzelf dat “(they) are dedicated to fun and fellowship... but with a serious purpose”. Over heel de Verenigde Staten bezitten en beheren ze 22 kinderziekenhuizen, die haast gratis werken.
Maar waar komen die shrines vandaan? In de eerste decennia van de 19e eeuw werd alkohol systematisch uit de maçonnieke tempels verbannen, zodat tegen 1850 zowat iedere Grootloge was drooggelegd. Dat gold niet enkel voor de bijeenkomsten van de blauwe graden, maar ook van de hogere graden. De maçonnieke arbeid werd bijgevolg, zowel letterlijk als figuurlijk, een droge bedoening. In 1870 kwamen enkele New Yorkse broeders regelmatig samen in een plaatselijk restaurant. Het gesprek ging vaak over het gebrek aan amusement in de werkplaats. Eén van hen, een rondreizend acteur genaamd Billy Florence, vertelde op een keer dat hij na afloop van een voorstelling voor een Ottomaans diplomaat in Marseille een licht amusementsstuk bijwoonde. In die periode gebeurde het wel vaker dat ernstig toneelwerk werd gevolgd door een wat luchtigere afsluiter. In dit geval werd er een korte, muzikale komedie opgevoerd over een oud, geheim genootschap, en dat zich ergens in het midden-oosten afspeelde. De acteurs en zangers droegen Arabische kostuums en aan het slot werd het hele publiek ingezworen als leden van dit fictieve genootschap met hoog entertainmentgehalte.
Eén van de andere aanwezigen in het New Yorkse restaurant, dr. Walter Fleming, vond dit een geweldig concept. Samen met de drie andere broeders werd er ter plaatse een soort van mystiek Arabisch en maçonniek ritueel verzonnen. In 1872 werden deze wilde plannen in werkelijkheid omgezet door de oprichting van The Mecca Temple of the Ancient Arabic Order of the Nobles of the Mystic Shrine, met Fleming aan het hoofd als “potentate”. Er werden bijpassende “regalia” gezocht, zoals de Marokkaanse fez met zwarte kwast, met daarop een juweel samengesteld uit een halve maan, een vijfpuntige ster, een zwaard en een sfinksenhoofd.
In de eerste jaren bleef The Shrine vrij beperkt van omvang. Maar vanaf 1876, met nieuwe, uitgebreide inwijdingsritualen, de invoering van een verzonnen geschiedenis en een intensieve PR-campagne, ging het het genootschap voor de wind. In 1890 waren er 50 shrinetempels in de Verenigde Staten en Canada met 7 500 leden; in 1900 waren er dat al 79 met 50 000 leden. Symboliek en intellectuele diepzinnigheid moest er niet worden verwacht: daarvoor diende de “normale” werkplaats. Drank, eten, sigaren en andere vormen van gezelligheid des te meer.
In de nasleep van een polio-epidemie in 1919 besliste The Imperial Grand Council – het hoofdbestuur van The Shrine – om een eerste kinderhospitaal te bouwen. Patiënten onder de 14 jaar, en later onder de 18 jaar, wiens ouders een ziekenhuisopname niet konden betalen, werden gratis behandeld, ongeacht religie, huidskleur of nationaliteit. Vandaag besteden de shriners, aan de hand van schenkingen, lidgelden en liefdadigheid, dagelijks $ 1 600 000 aan de instandhouding van hun 22 kinderziekenhuizen.
Shrines hebben een inwijdingsritueel met veel dramatiek, waarbij de kandidaat “het hete woestijnzand” moet doorkruisen. Shrinetempels of Shrinecentra, zoals ze meestal vandaag worden genoemd, zijn zeer groot in omvang, zodat vaak honderden tot duizenden leden tegelijk aanwezig kunnen zijn. Vaak zijn er maar enkelen per Amerikaanse staat. Iedere tempel heeft zich daarom opgedeeld in clubs of eenheden, gebaseerd op persoonlijke interesses of hobby’s. Zodoende kunnen tempels opgedeeld zijn in eenheden van motorrijders, old-timereigenaars, fanfaremuzikanten, clowns en schilders – de mogelijkheden zijn eindeloos. Shriners organiseren parades, met heuse verkleedpartijen, en rondtrekkende circussen, met als doel zoveel mogelijk schenkingen te kunnen ontvangen... en plezier te beleven.

woensdag 18 april 2007

Recensie Vrijmetselarij (MacNulty)

Vanuit een angelsaksisch perspectief schreef W. Kirk MacNulty vorig jaar een omvangrijk boek dat onlangs vertaald als Vrijmetselarij. Symbolen, geheimen, betekenis verscheen. Nu is "schreef" misschien niet het correcte werkwoord. "Stelde samen" zou beter klinken. Het boek is immers één grote fotocollage, en de tekst is vaak niet veel meer dan veredelde en wat uitgebreidere onderschriften. Het zijn wel mooie foto's van tempels en regalia en reproducties van oude prenten en boeken. Dat levert soms bizarre afbeeldingen op: op p.12 is er bijvoorbeeld een foto uit de Anglo Saxon Lodge, waar de broeders zich verkleed hebben als koning Salomo en zijn gevolg, compleet met valse harnassen, pruiken en nepsnorren. 
Losstaand van deze honderden foto's voldoet het boek op geen enkel moment aan haar subtitel. Wat vrijmetselarij precies is en hoe het zich sinds de 18de eeuw concreet heeft ontwikkeld, rekening houdend met regionale, nationale en continentale verschillen, wordt zeer summier behandeld. Eigenlijk is dit boek overbodig voor diegenen met al enige achtergrondkennis van de materie, terwijl geïnteresseerde leken verloren lopen in de stortvloed aan illustraties en het niet-expliciet uitleggen van typisch maçonnieke principes en structuren. 
Vanaf de tweede zin op de eerste pagina van de inleiding loopt het al mis: "Het is niet moeilijk een definitie van de Orde te geven. De vrijmetselarij is een seculiere broederschap die traditioneel alleen toegankelijk is voor mannen. (...) Vrijmetselarij is geen religie, maar een genootschap van religieuze mannen,in die zin dat ze van haar leden verwacht dat ze geloven in het bestaan van een opperwezen." Vervolgens passeren tempeliers, rozenkruisers en andere al dan niet gemythologiseerde groeperingen de revue. Vermeende vrijmetselaars of maçonnieke symbolen worden willes nilles bij de zaak betrokken: op p.285 wordt de Eed van de Horatii van Jacques-Louis David "een zinspeling op de eed van de vrijmetselaars" genoemd, omdat de schilder "als enthousiast aanhanger van de Franse Revolutie" vrijmetselarij zou zijn geweest, temeer omdat de Orde "in die tijd in Frankrijk veel aanhang had". 
Op historisch vlak slaat MacNulty de bal helemaal mis. Zo zijn volgens hem Kerk en vrijmetselarij in de loop van de 20ste eeuw weer de beste maatjes geworden. MacNulty's verklaring voor het niet-opnemen van vrouwen is echter de meest absurde die ik ooit heb gelezen: "Waarom vrouwen werden uitgesloten is niet bekekend, maar zeker is dat de vrouw in de 17de en 18de eeuw een heel andere sociale rol had dan de man. Misschien had het ook iets te maken met de in die tijd wijdverbreide angst voor heksen - heksenverbrandingen waren aan de orde van de dag. Omdat heksenkringen vrouwelijk waren is het denkbaar dat de Orde, die er al van werd verdacth zich bezig te houde met zaken die het daglicht niet konden verdragen, vrouwen van lidmaatschap uitsloten om te voorkomen dat ze ook nog zouden worden beschuldigd van hekserij." (p.219). In de bijlage tenslotte wordt een adressenoverzicht geboden van nationale Obediënties: voor België is de volgorde RGLB, VGLB, GOB en GLB. Le Droit Humain? Nooit van gehoord. Ook niet wat de (erg onvolledige) adresgegevens voor Frankrijk betreffen. Het mag bovendien niet verbazen dat de gebruikte literatuur een lachertje is. Conclusie: enkel kopen om de plaatjes, anders best met een wijde boog omheen wandelen. 
MACNULTY (W. Kirk). Vrijmetselarij. Symbolen, geheimen, betekenis. Haarlem, Altamira-Becht, 2006, 320 p. + ill., € 35.