Alles over vrijmetselarij en genootschappen: geschiedenis, reviews, weblinks.

maandag 23 januari 2012

nieuw boek Hervé Hasquin

Professor Hervé Hasquin, historicus van de vrijmetselarij aan de ULB (en een legislatuur lang Minister-President van de Franse Gemeenschapsregering) heeft een boek gepubliceerd over de recente verhoudingen tussen Katholieke Kerk en vrijmetselarij in België. In afwachting van mijn eigen recensie kan je er La Libre Belgique al op naslaan. 


Update 30 januari:
Op dinsdag 31 januari om 19u30 geeft Hervé Hasquin een uiteenzetting over zijn boek in La Louvière, Maison des Associations, place Jules Mansart. Toegang is 2 of 4 euro. Meer info bij reniergodaux@skynet.be of op 0497 52 58 16. 



vrijdag 20 januari 2012

Beeldvorming over vrijmetselarij in de jaren '70 en '80

Wie de geschiedenis van de vrijmetselarij bestudeert komt uiteindelijk steeds terug op twee vragen: wat is de sociale en professionele achtergrond van de leden en wat is de beeldvorming van de buitenwereld ten aanzien van de vrijmetselarij? In de jaren ’70 en ’80 – heel lang geleden dus: de Sovjetunie bestond nog – hielden een tweetal enquêtes zich met dezelfde kwesties bezig. In 1970 bouwde Dirk de Schampheleire er zijn masterpaper rond; toen heette dat nog ‘licentiaatsverhandeling’. De Schampheire was laatstejaars student psychologie aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij ondervroeg 141 studenten van de VUB, 88 van de RUG, 111 van de KULeuven, alsook 114 niet-studerende Antwerpenaren. Er werd aan de ondervraagden geen persoonlijke mening over de vrijmetselarij gevraagd. Wel vroeg hij of ze bepaalde verhalen, die erover de ronde deden, kenden en of ze daarvan een korte samenvatting konden geven. ‘Er wordt gezegd dat...’ bleek in belangrijke mate verantwoordelijk te zijn voor het (negatieve) imago van de vrijmetselarij. Op de eerste plaats bleven velen geloof hechten aan de satanistische inslag van de vrijmetselarij. Een aantal ondervraagden geloofden dat de vrijmetselaar bij zijn inwijding een soort van contract met zijn eigen bloed moest ondertekenen; zo verkocht hij eigenlijk zijn ziel aan de duivel. Eens ingewijd was het voor hem dan ook onmogelijk om ooit nog de loge te verlaten; sommigen dachten zelfs dat ongehoorzaamheid of uittreding met de dood werden bestraft. Zelfs aan het sterfbed werd een priester toegelaten. Anderen zagen de duivel in eigen persoon in de werkplaatsen verschijnen. Zo was er het verhaal van een KUL-studente, die ooit van haar leraar godsdienst gehoord had van een priester die in een logebijeenkomst was binnengeraakt. De duivel zou daar normaal verschenen zijn. Dit gebeurde toen niet, omdat de duivel wist dat er een ongewenst persoon in de tempel aanwezig was. Toen de priester terug thuiskwam, zag hij dat zijn missaal opgebrand was. 
Een ander punt van kritiek was de geheimhouding. Door allerlei symbolen zouden de broeders elkaar wel kunnen herkennen, bijvoorbeeld door drie gebrandmerkte puntjes tussen duim en wijsvinger. Sommige ondervraagden zagen de maçonnieke bijeenkomsten als iets barbaars of onzedelijk en godslasterend; dit waren momenten waarop complotten gesmeed werden. Een persoon ging zelfs zo ver dat hij de vrijmetselarij met de bokkerijders verbond. 
De verhandeling van Dirk de Schampheleire maakte duidelijk dat bepaalde clichés omtrent de vrijmetselarij zonder meer aanvaard worden of werden. Hou in het achterhoofd dat het merendeel van de ondervraagden kort na de Tweede Wereldoorlog werden geboren, vóór de grote ontkerkelijking, (de enquête werd in de loop van academiejaar 1969-’70 afgenomen) en dat al die personen nu op zijn minst tot de leeftijdsgroep van de zestigers behoren. Het cliché van de duivel die in de loges verschijnt leeft daar zeker nog: ik merk dat telkens opnieuw bij senioren. In alle gevallen volgt daarop de reactie van ‘Dat werd ons indertijd toch verteld’.
Welke associaties maakten de ondervraagden dan met vrijmetselarij? De antwoorden zijn bijna altijd ‘geheim’, ‘broederschap’, ‘Verlichting’, ‘macht’, ‘Illuminati’ of ‘netwerk’. Haast niemand komt erop om vrijmetselarij op de eerste plaats met ‘loge’ of ‘inwijding’ te associëren. De associatie ‘sekte’ wordt ook niet gemaakt, maar dat heeft eerder te maken met de cultureel gevormde achtergrond van de doorsnee Amarant-cursist.
Klik hier voor nog meer samenzweringen.
Ten tijde van Dirk de Schampheleire gingen globaal gezien de meeste ondervraagden er van uit dat de vrijmetselarij een soort select gezelschap van allerlei hooggeplaatste personen was, en dat zij achter de schermen van de samenleving de bevelen zouden uitvaardigen. Zowel op financieel, economisch als politiek vlak zouden zij gezagdragend zijn. Velen beschouwden de vrijmetselarij als een soort van springplank. Door vriendendienstjes en nepotisme zou de individuele vrijmetselaar vrij gemakkelijk tot de hoogste maatschappelijke regionen kunnen doorstoten. Samengevat werd de vrijmetselarij in veel gevallen bekeken als een ‘geprivilegieerde clan’. En dat terwijl er binnen het Grootoosten van België zich voornam om dit negatief beeld bij te sturen. In 1965 verkondigde het GOB dat ‘steeds met het oog op de toekomst moeten wij ons aan de jeugd, vooral aan de vrijzinnige jeugd, interesseren om ook haar meningen en graad van informatie over de vrijmetselarij te kennen.’ Dat vertaalde zich begin jaren ’70 in de maçonnieke brochure voor groot publiek Verhaaltjes die over de maçonnerie de ronde doen, geschreven door een naamgenoot: Marcel de Schampheleire. Dat is trouwens de man die de 3 volume tellende Geschiedenis van de Belgische vrijmetselarij sinds 1830 naar aanleiding van 150 jaar GOB bij elkaar schreef: deze publicatie is in principe enkel maar voor vrijmetselaars toegankelijk. 
Een tweede enquête werd in 1986 gehouden in opdracht van het Interuniversitair Instituut voor Opiniepeiling (UNIOP). De resultaten werden, onbecommentarieerd in de brochure De vrijmetselarij doorheen de publieke opinie weergegeven. Deze enquête was het resultaat van 2.144 ondervragingen van een gelijk aantal Belgen van 18 jaar en ouder. Deze personen stamden uit alle lagen van de samenleving. Er werden tweeëntwintig vragen gesteld. De resultaten waren in zekere mate te verwachten. ‘Vrijmetselarij’ werd op de eerste plaats geassocieerd met een geheim genootschap (27%) of een filosofische vereniging (22%). Sommigen meenden te spreken van een sekte (11%) een drukkingsgroep (8%) of zelfs een gemeenschap van ontucht of een terroristische groep (beiden 1%). Ter herinnering: de affaire rond de Italiaanse P2-loge stond in 1981 in de belangstelling om feiten die enkele jaren eerder waren gebeurd. Voor 31% is de belangrijkste activiteit van een vrijmetselaarsloge de dienstverlening aan derden. Toch is voor 20% het uitoefenen van politieke druk een niet te onderschatten bezigheid, net zoals de controle over bepaalde onderdelen van de economie (13%) en de financiën (10%), of het organiseren van orgieën en aanslagen (beiden 2%). 56% dacht trouwens dat de vrijmetselaars een reële macht hadden, en dan voornamelijk in de politiek (60%), de financiën (55%) en de economie (47%). Bepaalde Belgische politici scoorden bijzonder hoog in deze enquête. Velen meenden in de liberale kopstukken Jean Gol (waar), Willy De Clercq (waar), Guy Verhofstadt (niet waar) en Herman De Croo (niet waar) vrijmetselaars te zien (respectievelijk 17, 15, en twee keer 13%). Ook hoog aangeschreven waren Guy Spitaels (11%), maar ook Paul Van den Boeynants (11%), Charles Ferdinand Nothomb (7%) en in mindere mate Mark Eyskens, Leo Tindemans en Wilfried Martens (5, 4 en 4%). Voor 58% speelden de maçonnieke activiteiten een grote rol in de PRL (vandaag MR), of voor 49% in de PVV (vandaag Open VLD) en 33% voor de PS. De PSC (vandaag cdH) stond met 31% al op de vierde plaats, en scoorde daarbij 4% beter dan de SP (vandaag sp.a).
63% van de ondervraagden stond trouwens totaal onverschillig ten opzichte van de vrijmetselarij; 22% toonde zich in haar ideeëngoed geïnteresseerd, en slechts 5% was hen echt werkelijk vijandig gezind. Niemand maakte nog de link met het satanisme: de tijden waren duidelijk veranderd. 

dinsdag 17 januari 2012

Rik Van Aerschot (1928-2012)

Op 15 januari overleed Rik Van Aerschot; het nieuws is zopas bekend gemaakt. Generaties VUB-studenten kennen Van Aerschot als de 'eeuwige' Voorzitter van de Raad van Bestuur, de man die samen met de Rector en de Algemeen Directeur de leiding van de universiteit op zich nam. Maar in werkelijkheid was hij 'maar' 12 jaar in die functie, van 1990 tot 2002. Onvergetelijk waren zijn optredens op het jaarlijks Vrijzinnig Zangfeest, waar hij voor een bomvolle zaal met joelende studenten in klak en t-shirt met dubbelzinnig opschrift op het podium verscheen. Het duet met rector Els Witte tijdens de editie van 1997 ('Er is een gat in de begroting dear Elsie, dear Elsie' / 'Tis de schuld van den Dillemans dear Henri, dear Henri')! Wie daar trouwens een geluidsopname van heeft mag mij die altijd bezorgen. En dan het jaar daarna, toen hij als volleerd zaalopwarmer diezelfde Witte vanuit de coulissen op het podium riep. Dat was trouwens de enige keer in mijn hele tijd aan de VUB dat ik Els Witte echt gegêneerd heb gezien. Niet veel later, onmiddellijk na mijn afstuderen, zou ze mijn promotor en directe baas worden. 
Van Aerschot was jurist, maar voor het grote publiek de man achter prins Laurent. Maar ook dat was geen eeuwig gegeven: pas in 1993 zouden elkaar voor het eerst ontmoeten. Als adviseur trad Van Aerschot soms op het voorplan om de prins te verdedigen, wanneer de publieke opinie of de pers hem weer in het vizier had. Overtuigd vrijzinnig was hij ook enige tijd voorzitter van het Humanistisch Verbond - het leek soms alsof de man van elke vereniging of organisatie waar hij zich aansloot voorzitter of afgevaardigd beheerder was. 
Van Aerschot was ten slotte ook vrijmetselaar, Grootmeester van de Grootloge van België in de jaren '80, min of meer op hetzelfde ogenblik als VUB-rector Sylvain Loccufier, die op dezelfde verdieping in gebouw M kantoor hield, Grootmeester van het Grootoosten van België was. Zodoende is een van de hardnekkige verhalen rond prins Laurent diens logelidmaatschap, uiteraard onder invloed van mentor en vriend Van Aerschot. Echt aannemelijk is dit niet, maar probeer het tegendeel eens te bewijzen. Weinig geweten is dat Van Aerschot mede ook aan de basis lag van Lithos Confederatie van Loges, opgericht in 2006.
Enkele jaren geleden gaf Mark Heirman een uiteenzetting in het Vrijzinnig Ontmoetingscentrum van Vilvoorde over diens boek Het Opus Dei en de Loge. De zaal zat vol. Heirman sprak bijzonder bevlogen over het Opus Dei en de waarden van de democratie, maar veel minder over de vrijmetselarij, waar hij duidelijk minder in thuis was. Rik Van Aerschot zat op de rij voor mij. Achteraf stond hij met een aantal mensen in een hoekje van de ruimte na te praten, op gedempte toon. "Hij snapt er niets van" hoorde ik een van hen zeggen. 
Het overlijden van Rik Van Aerschot is ongetwijfeld een groot verlies voor zowel de vrijmetselarij, de vrijzinnigheid als de Vrije Universiteit Brussel en  hij was de illustratie van een vervlogen tijd waarin deze drie entiteiten in elkaar vervlochten waren. 


Toegevoegd zijn hier enkele links over Rik Van Aerschot en prins Laurent.





Een man, een woord
Trouw aan zichzelf is afgereisd naar het Eeuwig Oosten
em. prof. dr Rik Van Aerschot
Echtgenoot van Angelina Droeshout
Scherpenheuvel 18-10-1928 ~ Liedekerke 15-1-2012
Jan Van Aerschot
zijn zoon
Ariane & Tom Carlier - Van Heddegem
Reggy & Elke Carlier - van Koppen
zijn stiefkinderen
Begroeting: 22-1-2012, 15-17u,
funerarium, Populierenlaan, Liedekerke
Crematie: 23-1-2012, 13u, crematorium Lochristi
Dit bericht geldt als enige kennisgeving
Rouwadres: Heuvelkouterweg 32, 1770 Liedekerke

maandag 16 januari 2012

Recensie Geheim Den Haag

Vorig jaar verscheen het aangename boekje Geheim Den Haag. Vrijmetselaarstempels en andere esoterische gebouwen in Den Haag rond 1900 van Andréa Kroon en Audrey Wagtberg Hansen. Kroon is zelfstandig kunsthistorica en doctoranda aan de Universiteit Leiden en voorzitster van de Stichting OVN (Onderzoek naar Vrijmetselarij in Nederland) die wetenschappelijke research naar vrijmetselarij wil stimuleren en begeleiden. Beide auteurs vormen de kern van het in Den Haag gevestigde Kroon & Wagtberg Hansen, die op bestelling of in opdracht kunsthistorische projecten, conservatorschappen, inventarisaties en diens meer uitvoeren: de geschikte personen dus om de achterkamers van Den Haag in kaart te brengen. 
Vertrekpunt is de vrijmetselarij: sinds jaar en dag is de officieuze Nederlandse hoofdstad ook de zetel van de Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden, dat tot nader orde het pand aan de Prinsessegracht 27 bewoont. In het voormalig koetshuis achteraan het gebouw bevindt zich het Cultureel Maçonniek Centrum Prins Frederik met een (bescheiden) vrijmetselaarsmuseum maar een indrukwekkende archief- en bibliotheekcollectie. De wereldberoemde Kloss-bibliotheek wordt er onder meer bewaard. De toekomst van het CMC in Den Haag is niet zeker: stemmen gaan op om te verhuizen naar Utrecht of zelfs naar Bilthoven, wat in het recente verleden - absoluut terecht - Andréa Kroon moord en brand deed uitroepen. Het lijkt mij ook niet echt logisch om de cultuurhistorische band van de Nederlandse vrijmetselarij met Den Haag door te knippen, temeer omdat in de stad alle mogelijke archieven, bibliotheken en cultuurinstellingen op wandelafstand van elkaar liggen. 
Fluwelen Burgwal 22: de gevel toch.

Het zou trouwens niet de eerste keer zijn dat de Nederlandse vrijmetselaars een pand verloren laten gaan. De Prinsessegracht is immers maar een flauw afkooksel van de Fluwelen Burgwal, waar zich op nummer 22 een gebouwencomplex bevond dat de benaming Freemasons' Hall waardig was. Bevond, want vandaag staat enkel nog de geklasseerde gevel recht. De rest van het generatiesoude complex viel een kleine twintig jaar geleden onder de sloophamer ten voordele van kantoren. Monumentenzorg reageerde niet of veel te laat. Het doet denken aan de wraakroepende sloop van de Egyptische vrijmetselaarstempels in de Meistraat in Antwerpen begin jaren '80. 
Na het beperkte overzicht van de maçonnieke gebouwen - of gebouwen met en maçonnieke achtergrond of ontstaansgeschiedenis - wordt het boekje pas echt interessant. Er wordt dan overgegaan naar verwante broederschappen (even kort over het Leger des Heils en de Odd Fellows) en vervolgens de panden met een spiritualistische achtergrond. En dat is best letterlijk te nemen: het moet in Den Haag anno 1900 bijzonder druk geweest zijn door al die geesten die via mediums met regelmaat opdoken. Opvallend was dat vooral de hogere klasse zich met dit soort zaken bezig hield; het was precies ook datzelfde deel van de samenleving dat met regelmaat naar de loge ging. Vandaag zouden we geestesoproeping eerder in de regionen van astro.tv en andere oplichters gaan zoeken, maar een dikke eeuw geleden was het niveau toch iets hoger. Het bleef evenwel onzin, maar ten minste goed verpakte onzin. De lezer mag zich dus verwachten aan een reeks van panden - waarvan sommigen gesloopt - waar mediums zich ophielden of performances gaven. Dit deel van het boekje geeft vooral een goed beeld van wat er zoal binnenskamers van de elite leefde, en biedt de lezer een goed onderbouwde en hoogst amusante tekst om te lezen. Het is fascinerend te zien dat intellectuelen zoals Arthur Conan Doyle  - die even wordt vermeld - oprecht geloofde in foto's met afbeeldingen van geesten en elfen. Mij deed dit in elk geval op meer dan een moment denken aan de verhalen van voormalig scheepsarts Karl Hacks, die als dr. Bataille in het rechtstreeks kielzog van Léo Taxil in diezelfde periode 'getuigenissen' noteerde over spiritualisme in de vrijmetselaarsloges, waar in de naam van de Antichrist de duivel Moloch werd aanroepen: hierop werd een tafel op mysterieuze wijze naar het plafond van de logetempel getild, viel weer neer en veranderde in een gevleugelde krokodil, die vervolgens achter de piano kroop en een aangenaam deuntje begon te spelen. En ook dit soort fantastische en volledig verzonnen verhalen werden in die jaren door tal van mensen voor waar aangenomen. 
Geheim Den Haag behandelt vervolgens de theosofische en antroposofische genootschappen. De theosofie had rond 1900 internationaal gezien wel enige aanhang: Helena Blavatsky beweerde dat aan iedere religie een esoterische wijsbegeerte aan de basis lag, die haar oorsprong kende in de Himalaya. Anders gezegd: theosofie stelde een vermenging van zowat alle geloofsovertuigingen voor, overgoten met een esoterische en spirituele saus en die uiteindelijk zou leiden naar de ultieme kennis. Via de theosofie kom je in het vaarwater van Annie Besant, die op haar beurt een sleutelfiguur in de gemengde vrijmetselarij van Le Droit Humain zal worden. Besant zal in 1908 het voorzittersschap van Le Droit Humain en de Theosophical Society combineren. De theosofie had invloed op kunstenaars, intellectuelen en academici - opnieuw hetzelfde publiek van de vrijmetselaarsloge. Bijzonder interessant is hierbij het complex aan De Ruijterstraat uit 1916, waar zowel de theosofen als de vrijmetselaars in werkplaatsen samen kwamen. Het gebouw kan worden gezien als een Gesamtkunstwerk, zowel wat bouwmaterialen, technieken als decoratie betreft. Later zouden er ook de rozenkruisers er hun bijeenkomsten houden. Het pand is (voorlopig) nog niet beschermd. De antroposofie vormt een ietwat ander verhaal, met als kernfiguur Rudolf Steiner. Steiner werd zowat door alle voorgaande wereldbeelden beïnvloed, inclusief de vrijmetselarij, hoewel een bepaalde bron mij ooit erop wees dat de man het voorwoord zou hebben verzorgd van de eerste uitgave van Karl Heise's  Entente-Freimaurerei und der Weltkrieg, een Oostenrijks antimaçonniek pamflet uit 1919. Maar dat zou ik nog moeten checken. 

Het boekje is bijzonder mooi geïllustreerd en kan ook worden gebruikt als een stadsgids, hoewel niet alle nog vermelde panden nog bestaan. Eigenlijk is de tijdsafbakening gegeven door de auteurs in de titel niet helemaal correct: gebouwen en situaties tot een stuk in de twintigste eeuw worden er besproken, bijvoorbeeld de fantastische Rudolf Steiner Kliniek op de Nieuwe Parklaan. Ook kerkgebouwen worden in het boek opgenomen, iets wat ikzelf niet meteen als 'geheim' zou klasseren, tenzij het om Opus Dei zou gaan. Jammer dat het druk-technisch soms misloopt: bepaalde foto's zijn erg onscherp (ze hebben gewoon te lage resolutie om af te drukken), maar dat doet weinig afbreuk aan de algehele kwaliteit van het werk - zeker omdat de auteurs er toch wel wat tijd en moeite in hebben gestoken: eindnoten en bibliografie tonen dat goed aan. Auteurs zijn specialisten ter zake die het boekje ook terecht laten eindigen met een oproep om zorgzaam met erfgoed om te springen. Zo wordt het geheel naar een hoger niveau dan de doorsnee cultuur-historische stadsgids getild. 


Kroon (A.A.), Wagtberg Hansen (A.). Geheim Den Haag. Vrijmetselaarstempels en andere esoterische gebouwen in Den Haag rond 1900. Den Haag, De Nieuwe Haagsche, 2011, 272 p., pocket, hard-cover, € 14,95

zondag 15 januari 2012

Franse presidentskandidaten bij het Grootoosten

Een van de veelgehoorde argumenten tegen de vrijmetselarij is de schijnbare verwevenheid - of op zijn minst: het netwerk - tussen loge en politiek. We kunnen ze allemaal opnoemen, de vrijmetselaars die politiek mandaat uitoefenen, gaande van een premier van PS-signatuur, een eurocommissaris die ooit minister van Buitenlandse Zaken was en een Gentse N-VA'er die tot voor een paar jaar op de VRT-nieuwsdienst werkte. En zo kunnen we nog even voortgaan. Tussen haakjes: Guy Verhofstadt, Frank Vandenbroucke en Herman De Croo - ook niet de minste namen - zijn geen vrijmetselaars. 
Zowel in de reguliere als irreguliere vrijmetselarij geldt de regel dat tijdens de zittingen niet over politiek of religie mag worden gesproken. Een bouwstuk in de loge kan dus over vanalles en nog wat gaan, maar niet over die twee thema's: dan zou je als spreker stelling innemen die je, gewild of ongewild, gaat moeten verdedigen bij je toehoorders. En dat is precies niet de bedoeling van zo een bouwstuk. Maar dit neemt niet weg dat een werkplaats over een uitgesproken signatuur kan beschikken. Sommigen zou je gerust rechts-liberaal kunnen noemen, anderen deïstisch, en nog anderen zien het hoogste heil in het correct uitrollen van het logetableau aan het begin van de bijeenkomst. In de Franse vrijmetselarij liggen de kaarten ietwat anders. Twee dingen vallen daar op: ten eerste zijn er zowat 30 obediënties voor een 160.000 vrijmetselaars. Ter vergelijk: in België zijn er 6 voor 24.000. De grootste koepel van blauwe loges is het Grootoosten van Frankrijk met 50.000, op papier exclusief mannelijke, leden (men wil nogal van deze regel afwijken). Het GODF wordt op de voet gevolgd door de in opspraak gekomen Grande Loge nationale française, die enkele maanden geleden door verschillende buitenlandse koepels - waaronder UGLE - haar regulariteit werd ontnomen. Tussen GODF en GLNF bestaat er de nodige concurrentie of zelfs rivaliteit over wie van beiden nu de echte ware vertegenwoordiger is van de vrijmetselarij in de Republiek. Want als er een ding is waar zowat alle Franse koepels het over eens zijn dan is het wel over de waarden van de Franse Republiek. Je kan dat in veel facetten zien: zo hebben de loges vaak een maçonnieke Marianne. Dat is min of meer dezelfde vrouwenbuste die je in ieder Frans gemeentehuis ziet, maar dan gedrapeerd met een maçonniek borstlint. Met regelmaat gaan de Grootmeesters van de grootste irreguliere koepels op audiëntie bij de Franse president. Tot dusver viel deze van de GLNF buiten de boot, kennelijk tot groot ongenoegen van Grootmeester François Stifani.  
Naar aanleiding van de naderende presidentsverkiezingen organiseert het GODF een reeks van blanke zittingen waar de verschillende kandidaten hun visie op de Republiek, en het ambt dat zij wensen te vervullen, mogen uiteenzetten. Echt vernieuwend is dit niet want in het verleden gingen de tempeldeuren al open voor zowel Nicolas Sarkozy, Jacques Chirac als Ségolène Royale en Lionel Jospin. 
Anders dan bij de blanke zittingen in België worden in Frankrijk schootsvellen en andere regalia gedragen. De bijeenkomsten vinden telkens plaats in de grote tempel Arthur Groussier in de rue Cadet in Parijs (800 zitplaatsen), en staan enkel open voor vrijmetselaars. Afgelopen dinsdag was het de beurt aan Eva Joly van de Franse groenen aan de beurt om haar republikeinse idealen aan een toch niet onbelangrijke groep van kiezers of sympathisanten voor te stellen. Enkele weken geleden waren onder meer François Bayrou en François Hollande aan de beurt. Enkel Marine Le Pen is niet welkom. 
Of zittend president Sarkozy dit keer ook op zo een blanke zitting zal verschijnen is maar de vraag: tot nu toe heeft het Elysée niet op de uitnodiging geantwoord. Sarkozy zelf houdt meer van een andere formule: die van een groots banket met vertegenwoordigers van zoveel mogelijk obediënties, en niet alleen met het GODF. Deze aanpak bleek alvast in 2007, bij de vorige presidentsverkiezingen, erg succesvol te zijn - althans voor Sarkozy. 
Maar de andere obediënties vinden de voordrachtenreeks van het GODF, politiek gezien, toch een stap te ver. Vergelijkbare initiatieven worden bijvoorbeeld bij de 30.000 leden tellende Grootloge van Frankrijk als de Vrouwengrootloge van Frankrijk (13.000 leden) als ondenkbaar en onwensbaar geacht. En ook bij het GODF was ooit de - intussen lang vergeten - regel geldig om actieve politici in de loge niet aan het woord te laten in tijde van kiescampagnes. 
Wie de uiteenzetting van PS-presidentskandidaat Hollande eens wil bekijken kan dat doen via het videokanaal van het GODF. 
Zie ook het artikel bij Journal de Dimanche. 

zaterdag 14 januari 2012

vrijmetselarij in België in cijfers

In het boekje Vrijmetselarij dat in 2009 bij Luster verscheen - en waarvan al 4600 exemplaren over de toonbank gingen - vermeld ik per obediëntie het aantal leden. Ongeveer 2,5 jaar zijn de cijfers voor alle koepels opnieuw toegenomen. Even een overzicht:

- Het Grootoosten van België telde tot voor kort net geen 10.000 leden. Vandaag zijn dat er 10.100, met 110 loges. Dat is er eentje meer dan in 2009. 81 werkplaatsen zijn Franstalig, waarvan er 3 in Vlaanderen (Les Amis du Commerce et La Persévérance réunis in Antwerpen, Les Vrais Amis in Gent), 28 zijn  Nederlandstalig en eentje tweetalig (Trois Niveaux in Oostende). 
Een aantal loges zoals het Kortrijkse L'Amitié is trouwens pas in 1971 op het Nederlands als voertaal overgeschakeld. Bijna alle GOB-loges werken volgens de Moderne Belgische Ritus; een enkeling gebruikt de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus (de Nederlandstalige werkplaats De Vier Ghecroonde in Brussel,  La Voûte étoilée in Hoei en Acacia in Gent).

- Droit Humain staat qua ledenaantallen op de tweede plaats. De DH-loges zijn gemengd, maar in totaal zijn 2/3 van haar leden vrouwen. De obediëntie is op korte tijd erg gegroeid: van ruim 6500 naar 7000 leden, oftewel van 96 naar 98 werkplaatsen (70 Franstalig, 25 Nederlandstalig en 3 tweetalig). De gangbare ritus is deze van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus. Bij DH is er geen opsplitsing tussen de blauwe en de hogere graden: leden kunnen van de leerlingengraad tot de 33e doorgroeien zonder van koepel of van ritus te moeten veranderen. Dat DH nog steeds groeit is enigszins verrassend, gezien de 'concurrentie' met Lithos. Deze conferederatie van gemengde loges ontstond immers als reactie op de stugheid van de DH-administratie. 

- De Grootloge van België is, net als het GOB, in de kern vrijzinnig maar gebruikt wel de Opperbouwmeester van het Heelal als symbool. Haar ledenaantal is min of meer met 3700 leden hetzelfde gebleven, maar is wel van 61 naar 60 loges gegaan, plus de studieloge Trigonum Coronatum in Antwerpen. Ook hier is het merendeel van de werkplaatsen Franstalig. Kijken we langer in tijd dan zou je zien dat ook de GLB een enorme groei heeft gekend: in de jaren '70 waren er een 30-tal loges, en tien jaar geleden waren dat er 50. 

- De Vrouwengrootloge van België, die qua filosofie het dichtst bij de GLB aansluit, ging van 1800 naar 2000 leden. Er zijn vandaag 44 werkplaatsen: een stijging van 8 vergeleken met 2008-2009: 32 Franstalige en 7 Nederlandstalige. Er zijn 5 loges onder de VGLB actief in Denemarken en de Verenigde Staten. 24 van die loges gebruiken de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus, 11 de Franse Ritus (die niet zo veel verschilt van de Moderne Belgische Ritus) en 9 de Traditionele Franse Ritus.

- De Reguliere Grootloge van België is - de naam zegt het zelf - de enige reguliere koepel die als dusdanig door de United Grand Lodge of England (en in verlenging daarvan de hele maçonnieke wereld) is erkend. Ze is in volle bloei: van bijna 1600 leden is ze op korte tijd naar 1700 gegaan, en van 45 naar 52 loges. 27 zijn er Franstalig, 19 Nederlandstalig, 2 tweetalig (inclusief de onderzoeksloge Ars Macionica), 2 Engelstalig, 1 Duitstalig en 1 Duitstalig/Grieks. Er is een veelvoud van ritussen, gaande van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus, de Gerectificeerde Schotse Ritus, de Franse Ritus, de Schotse Filosofische Ritus tot de York Ritus. De RGLB kan ongetwijfeld - als deze uitdrukking gepast is - enig voordeel halen uit de intrekking van de regulariteit van de Franse GLNF een klein jaar geleden. Franse reguliere vrijmetselaars zouden zich bijgevolg tot de RGLB kunnen wenden. Hetzelfde zou in de toekomst ook voor de Nederlanders van toepassing kunnen zijn: in Londen worden momenteel vragen gesteld of het Grootoosten der Nederlanden zich nog steeds wel helemaal aan de regels van de regulariteit houdt. 

- Confederatie van Loges Lithos is een buitenbeentje: niet erkend door de RGLB (weinig verrassend) en geen contact met de 4 andere irreguliere koepels. Lithos telt ongeveer 400 leden verspreid over 15 loges: 7 Nederlandstalige, 5 Franstalige, 1 Duitstalige en 2 werkplaatsen bevinden zich in Duitsland en Zwitserland. Een werkplaats onder het gemengde Lithos heeft de vrije keuze van ritus. Je zou ze bijna kunnen beschouwen als een samenwerkingsverband tussen 'wilde' of autonome loges. In tegenstelling tot de andere koepels is er bij Lithos geen sprake van een Grootmeester/es, maar wel van een voorzitter van de administratieve commissie, vergelijkbaar met een raad van bestuur bij een vereniging. 


- De Gemengde Grootloge van België zou in september 2011 van start zijn gegaan als een poging om de principes van GLB en VGLB te verenigingen in een nieuwe, gemengde obediëntie als antwoord op het vrijzinnige en internationale DH en het losse Lithos. Het is in hoofdzaak een Franstalig initiatief waarvan het voorbeeld ook uit Frankrijk werd gehaald; in deze instantie is de benaming Grande Loge mixte de Belgique misschien gepaster. In elk geval valt de Waterloose werkplaats Lumière et Vérité min of meer onder de Grande Loge mixte de France. Veel potten worden momenteel niet gebroken: het lijkt bij de Belgische Gemengde Grootloge allemaal wat stil te zijn gevallen. 


- Een buitenbeentje vormt de Grootloge van Memphis-Misraïm, waar de nadruk ligt op de 'Egyptische' vrijmetselarij met een paar blauwe loges actief, goed voor een handvol leden in het beste geval. 

Even optellen: vandaag zijn er grosso modo 24.800 vrijmetselaars. 23.200 van hen zijn irregulier; daarvan zijn er 7.000 vrouw oftewel 35 % van alle (ir)reguliere vrijmetselaars onder één van de genoemde koepels. Er zijn 381 blauwe loges (voor leerlingen, gezellen en meesters) waarvan een tiental in het buitenland. Ongeveer 250 werkplaatsen zijn Franstalig, 105 Nederlandstalig en een 25-tal twee- of anderstalig. De cijfers kunnen niet helemaal correct worden gegeven vanwege dubbel lidmaatschap: een vrijmetselaar onder een DH-loge zou zich ook bij eentje van het GOB kunnen aansluiten (omgekeerd niet). Niet meegeteld zijn de leden van autonome werkplaatsen (die dus onder geen enkele obediëntie vallen) en van loges onder  buitenlandse koepels die in België actief zijn, zoals het Grootoosten van Luxemburg of de Grootloge van Schotland. Tel er dus nog een paar honderd tot 4.000 man bij. Dat brengt het totaal aantal vrijmetselaars op een kleine 30.000. Vergelijk dat met Nederland (7.000) of Frankrijk, waar de Grande Loge nationale française alleen al 43.500 leden telt, en er - naar eigen zeggen - jaarlijks 4.000 kandidaatstellingen ontvangt. Of een ander vergelijk: er zijn in België meer vrijmetselaars dan Jehova's Getuigen (25.000) of N-VA-leden (23.000) maar minder dan mensen met een lidkaart van het Davidsfonds (50.000).

Blijft de vraag hoeveel van deze vrijmetselaars op Belgische bodem naast de meestergraad ook een hogere graad bezitten. Niet zelden weet een vrijmetselaar zelf van een deelgenoot van zijn loge niet dat deze persoon ook een hogere graad bekleedt.  


Even een tabel:


2005-2006
2008-2009
2011
GOB
Bijna 10.000
10.000
10.100
Loges
109
109
110
DH
6.500
6.500
7.000
Loges
95
96
98
GLB
3.600
3.700
3.700
Loges
59
62
61
VGLB
1.600
1.800
2.000
Loges
34
36
44
RGLB
1.500
1.600
1.700
Loges
44
46
52
Lithos
200
270
400
Loges
6
8
15
Totaal \
23.000
23.870
24.900
Totaal loges
347
357
380


Hierbij heb ik geen rekening gehouden met de nogal schimmige 'Egyptenaren'. Losstaand daarvan valt de toch wel vrij gestage groei op van de vrijmetselarij op slechts 6 jaar tijd. Iedere koepel neemt in ledenaantallen als loges toe, hoewel de GLB enigszins ter plaatse blijft trappelen. De cijfers in deze tabel zijn bij benadering, dus hou rekening met enige foutenmarge. 
Halen we er even de cijfers van 1990 bij, althans wat het aantal werkplaatsen betreft. Het GOB telde toen 90 actieve loges, DH 64, GLB 39, VGLB (als koepel opgericht in 1981) ongeveer 20, RGLB (als koepel opgericht in 1979) 25. Lithos zal pas in 2006 ontstaan. Het geschatte totaal aantal vrijmetselaars onder deze vijf koepels was in dat jaar ongeveer 16.100. 

maandag 9 januari 2012

Odd Fellows

Nu en dan krijg ik de vraag wat nu het verschil is tussen vrijmetselaars en odd fellows, die eveneens een besloten genootschap vormen, en waarbij ook sprake is van loges. Er zijn wel een aantal punten van overeenkomst, zeker wat ritualen, inwijdingen en symbolen betreft. Maar er zijn voldoende verschillen zodat je gerust kan stellen dat vrijmetselaarsloges en deze van odd fellows naast elkaar bestaan. Je zou hetzelfde vergelijk ook kunnen maken met de hedendaagse rozenkruisers, die ook zo goed als niets met de vrijmetselaars van vandaag te maken hebben. Ook wat de oorsprong van de odd fellows betreft zijn er tal van mythes te noteren; aannemelijk is dat haar geschiedenis pas echt in de eerste helft van de 18e eeuw in Engeland - ook daar is opnieuw een parallel met de vrijmetselaars te trekken. Eigenlijk beginnen ze pas in de 19e eeuw mee te tellen. Maar meer nog zou je de odd fellowloges als een soort van serviceclubs kunnen beschouwen, die evenwel de nadruk leggen op liefdadigheid, meer nog dan de maçonnieke loges dat deden. De website van de Antwerpse Belgia- en Aurora-loges geeft een vrij duidelijke uitleg over wat en waarom van dit genootschap. Interessant is wel dat in het historisch overzicht een aantal onwaarheden over de maçonnieke geschiedenis - zoals de evolutie van operatief naar speculatief - als onweerlegbaar wordt beschouwd. Ook de bewering op deze webpagina dat de eerste 4 vrijmetselaarsloges anno 1717 nog deels operatief waren is onjuist: geen enkel lid had ten tijde van de stichting van de Grandlodge of London and Westminster ooit een truweel in beroepsverband ter hand genomen. 
Hoe dan ook: de symboliek van de odd fellows is bijzonder boeiend en enige verwarring met deze van de vrijmetselaars is zeker niet uit te sluiten. Maar waar de vrijmetselarij verwijst naar Wijsheid, Kracht en Schoonheid heeft het oddfellowsgenootschap het over Vriendschap, Liefde en Waarheid. 
Het Liberaal Archief bezit het archief van de nu 100-jarige Belgia-loge; door Dara De Bruyn werd onlangs een historiek ervan samengebracht. Meer info op de website.