Alles over vrijmetselarij en genootschappen: geschiedenis, reviews, weblinks.

woensdag 10 oktober 2007

Grootmeesters op TV

In Knack van deze week klaagt Jan Blommaert de "verkleutering" van de media aan. Om de doorsnee kijker niet af te schikken moeten politici en wetenschappers vooral geen moeilijke woorden gebruiken, en mag een interview niet langer dan een tweetal minuten duren. Dit in tegenstelling tot voetbalcoaches die allerhande technische termen over het scherm mogen etaleren, wat dat weer op onbegrip bij de doorsnee politicus en wetenschapper stuit. Op RTBF laten ze gelukkig zien dat het ook nog anders kan. Het programma zoals Les Bureaux du Pouvoir liet gisterenavond gedurende anderhalf uur zittend GOB-Grootmeester Henri Bartholomeeusen aan het woord in het decor van de Grote Tempel aan de Lakensestraat in Brussel. In tegenstelling tot Canvas wachtte de RTBF niet om zo een programma na de voetbal- of tennismatch uit te zenden op een ei zo na middernachtelijk uur. Oorspronkelijk gepland om 21u25 moest de uitzending zelfs met een 20-tal minuten worden vervroegd omdat de RTBF een aantal fragmenten uit een ophefmakende kuifje-reportage niet mocht uitzenden. Voor mij is dit wel een ideaal moment om de lichtbak aan te schakelen: de kleine ligt dan in bed en de afwas is net gedaan. 
Maar ik wijk af: Henri Bartholomeeussen is Brussels advocaat, lid van Libre Examen, en sinds twee jaar Grootmeester Nationaal van het Grootoosten van België. Het uitvoerig en diepgaand interview werd afgenomen door Fabienne Vander Meersche, die blijk gaf van bijzonder goed voorbereid en geïnformeerd te zijn. Dit had een sereen en niet altijd even gemakkelijk stuk televisie tot gevolg, zonder ook maar de minste notie van sensatiejournalistiek. Thema's zoals humanisme, engagement en idealisme werden besproken, steeds in de maçonnieke context. Het vraaggesprek werd opgebouwd aan de hand van vragen van de man/vrouw-in-de-straat over vrijmetselarij. Een aantal clichés zoals elitarisme, opportunisme en irreligie werden door Bartholomeeusen gestructureerd en waardig rechtgezet. Bartholomeeusen is trouwens een charismatisch figuur die een grote mate van gezag uitstraalt en zeer goed weet waarover hij spreekt. Dat kon ook van de interviewster worden gezegd, die zelf interpelleerde met vragen over Iraanse Loges in ballingschap, de verhouding tussen religie en spiritualiteit en de verwantschap met de Vrouwengrootloge. 
Het werd nog interessanter toen er achtereenvolgens twee gasten werden bijgehaald. De eerste was Alexandre Cleven, in het dagelijks leven afgevaardigd beheerder van Partena maar ook zittend Grootmeester van de Reguliere Grootloge van België. De man bekende meteen dat hij nog nooit een voet in de tempels van de Lakensestraat had gezet. Het was ook een soort van historisch ontmoeting: voor het eerst werden twee zittende Grootmeesters voor een camera samengebracht, en dan nog wel in een maçonnieke tempel. Op vraag van Vander Meersche gaf Cleven de belangrijkste punten van verschil tussen de regulieren en de irregulieren: het geloof in een opperwezen, de eedaflegging op een heilig boek en een aantal andere Landmerken. Betreffende de overeenkomsten geraakte de houterige Cleven niet verder dan de gemeenschappelijke historie en de gelijkenissen in de tempelinrichting. Bartholomeeusen nodigde hem uit om eens een zitting in een irreguliere Werkplaats bij te wonen, wat Cleven meteen afwees en eraan toevoegde dat irregulieren in de Reguliere Loges niet welkom waren. Dit moment maakte duidelijk dat het water tussen de beide strekking echt wel erg diep is. 
Vervolgens nam Tony Mary, voormalig afgevaardigd beheerder van de VRT, plaats in de stoel van Cleven. Mary - wat bij de interviewster de woordspeling "je vous salue Marie" uitlokte - is lid van de Antwerpse Werkplaats De Geuzen en getuigde over de betekenis van de vrijmetselarij in zijn persoonlijk leven. Hij benadrukte dat hij pas werd ingewijd toen zijn loopbaan al was gelanceerd, waarmee hij inspeelde op het cliché dat de vrijmetselarij nodig is om carrière te maken. Het programma eindigde met de mededeling dat Bartholomeeusen zijn laatste mandaatsjaar is ingegaan en dat volgend jaar een nieuwe Grootmeester Nationaal zal worden verkozen. Hij wierp vervolgens een bepaalde blik richting Mary.



Update 15 oktober 2007
Ondergetekende ontving volgende reactie:
Bedankt voor de tip, zeer interessant programma alhoewel ik enkele bedenkingen heb.

Vooraleerst was ik een beetje teleurgesteld dat onze goede vrienden van La Une de uitzending niet hadden ondertiteld, op sommige ogenblikken werd nogal snel gesproken en hoewel ik dagelijks Frans spreek had ik hier en daar wat moeite om te volgen.

Inhoudelijk dan vond ik de vragen van het grote publiek dan weer niet erg diepgaand.  De standaard vragen - zoals die over de relatie tussen VM. en politiek, religie, ... - waarop je natuurlijk de geijkte antwoorden krijgt vind je in elk boek terug en drukken de geinterviewde meestal terug in een verdedigende houding, waarbij hij enkel nog zijn stelling probeert te verdedigen en het minder over de filosofische aspecten van de vrijmetselarij gaat.

De ontmoeting tussen de twee Grootmeesters had tot een interessante confrontatie kunnen leiden, ware het niet dat ik de Grootmeester van de RGLB wat makjes vond overkomen. Persoonlijk vond ik het ook een gemiste kans dat de Grootmeesters van de andere obedienties niet aan bod kwamen.  Wellicht zou de balans regulier-irregulier wat teveel hebben doen doorslaan, maar aan de andere kant had ik graag de reactie van de RGLB ten opzichte van de DH of de Vrouwengrootloge gehoord.

Al bij al ben ik blij dat men op La Une de tijd heeft genomen om een dergelijk gesprek uit te zenden, een kunst die de Vlaamse collegas van de VRT blijkbaar al afgeleerd hebben. Aan de andere kant vond ik de antwoorden van de Grootmeester van het Groot Oosten de Nederlanden in de reportage van IKON, die al een aantal keer werd herhaald, net dat tikkeltje meer inzicht geven in de VM. 



Mezelf opnieuw:
Ik vond Cleven als GM van RGLB eveneens vrij houterig overkomen. De man was duidelijk niet op zijn gemak en het leek wel of hij zich constant moest verdedigen. Zijn manier van antwoorden deed mij meteen denken aan een Piet Van Brabant, die ik een jaartje voor zijn dood aan het werk kon zien op een voordracht in Liedekerke. Van Brabant kwam op uitnodiging van een plaatselijke vereniging een algemene inleiding tot het begrip "vrijmetselarij" geven. En dan kreeg je uitspraken zoals: "mannen en vrouwen zijn niet gelijk, dus kunnen vrouwen nooit vrijmetselaar worden" en "er is maar één echte vrijmetselarij in België, vertegenwoordigd door de RGLB" waarbij hij gedurende de hele voordracht geen enkele keer, zelfs niet eens in het historisch overzicht, naar het GOB verwees. En op de vraag wat de houding van de loges ten aanzien van democratie en mensenrechten is antwoordde hij doodleuk dat "vrijmetselarij zich niet met politiek bezig houdt". Ik heb het nooit meegemaakt dat een spreker erin slaagde aan het einde van de avond de hele zaal tegen zich te krijgen. Ik herinner mij dat ik nog het applaus in gang heb moeten zetten want voelde zich daartoe geroepen. Dit maar om aan te tonen dat de woordvoerders van de RGLB nogal star en zelfs irrelevant kunnen overkomen, zeker gezien in de Belgische en vrijzinnige context.
Daarop aansluitend ben ik er vrij zeker van dat Cleven, indien hij gevraagd zou worden naar zijn visie op DH of de VGLB, ongetwijfeld zou antwoorden dat zij in overtreding zijn met de Landmerken en dus niet volwaardig onder de maçonnieke koepel kunnen vallen. De VGLB is op dat vlak nog heel anders dan de Nederlandse Orde van Weefsters, gekoppeld aan het reguliere Grootoosten der Nederlanden: terwijl de eerste een volledige en volwaardige maçonnieke Obediëntie is, is de tweede eerder een soort van adoptievrijmetselarij. De vrouwen mogen doen alsof ze vrijmetselaar zijn, maar ze zijn het niet echt.
Dat brengt mij tot uw laatste punt i.v.m. Nederland. Ik zag de fameuze IKONreportage onlangs on-line en ik ben zowat achterover gevallen van verbazing. De openheid ten aanzien van de eigen werking en in het vertonen van rituelen zou de vrijmetselarij in België nooit kunnen laten zien. Zelfs de RGLB, die op dezelfde hoogte staat als het GONL, is zeer gesloten. Zelfs de "irregulieren" in eigen land hebben vaak geen idee hoe het er precies in de loges van de RGLB aan toe gaat. Er is meer kans dat Cleven uiteindelijk wél op de uitnodiging van Bartholomeeusen ingaat dan dat eender welke Belgische loge aan zo een tv-programma zou meewerken. En inderdaad, de uitspraken van Diederik Van Rossum als Grootmeester van het GONL voor de IKON geven ietwat meer inzicht in de betekenis van de vrijmetselarij, waarschijnlijk ook omdat Van Rossum vooral uit eigen gevoel spreekt en veel minder als woordvoerder van zijn Obediëntie - zoals
Bartholomeeusen wel doet. 


De IKON-documentaire van 13 december 2006 staat hier. 

vrijdag 5 oktober 2007

Centre into Freemasonry

Vanochtend werd per nieuwsbrief bekend gemaakt dat Andreas Önnerfors op 1 oktober tot directeur van het Centre for Research into Freemasonry aan de Universiteit van Sheffield werd benoemd. Zijn voorganger, de indrukwekkende Andrew Prescott, was in maart 2007 benoemd tot bibliothecaris aan de Universiteit van Lampeter, Wales. Sindsdien stond zijn stoel vacant. Tijdens het congres in Edinburgh, en vooral dan tijdens het fameuze galadiner (zie eerdere post), viel het mij op dat zowat iedereen wel voor die positie wou kandideren. Sommigen zagen zich al benoemd... In ieder geval wens ik Andreas heel veel succes bij deze nieuwe uitdaging. Even een kort bio'tje:


Andreas Önnerfors (b. 71) was raised in Germany in a Swedish-German family. He took his German Abitur in 1990 in Trier. After a period of
extensive travel and some initial studies, he served in the Swedish Army between 1993 and 1996, interrupted by studies in History of
Sciences and Ideas. Being trained at the Interpreter School of the Swedish Armed Forces, he acquired Russian. In 1997, he again took up
his undergraduate studies in the History of Sciences and Ideas at the University of Lund, Sweden were he completed his BA and MA starting
PhD-training in 1999. In 2000, he also was admitted to a German PhD-scheme at the University of Greifswald at the Baltic shore. Andreas
defended his PhD-thesis successfully in 2003. It is titled “Svenska Pommern: kulturmöten och identifikation 1720-1815” (Swedish Pomerania:
Cultural Encounters and Identification 1720-1815). Since then, Andreas has undertaken postdoctoral research on Swedish Eighteenth Century
freemasonry and has taught courses mainly within European Studies. He also has a large interest in press history and the history of sciences.
Andreas has published about forty papers and articles in various languages, a majority of them on freemasonry.

maandag 24 september 2007

De Tuin van Heden

Afgelopen vrijdag 21 september werd ere-rector Els Witte aan de Vrije Universiteit Brussel gehuldigd naar aanleiding van haar emeritaat. Ter gelegenheid werd een "liber alumnorum" (niet amicorum) aan de gevierde en aan het publiek voorgesteld. In dit zeer lijvig boek worden 15 artikels over de stand van onderzoek naar thema's uit de contemporaine historiografie samengebracht. De behandelde thema's zijn politieke partijen, vakbewegingen, feminisme, Vlaamse Beweging, intellectuelen, politieke elites, sociaal beleid, cultuurbeleid, kolonialisme, militaire geschiedenis, politicologie, communicatiewetenschappen en vrijmetselarij, waarbij de bijdrage van ondergetekende afkomstig is. In alle eerlijkheid en in valse bescheidenheid is dit een sleutelwerk voor iedereen die zijn weg wil banen in het wetenschappelijk onderzoek naar deze thema's. Het nadeel aan dit werk is echter de beperkte houdbaarheid: het gaat natuurlijk om de stand van zaken anno 2007. Geen geschikte trein- of bedlectuur, dat niet, maar wel een referentiewerk dat in iedere ernstige bibliotheek thuishoort.
KOPPEN (Jimmy). 'Tussen wetenschap en pseudo-historiografie. Onderzoek naar vrijmetselarij in België,' pp.209-231.
VANTHEMSCHE (Guy), DE METSENAERE (Machteld) & BURGELMAN (eds.). De Tuin van Heden. Dertig jaar wetenschappelijk onderzoek over de hedendaagse Belgische samenleving. Een bundel studies aangeboden aan professor Els Witte naar aanleiding van haar emeritaat. Brussel,VUBPRESS, 2007, 658 p.

woensdag 19 september 2007

Shriners

Het motto “het leven is al ernstig genoeg” lijkt ook voor de Amerikaanse vrijmetselarij van toepassing te zijn. Amerikanen staan nu eenmaal niet bekend om hun ingetogenheid en bescheidenheid. Op het vlak van de Amerikaanse maçonnerie is dat anders. Niet alleen maken Amerikaanse vrijmetselaars zelden of nooit een probleem van hun logelidmaatschap: ze lopen er soms uitdrukkelijk mee te koop. Ringen met opzichtige passers en winkelhaken, baseball-petjes met de slogan “Proud to be a Mason” en reclameboodschappen op tv – op youtube en andere videosites zijn er meerdere voorbeelden te bekijken – zijn daar helemaal niet eigenaardig. De meest opvallende – en zoals je wil, meest lachwekkende – uiting van Amerikaanse en maçonnieke inspiratie is de Ancient Arabic Order of the Nobles of the Mystic Shrine, kortweg “The Shrine”. “Shriners” behoren tot de één van de grootste en meest populaire para-maçonnieke genootschappen. Iedere shriner is trouwens steeds vrijmetselaar, maar niet iedere vrijmetselaar is een shriner. Shriners zeggen van henzelf dat “(they) are dedicated to fun and fellowship... but with a serious purpose”. Over heel de Verenigde Staten bezitten en beheren ze 22 kinderziekenhuizen, die haast gratis werken.
Maar waar komen die shrines vandaan? In de eerste decennia van de 19e eeuw werd alkohol systematisch uit de maçonnieke tempels verbannen, zodat tegen 1850 zowat iedere Grootloge was drooggelegd. Dat gold niet enkel voor de bijeenkomsten van de blauwe graden, maar ook van de hogere graden. De maçonnieke arbeid werd bijgevolg, zowel letterlijk als figuurlijk, een droge bedoening. In 1870 kwamen enkele New Yorkse broeders regelmatig samen in een plaatselijk restaurant. Het gesprek ging vaak over het gebrek aan amusement in de werkplaats. Eén van hen, een rondreizend acteur genaamd Billy Florence, vertelde op een keer dat hij na afloop van een voorstelling voor een Ottomaans diplomaat in Marseille een licht amusementsstuk bijwoonde. In die periode gebeurde het wel vaker dat ernstig toneelwerk werd gevolgd door een wat luchtigere afsluiter. In dit geval werd er een korte, muzikale komedie opgevoerd over een oud, geheim genootschap, en dat zich ergens in het midden-oosten afspeelde. De acteurs en zangers droegen Arabische kostuums en aan het slot werd het hele publiek ingezworen als leden van dit fictieve genootschap met hoog entertainmentgehalte.
Eén van de andere aanwezigen in het New Yorkse restaurant, dr. Walter Fleming, vond dit een geweldig concept. Samen met de drie andere broeders werd er ter plaatse een soort van mystiek Arabisch en maçonniek ritueel verzonnen. In 1872 werden deze wilde plannen in werkelijkheid omgezet door de oprichting van The Mecca Temple of the Ancient Arabic Order of the Nobles of the Mystic Shrine, met Fleming aan het hoofd als “potentate”. Er werden bijpassende “regalia” gezocht, zoals de Marokkaanse fez met zwarte kwast, met daarop een juweel samengesteld uit een halve maan, een vijfpuntige ster, een zwaard en een sfinksenhoofd.
In de eerste jaren bleef The Shrine vrij beperkt van omvang. Maar vanaf 1876, met nieuwe, uitgebreide inwijdingsritualen, de invoering van een verzonnen geschiedenis en een intensieve PR-campagne, ging het het genootschap voor de wind. In 1890 waren er 50 shrinetempels in de Verenigde Staten en Canada met 7 500 leden; in 1900 waren er dat al 79 met 50 000 leden. Symboliek en intellectuele diepzinnigheid moest er niet worden verwacht: daarvoor diende de “normale” werkplaats. Drank, eten, sigaren en andere vormen van gezelligheid des te meer.
In de nasleep van een polio-epidemie in 1919 besliste The Imperial Grand Council – het hoofdbestuur van The Shrine – om een eerste kinderhospitaal te bouwen. Patiënten onder de 14 jaar, en later onder de 18 jaar, wiens ouders een ziekenhuisopname niet konden betalen, werden gratis behandeld, ongeacht religie, huidskleur of nationaliteit. Vandaag besteden de shriners, aan de hand van schenkingen, lidgelden en liefdadigheid, dagelijks $ 1 600 000 aan de instandhouding van hun 22 kinderziekenhuizen.
Shrines hebben een inwijdingsritueel met veel dramatiek, waarbij de kandidaat “het hete woestijnzand” moet doorkruisen. Shrinetempels of Shrinecentra, zoals ze meestal vandaag worden genoemd, zijn zeer groot in omvang, zodat vaak honderden tot duizenden leden tegelijk aanwezig kunnen zijn. Vaak zijn er maar enkelen per Amerikaanse staat. Iedere tempel heeft zich daarom opgedeeld in clubs of eenheden, gebaseerd op persoonlijke interesses of hobby’s. Zodoende kunnen tempels opgedeeld zijn in eenheden van motorrijders, old-timereigenaars, fanfaremuzikanten, clowns en schilders – de mogelijkheden zijn eindeloos. Shriners organiseren parades, met heuse verkleedpartijen, en rondtrekkende circussen, met als doel zoveel mogelijk schenkingen te kunnen ontvangen... en plezier te beleven.

donderdag 16 augustus 2007

Tentoonstelling Waterloo: verslag

Aangezien het gisteren toch maar pokkenweer was leek het ons een ideaal moment om een duffe feestdag op te monteren met een museumbezoek. En ik had Aux portes du Temple in Waterloo nog op mijn verlanglijstje staan. Dus naar ginder, hoewel ik uit één van mijn vorige blogberichten al mijn bezorgdheid over de aanpak van deze maçonnieke tentoonstelling had uitgedrukt. Zou mijn vrees bewaarheid worden? Als we de kranten mogen geloven heeft de tentoonstelling de afgelopen maanden al heel wat volk over de vloer gehad. Maar een hoge publieksopkomst staat niet altijd garant aan kwaliteit. De locatie van de tentoonstelling was wel veelbelovend: het Wellingtonmuseum. In dit huis verbleef Wellington de nacht vóór hij de troepen van Napoleon in de pan hakte. Het museum biedt een overzicht van de slag van Waterloo en de figuur van Wellington. Allemaal heel interessant en historisch relevant, maar opgesteld in een stofferig decor. Een hedendaags museum zou echt niet meer met zo een oubollige visie mogen werken. En daartussen was de gelegenheidstentoonstelling opgesteld. Daardoor kon er niet van een parcours sprake zijn: in een aantal kamers stonden maçonnieke voorwerpen opgesteld, dan volgde weer een aantal kamers Wellingtonspullen - inclusief een levensgrote pop die de man zelf moest voorstellen; hij liet mijn vrouw een half metertje in de lucht springen van verschieten - gevolgd door een voor 1/3 gevulde zolder met een nagebouwde vrijmetselaarstempel, dan weer wat kamers oorlogsmateriaal, en tenslotte op het gelijkvloers een laatste ruimte met plannen van één of andere tempel. Dat is alvast één punt van kritiek. Tweede punt betreft het ontbreken van een audio-gids, die wel voor de rest van het museum ter beschikking stond.
En dan de inhoud. Volgens de folder wenste de tentoonstelling de link te leggen tussen de slag van Waterloo en de vrijmetselaars hier aanwezig zoals Wellington, Blücher, Grouchy en Ney. Ik heb die link nog steeds niet gevonden. Laat mij even de opstelling van de expositie overlopen, en misschien vindt u hem wel.
Eerste kamer: wat is vrijmetselarij. Ja, wat is het eigenlijk? Zonder enige voorkennis kan je er niets van maken. We vinden hier foto's van Nobelprijswinnaar Henri la Fontaine, inclusief de koffer met zijn Nobelprijsdiploma. Bij mijn weten was ten tijde van 1815 nog lang niet geboren. Tweede kamer: schootsvellen. Interessant hierbij was het schootsvel van Jérôme Bonaparte, jongere broer van. Veel verdere uitleg over de man was er niet. Derde kamer: de hogere graden. Uitvergroot overlijdensbericht van Goswin de Stassart (zonder maçonnieke symboliek). Schootsvellen, afgewisseld met linten en medailles. Derde kamer: gemengde vrijmetselarij. Schootsvellen. Adoptieloges waren zeer populair in de napoleontische periode, maar alle aandacht ging hier naar Le Droit Humain, heel veel decennia na Waterloo opgericht. Ook nog in die kamer aandacht voor het antimaçonnisme: Taxil, Antivrijmetselaarsbond, De Bezem. Niets of niemand die iets met Napoleon heeft te maken. Ten slotte was er nog een vitrine met beroemde vrijmetselaars. Ik krijg daar ingegroeide teennagels van. Wat heb je er nu aan dat Charles de Coster vrijmetselaar was? Generaal MacArthur was dat ook, maar die wou in de jaren '50 nog Korea met atoombommen platsmijten. Mooie maçonnieke gedachte, denk ik dan. Op dat ogenblik sneed mijn vrouw de voordelen van de draagdoek voor ons zoontje als nieuw gespreksthema aan. De aandacht voor de massaal aanwezige schootsvellen was verdwenen.
Het onvolprezen hoogtepunt van de tentoonstelling was echter de nagebootste tempel op zolder. Jongens, jongens! Spullen van de hobbywinkel die met plakband aan elkaar waren gehouden (echt waar: één driehoek was al los gekomen). Op één van de drie stoelen lag - drie keer raden - een schootsvel. Wat was hiervan de bedoeling? Met uitzondering van een zweverig gedicht over de tempel als ontmoetingsruimte geen enkele - geen enkele! - info over wat de betekenis van de tempel nu is, laat staan wat er gebeurt. Bovendien was de oppervlakte veel te klein, en dus totaal onrealistisch. De tempel gaf, in deze toestand, enkel ruimte voor een viertal personen, liefst in dwergformaat. Daarnaast opnieuw panelen met grote vrijmetselaars. Iconen zoals Oliver Hardy en Atatürk, die echt wel veel invloed hebben gehad ten tijde van Waterloo... Intussen bleef dat ene logelied van Mozart zich herhalen. Ik heb die CD trouwens ook, een echte aanrader.
Het slotpunt van de tentoonstelling was een aparte kamer, enkel bereikbaar via de binnenkoer. Nog steeds vraag ik mij af wat hiervan de bedoeling was. Niets anders dan tekeningen en bouwplannen van een fictieve tempel in piramidevorm (ter vervanging van de leeuw enkele kilometers verder, zou je je afvragen...) en een drietal geschilderde tableau's. Als je niet weet wat dat zijn heb je wel pech gehad.
Eindconclusie: deze tentoonstelling is een flauw afkooksel van het Museum van de Vrijmetselarij in de Brusselse Lakensestraat, wat wel de moeite is. Het was typerend dat er in de derde kamer voor dit Museum "reclame" werd gemaakt. Al bij al is deze tentoonstelling niet alleen slecht maar ook - wat veel erger is - oersaai. Slechts één advies voor de lezer dezes: blijf daar weg!

vrijdag 20 juli 2007

Recensie Vrij denken in politiek, religie en vrijmetselarij

In samenwerking met de maçonnieke uitgeverij Fama verscheen een tweetal jaar geleden Vrij denken over religie, politiek en vrijmetselarij van Mat Herben. De auteur was een tijdlang, tegen wil en dank, bekende Nederlander toen hij na de moord op Pim Fortuyn in mei 2002 min of meer de leiding van diens partij overnam (en daarna ook mee aan de basis lag van haar roemloze ondergang). Herben was hoofdredacteur van het voorlichtingsmagazine van het ministerie van Defensie, werd in maart 2002 woordvoerder van Fortuyn, nadat deze een eigen partij (Lijst Pim Fortuyn) had opgericht na diens verwijdering uit Leefbaar Nederland omwille van vermeende islamofobe uitspraken. In de jaren ’90 was de katholiek Herben trouwens enige tijd Achtbare Meester van de toch wel niet onbelangrijke Haagse werkplaats Via Lucis. Professor in de Sociologie Fortuyn maakte een (in hoofdzaak mediagenieke) blitzcarrière met rechtse standpunten gericht tegen het falend beleid van het paarse kabinet-Kok. Fortuyn werd enkele dagen vóór de Tweede Kamerverkiezingen in Hilversum overhoop geschoten. Dit had twee gevolgen: 1, de LPF won in één klap 26 zetels en werd incontournable bij de nieuwe regeringsvorming van CDA’er Balkenende. 2, de overgrote meerderheid van deze verkozenen hadden nauwelijks of geen kaas gegeten van het politiek bedrijf, inclusief Herben, en vulden de weken die volgden met openlijk ruziemaken. Het kabinet-Balkenende I was in feite een kroniek van een aangekondigde dood: daags na de uitvaartplechtigheid van Prins-Gemaal Claus in oktober 2002 was het ermee afgelopen. De LPF slaagde er niet in zich te herpakken, om uiteindelijk bij de verkiezingen van 2006 geen enkele zetel meer over te houden; slechts hier en daar is er op gemeentelijk niveau nog een LPF-raadslid te vinden. Morgen 21 juli komt de LPF trouwens samen om, naar alle waarschijnlijkheid, de partij te ontbinden.
Herben heeft dus enige tijd in het middelpunt van de politieke belangstelling gestaan, en ik hoopte aan de hand van dit boek de man en zijn ideeën wat beter te leren kennen. Ijdele hoop. Vrij denken is een slordig samengesteld boek, bestaande uit een reeks van korte teksten waarvan het niet duidelijk is wat ze zijn: herwerkte interpretaties in de Tweede Kamer? Opiniestukken? Getranscribeerde interviews? Bouwstukken? Een inleiding als dusdanig ontbreekt, net als een conclusie, om dit duidelijk te stellen. Het valt trouwens niet te ontkennen dat de geest van Fortuyn door het hele boek heen zweeft. Het geeft je zo het gevoel van “wat zou Pim hiervan denken of hebben gevonden?”. Eveneens ergerlijk is Herbens profilering als pseudo-filosoof. Zo weet je nooit met welke stem hij spreekt: als politicus, opiniemaker of vrijmetselaar? Op geen enkel moment deelt hij ook mee dat zijn politieke denkbeelden al dan niet door zijn maçonnieke achtergrond gevormd zijn. Zijn aanhankelijkheid aan het katholicisme is ook vrij dubbelzinnig. Zo noemt hij enerzijds Johannes Paulus II, samen met Tsjechisch president Havel, één van de grote pleitbezorgers van het vrije geweten (p.110), daarin gevolgd door Benedictus XVI. Anderzijds volgt hij de kerkleiders niet in hun standpunten over homoseksualiteit (pp.147-149). Zo’n een grote verdedigers van het vrije geweten zijn ze nu ook weer niet. Diezelfde dubbelzinnigheid is er ook ten aanzien van de islam, door Herben als incompatibel gezien met de huidige westerse samenleving maar in essentie een religie van grote cultuur en verdraagzaamheid (moslims zoals Atatürk en koning Hoessein waren immers ook vrijmetselaars). Herben bekritiseert, maar geeft geen alternatieven. Ook over zijn prestaties als fractieleider van de LPF komen we niet veel te weten, behalve dan dat hij een door hem ingediende motie in april 2002 in de Tweede Kamer kon laten goedkeuren waarin het wetgevend orgaan de aanslagen van Madrid ten strengste veroordeeld (p.128). Maar ja, wie zou daar nu tegen zijn geweest? Voor de rest is alles wat op politiek vlak in de wereld is misgelopen voor een groot gedeelte op het conto van linkse rakkers te schrijven. Ronald Reagan had dus volgens Herben gelijk dat alles wat links wat tot het Rijk van het Kwade behoorde (voetnoot p.123).
De auteur heeft ook een aantal starre en oppervlakkige beelden over vrijmetselarij. De Orde als uitvinder van de democratie bijvoorbeeld. De 18e-eeuwse broeders zouden in de Verenigde Staten en Frankrijk aan de basis liggen van de democratische staatsinstellingen. Dit is een simplificering van de historische werkelijkheid. Bovendien was de vrijmetselarij een zeer elitair gegeven, en die elite ambieerde de wereldlijke macht. Een andere kwakkel is de oprichting van de Verenigde Naties, zogezegd voortgekomen uit het maçonniek denkpatroon van Roosevelt en Churchill tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Heeft dit boek mij dus iets nieuws geleerd over vrijmetselarij of hoe iemand dit persoonlijk kan beleven? Niet echt. Heeft dit iets bijgebracht over de politicus Herben? Ja: dat dit gaat om iemand zonder echt politiek programma en zich constant verschuilt achter de ideeën van Fortuyn, waarvan ik mij afvraag wie nog precies weet wat die oorspronkelijk waren. 


HERBEN (Mat). Vrij denken in politiek, religie en vrijmetselarij. Den Haag, Synthese / Fama, 2005, 176 p.

vrijdag 6 juli 2007

Recensie Vrijmetselarij (Erdtsieck)

Terwijl de Vlaamse boekenmarkt grotendeels beperkt blijft tot de vijf volumes van Van Brabant, zijn er Nederland verschillende titels beschikbaar die de lezer een inleiding tot filosofie en geschiedenis van de vrijmetselarij kunnen bezorgen. Ik heb mij onlangs eens goed laten gaan en heb in een Nederlandse online boekhandel een behoorlijke bestelling geplaatst. Met veel genoegen ben ik mijn nieuwe aanwinsten nu aan het doornemen. Eén van die boekjes is dat van G. Erdtsieck, met de kortdadige titel Vrijmetselarij. Het verscheen vorig jaar in de Serie Wegwijs van de Kampense uitgeverij Kok. De reeks heeft de bedoeling korte, maar degelijke introducties tot wereldgodsdiensten en (Nederlandse) religieuze en wijsgerige stromingen aan te bieden. Dat daar ook new age en wicca tussen zit moeten we er maar bijnemen. 
Ik ben in elk geval erg gecharmeerd van Erdtsiecks boekje. Het geeft zeer helder de belangrijkste kenmerken van het genootschap weer en baseert zich op de gekende werken uit de literatuur en is vooral schatplichtig aanVrijmetselarij in de Lage Landen van Ton Van de Sande. Ook pater Dierickx' De grote onbekende wordt regelmatig aangehaald, waarbij de auteur echter voorbij gaat aan de gedateerdheid van dit werk. Dierickx schreef het boek in de onmiddellijke nasleep van Vaticanum II, in de ijdele hoop dat de verzoening tussen Katholieke Kerk en vrijmetselarij nabij was. Dat was vóór kardinaal Ratzinger deze veronderstelling de kop indrukte. 
De klemtoon ligt wel op Nederland, wat linken naar België zeker niet uitsluit. Dit veroorzaakt wel een aantal onvolledigheden (bv. p.31: de auteur zegt dat de oprichting van GOB in 1833 de definitieve breuk met de Nederlandse vrijmetselarij is, zonder het toch wel belangrijk detail van het Gentse en orangistische Le Septentrion te vermelden) en historische uitschuivers (p.25: het Congres van Wenen van 1813 maakt van de Verenigde Nederlanden een koninkrijk; het Congres is pas in 1814, waarna Willem soeverein vorst wordt; koning wordt hij pas bij wijze van statement als Napoleon richting Waterloo oprukt.)
Het is aangenaam dat de auteur citaten en getuigenissen van broeders aanhaalt, en daarbij hun volle naam en werkplaats vernoemt. Zoiets zou in een Belgische publicatie ondenkbaar zijn. 




ERDTSIECK (G.). Vrijmetselarij. Kampen, Uitgeverij Kok, 2006, 112 p. + ill., €13,50.