Alles over vrijmetselarij en genootschappen: geschiedenis, reviews, weblinks.

maandag 13 december 2010

Freemasonry and Enlightenment: impressies

De Interdisciplinaire Onderzoeksgroep Vrijmetselarij van de Vrije Universiteit Brussel, met ondergetekende als lid van het eerste uur, organiseerde afgelopen donderdag en vrijdag op campus Jette het internationale congres Freemasons and Enlightenment: radicalism contested? Een tachtigtal inschrijvingen waren genoteerd, wat niet echt slecht is voor vrij gespecialiseerd thema. Het programma moest wel in extremis nog enkele wijzigingen ondergaan, onder meer door de afwezigheid van Charles Porset van de Sorbonne en Max de Haan, voormalig hoofdredacteur van het Nederlandse maçonnieke tijdschrift Thoth, door ziekte. Het was bijzonder jammer om Charles Porset te missen, die een groot en erudiet kenner van de 18e eeuwse vrijmetselarij en ook zeer goed zicht heeft op de geschiedenis van het antimaçonnisme in Frankrijk door de eeuwen heen. Porset organiseert trouwens met Cécile Revauger van Bordeaux 3 de jaarlijkse studiedag in Parijs over de 18e-eeuwse maçonnerie. ’s Mans gevoel voor humor is haast even legendarisch als zijn academische kennis: zo beantwoordde hij ooit op zo een studiedag een vraag over de beweegredenen van de beruchte Franse antimaçon Augustin de Barruel met ‘Mais, Barruel, c’était un pédé!’ Maar dit alles geheel terzijde. Max de Haan, die alsnog dank zij speciaal vervoer een gedeelte van de eerste conferentiedag kon meemaken, liet zich als algemene inleider vervangen door Jef Van Bellingen, die een zeer mooie uiteenzetting presenteerde over de pre-1789 vrijmetselarij met al haar mythes – mythes waarvoor de vrijmetselarij zelf grotendeels verantwoordelijk was. Links naar en connecties met de tempeliers, de rozenkruizers, de alchemie, de kathedraalbouwers en andere grote en minder impressionante genootschappen werden in de jaren tussen de oprichting van de Grand Lodge in Londen in 1717 en de bestorming van de Bastille gecreëerd. Vaak gebeurde dit uit enig opportunisme: wou de vrijmetselarij immers de toenmalige ‘rich and famous’ aanspreken dan moest je die lokken met indrukwekkende titels en dito achtergrondgeschiedenissen. De vrijmetselarij zelf besefte wel dat een en ander niet echt strookte met de (historische) waarheid. Het liet haar leden achter met vragen over hun ware identiteit en geschiedenis – al in de 18e eeuw. Of, zoals Joseph De Maistre het uitdrukte: ‘Nous ne savons pas nous-mêmes qui nous sommes’. Bovendien was de vrijmetselarij van meet af aan een zeer duale broederschap: enerzijds vormde zij een soort van bijeenkomst van christenen die vanuit een gevoel van liefdadigheid of filantropie handelden maar vooral een gezelligheidsclub in stand hield – anderzijds een gesloten, ernstig genootschap waar traditie en rituaal in ere werden gehouden.
Eerste keynote-spreker van de eerste congresdag, 9 december, was de Amerikaanse Margaret Jacob van University of California. Ik ben fan van Margaret Jacob: ik hoorde haar in Edinburgh 2007, Canonbury 2009 en ken haar boeken. Een van haar stellingen is dat de vrijmetselarij in grote mate, datgene dat we Verlichting noemen, heeft gemaakt. Dit in contrast tot Jonathan Israel van Princeton, die de invloed van de loges en het maçonniek gedachtengoed in de filosofie van de Verlichting minimaliseert. Het contrast tussen beide stellingen vormde trouwens het startpunt van deze hele conferentie. Jacob’s paper, getiteld The Enlightenment and Freemasonry: a critical enquiry, bekeek het belang van loges in de 18e-eeuwse maatschappij, en het belang van het ‘doen van goede daden’ van dit soort genootschappen. Zo gaat de dialoog tussen Ernst en Falk van de Duitse filosoof Lessing (volledig: Ernst und Falk: Gespräche für Freymäurer, 1778) over de rol van goede daden in de wereld. Maar is de Staat hiervoor wel nodig? Is de Staat er voor de mensen of zijn de mensen er voor de Staat? Zowel de Mens als de Staat zijn twee aparte entiteiten waarbij de vrijmetselarij, aldus Lessing, als een brug zou kunnen fungeren. En welke rol speelt godsdienst hierin? Voor de Franse wijsgeer Du Marsais was het bestaan van God als een vooroordeel te beschouwen; dat is altans op te maken uit diens Le Philosophe uit 1730, dat evenwel pas in 1743 werd gepubliceerd. Enkel de burgermaatschappij of het middenveld (afhankelijk van hoe je de term ‘civil society’, gebruikt door Jacob, wil interpreteren) is de enige echte godheid. Bijgevolg: indien ‘civil society’ als godheid wordt begrepen, moeten er genootschappen, instituten of filosofen bestaan die over rol en betekenis van de maatschappij moeten nadenken. Loges kunnen dus als leerscholen voor de maatschappij, als mini-maatschappijen als het ware, worden begrepen. In de loge ga je immers niet enkel voor de gezelligheid, het engagement of de filosofische gesprekken, maar ook om de basisprincipes van maatschappij en democratie avant-la-lettre te leren: bestuurleden moeten er immers verkozen worden die over de loge ‘regeren’, reglementen worden opgesteld, aangepast en besproken, enzovoort. Een loge is dus een mini-regering waar, net zoals in de echte wereld, mannen de dienst uitmaken. Ook dat is een van de redenen waarom vrouwen in de 18e-eeuwse ateliers niet thuishoren. Zo zal de organisatie van de Nederlandse Grootloge, opgericht in 1754, zichzelf modelleren naar de Republiek. Intussen gaan anderen, via de vrijmetselarij, op zoek naar diepere betekenissen. Benjamin Franklin arriveert vanuit Amerika in Parijs waar hij Achtbare Meester van de legendarische Neuf Soeurs wordt en zich bezig houdt met de zoektocht naar de ‘universele en natuurlijke religie’, zeg maar een godsdienst waarin iedereen zich zou kunnen vinden, met een soort van Opperbouwmeester voor de gewone man. Franklin en andere verlichte denkers komen zo in de buurt van radicalen zoals Thomas Paine, een andere founding father van de Verenigde Staten. Als politicus zal Paine later bijdragen in de afschaffing van slavernij in Pennsylvania, de eerste staat ter wereld die dit zal doen. Paine was zelf geen vrijmetselaar, was er eigenlijk ook veel te radicaal voor, hoewel er zeker meer dan één link met de verlichte vrijmetselaars was te maken.
Schrijver dezes haastte zich vervolgens naar de naburige campus van de Erasmushogeschool om zijn les over onder ander Mobutu, een ietwat andere radicaal, te gaan geven. Hierdoor moest ik tot mijn spijt de rest van het congres missen, inclusief de volledige tweede dag. Het ware beter dit soort bijeenkomsten in het buitenland te houden, dan heb ik zeker geen enkel geldig excuus om de papers te missen.

BTFG

Juicht! onderzoekers aller standen en landen: het Revue belge de Philologie et d'Histoire - Belgisch Tijdschrift voor Filologie en Geschiedenis, ook bekend onder de afkorting BTFG heeft zopas haar archief op het net gezwierd. Het BTFG is één van de belangrijkste - misschien wel het belangrijkste - internationale wetenschappelijk tijdschrift voor artikels, essays, opiniestukken en recensies met betrekking tot, jawel, filologie en geschiedenis. Artikels worden eerst door een internationaal en academisch leescomité gescreend alvorens groen licht voor publicatie wordt gegeven, en meestal mag de auteur eerst nog een waslijst en aanvullingen en correcties doorvoeren eer het zover is. Het tijdschrift verschijnt vier keer per jaar, met in een van de nummers de volledige lijst van historische publicaties die het afgelopen jaar in België verschenen. Lange tijd had het tijdschrift niet eens een website, laat staan een mogelijkheid om on-line inhoudstafels of referenties te raadplegen. Menig student Geschiedenis, zoals ondergetekende, spendeerde (en verspilde) veel tijd in de universiteitsbibliotheek in het doorpluizen van alle nummers, op zoek naar dat ene artikel dat dan toch niet bleek te bestaan - of toch niet zo interessant was. Maar dat is dus verleden tijd: vanaf vandaag zijn een dikke zeventig jaargangen gedigitaliseerd en raadpleegbaar via persée, de Franse website die bomvol zit met historisch relevante uitgaven en wetenschappelijke werken van de voorbije eeuwen: een ware goudmijn voor de historicus! Over vrijmetselarij heeft het BTFG een en ander laten verschijnen: niet bijster veel, maar toch interessant genoeg om even bij stil te staan. Een artikel van ondergetekende over Amand Neut, 19e-eeuws krantenmagnaat, mede-organistator van de Katholieke Congressen van Mechelen uit de jaren 1860 en de eerste echte Belgische antimaçonnieke auteur, staat er nog niet op: dat verscheen pas een paar jaar geleden en kan nog op de lekker ouderwetse en papieren wijze worden geraadpleegd.

maandag 6 december 2010

Blog: boekennieuws VM

Via surfen ben ik toevallig op de weblog Boekennieuws VM terecht gekomen: een erg interessante site met beknopte posts die allerhande links plaatst naar geschreven info over vrijmetselarij, zowel in de gewone als gespecialiseerde boekhandel als op het internet. Meestal ontbreekt commentaar of analyse, maar worden van nieuwe publicaties bijvoorbeeld enkel de covers, flapteksten en links naar uitgever of auteur gegeven. Zo krijg je wel snel een goed beeld van wat er over VM zoal te lezen valt. Het is mij niet helemaal duidelijk wie of wat de blog onderhoudt, maar opsteller laat wel zijn kennis van het maçonniek en academisch veld blijken. Als ik het goed voorheb zijn de eerste posts pas van september dit jaar en staat de teller nu al op 43. Een site om in de gaten te houden.
http://boekennieuwsvm.blogspot.com/

vrijdag 3 december 2010

Recensie: Waarom ik bij de loge ben

Recent verscheen bij Houtekiet een bijzonder interessant boek: Waarom ik bij de loge ben, van VUB-emeritus hoogleraar orthopedagogiek Frank De Fever. Met heel veel belangstelling heb ik deze uitgave met de intrigerende titel gelezen, en vanaf de eerste pagina’s wordt het duidelijk dat de hooggespannen verwachtingen worden ingelost. Niet alleen werpt de auteur een blik in de interne keuken van de vrijmetselarij, maar biedt hij ook een bijzonder persoonlijk document aan, dat klaarblijkelijk zeer veel over de persoonlijkheid van de schrijver zelf zegt. Frank De Fever werd in 1984 ingewijd in een de loge die hij de schuilnaam ‘Ken Uzelf’ meegeeft. Om de discretie te vrijwaren maakt de auteur regelmatig gebruik van pseudoniemen, en dat is tegelijk ook een van de weinige momenten waarop hij niet ten volle in zijn kaarten laat kijken. De Fever werd relatief laat ingewijd; al tijdens zijn studentenjaren op de ULB wist hij eigenlijk al min of meer wat vrijmetselarij voorstelde, maar tot een echte kennismaking kwam het pas jaren later, dank zij collega’s en vrienden die lid waren maar die kennis nooit met De Fever hadden gedeeld, tot het juiste moment zich aanbood. In het boek komt de hele procedure van informatievergaring tot effectieve inwijding uitvoerig aan bod. Dat geldt ook voor het rituaal. Dat kan misschien wat vreemd klinken: in de meeste, zo niet alle boeken over vrijmetselarij wordt het inwijdingsrituaal nogal vaag gehouden onder het motto: ‘wie het niet zelf heeft meegemaakt kan het toch niet vatten’. Op zich is dat een onzinnige redering. Ik zou in geuren en kleuren kunnen vertellen over die fantastische productie van Elektra die ik vorig seizoen in de Muntschouwburg zag, dat mijn mond letterlijk openviel bij het slotbeeld – toen de achterwand van het decor opschoof en Orest, met de dode Elektra op zijn schoot, als een piëta torende boven een berg van lijken. En dat terwijl de donderende akkoorden van het Agamemnon-Leitmotiv door het geweldige Muntorkest in de zaal bulderden. Ik ben er dagen niet goed van geweest. Maar de lezer dezes was er hoogstwaarschijnlijk zelf niet bij dus moet hij mijn getuigenis maar voor waar aannemen. Hetzelfde dus wat inwijdingsrituelen in de vrijmetselarij betreffen: niets houdt je tegen om daar alle mogelijke details publiek over mee te delen – zolang je het zelf niet meemaakte kan je toch niet de ware indruk van het gebeuren vatten. Maar het geeft je wel een zeker beeld. En dat doet De Fever zeer mooi. En het wordt nog beter: de eerste logezitting na zijn inwijding is een anticlimax. Weg mysterie en overweldigende ervaring, weg volk. Ook dat is vrijmetselarij: lang niet iedereen is altijd aanwezig, en het kan vaak om heel technische en administratieve zaken gaan. Uitsluiting van broeders die in het profaan leven een misstap hebben begaan, bijvoorbeeld. Al dan niet toelaten van vrouwen. Nut en onzin van een ‘ladies’ night’. Dat zijn nu precies de redenen waarom jaarlijks meerdere broeders definitief de tempelpoort achter hen dichttrekken. Velen worden misschien ingewijd in de overtuiging dat ze nu eindelijk, via emotionele, spirituele en intellectuele zelfontplooiing aan een betere wereld zullen kunnen bouwen maar uiteindelijk enkel de holle frases van de rituelen zien en tot inzicht komen dat vrijmetselaars ook maar mensen zijn – met alle daarbij gepaard gaande tekortkomingen. De auteur haalt inderdaad een aantal feiten aan die toch wel van bedenkelijke aard zijn: dat hij met twee broeders, tijdens het show-block van zo een ‘ladies’ night’ een cowboy-en-indianen-act uitvoert is daar een voorbeeld van. Of die ene werkstudent die dacht dat hij zonder examen ook wel geslaagd zou zijn omdat professor De Fever immers ook lid was van dezelfde club. En ook de meesterverheffing, met haar verwijzingen naar de dood van Hiram, staan veraf van de werkelijkheid. Dat was ook één van de redenen waarom De Fever zijn maçonnieke activiteiten min of meer stopzette.

Het boek rekent ook met een aantal andere mythes af – zaken die in ander boeken over vrijmetselarij, geschreven door vrijmetselaars, nogal eens rooskleurig worden voorgesteld. Het ambt van Achtbare Meester bijvoorbeeld: helemaal niet leuk om te doen, bekeken vanuit een administratief oogpunt. Het eigen genootschap wordt ook met enige zelfkritiek benaderd. Voorbeelden van bouwstukken worden gegeven, een maçonniek lexicon, je krijgt als lezer een zeer goed beeld van de hogere graden en er is een interessante en echt unieke fotoreeks.

Het boek biedt ook een aantal confrontrerende situaties aan, voortkomend uit het persoonlijk leven van de auteur. De inzichten die hij krijgt als voorzitter van een hulpgroep van terminale kankerpatiënten bijvoorbeeld. Of wanneer zijn vader, die vijftig jaar op de belastingen werkte, op zijn afscheidsfeest te horen krijgt dat hij onuitstaanbaar was en dat zowat iedereen blij is dat hij eindelijk weggaat. En het leert de lezer ook over de auteurs inzichten in leven en dood, en de overgang die hij, via de Opperbouwmeester van het Heelal, maakte van atheïsme naar religieus atheïsme. Evidenties, zelfs wetenschappelijke wetmatigheden, komen, mede door zijn lidmaatschap van een loge, op de helling te staan.

Er zijn natuurlijk altijd zaken die beter konden: de overgang van de ene passage naar de andere verloopt niet altijd even gestroomlijnd en meestal zelfs hortend. Andere stukken tekst hadden misschien wat beknopter gemogen, want naar het einde toe is de spanningsboog niet meer zo aanwezig als in de eerste helft van het boek. Maar dit zijn eigenlijk maar details. Waarom ik bij de loge ben is zonder twijfel - en in alle oprechtheid - het beste boek dat ooit door een vrijmetselaar, in het Nederlands taalgebied, over vrijmetselarij is geschreven.

Een interview met de auteur lees je hier.

DE FEVER (Frank). Waarom ik bij de loge ben. Antwerpen/Amsterdam, Houtekiet, 2010, 253 p., € 19,95. www.houtekiet.com

dinsdag 30 november 2010

De Nacht van de Essentie

Op zaterdag 18 december organiseert Luster, uitgever van de Essentie-reeks, de Nacht van de Essentie in het CC Knokke-Heist. Vier auteurs moeten in telkens een kleine twintig minuten de kern van hun betoog weergeven, geïllustreerd met afbeeldingen of filmmateriaal dat op groot scherm achter hun wordt geprojecteerd. Het is de bedoeling een soort van non-fictie theater te brengen. Het geheel, bestaande uit Israël-Palestina (Ludo Abicht), creativiteit (Guillaume Van der Stighelen), assisen (Walter Van Steenbrugge) en vrijmetselarij (ondergetekende) wordt gepresenteerd en becommentarieerd door VRT-journaliste Lisbeth Imbo. Meer info en tickets op de gelegenheidswebsite.

donderdag 25 november 2010

Forces occultes in Brussel

Het Joods Museum van België organiseert op dinsdag 30 november aanstaande, om 12u30, een uiteenzetting van ULB-professor Jean-Philippe Schreiber over Forces occultes. Professor Schreiber is gespecialiseerd in geschiedenis van het jodendom en de geknipte persoon om de fameuze anti-judeo-maçonnieke propagandafilm uit 1942 van commentaar te voorzien. Meer info op de website van het Museum. En voor wie er niet bij kan zijn is er nog altijd YouTube.

deel 1:

deel 2:

deel3:

deel 4:

Deel 5:

woensdag 24 november 2010

Max De Vries

Afgelopen donderdag 18 november gaf ik, op uitnodiging van het Humanistisch Verbond, een uiteenzetting over vrijmetselarij en Tweede Wereldoorlog in Sint-Truiden. Het was jaren geleden dat ik het daar nog eens over had, en ik denk dat ik mijn eigen Passer en Davidster niet meer heb opengeslagen sinds de herwerkte versie van 2005. Voor mij was het bijgevolg een prettig weerzien met het onderzoek dat mij in eerste instantie tot de vrijmetselarij heeft gebracht. Toen ik in 1998, in eerste licentie, het thema van mijn eindverhandeling moest kiezen nam ik 'vrijmetselarij' uit de lijst: ik wou absoluut iets doen over de Tweede Wereldoorlog, en dat was het enige onderwerp in aanbieding dat daarover ging. Van de Tweede Wereldoorlog was ik goed op de hoogte, maar van vrijmetselarij wist ik totaal niets. De uiteindelijke licentiaatsthesis vormde de basis van het Passer-boek, eerste editie in 2000, die voor mij de deur opende naar een FWO-aspirantschap. Wat de vrijmetselarij precies tijdens de bezettingsperiode doorstond kan in een oogopslag worden gelezen op verzet.org, met teksten gebaseerd op desbetreffend boek.
In Sint-Truiden had ik de gelegenheid, ik zou zelfs durven zeggen de eer, om Max De Vries in het publiek te ontmoeten. Max De Vries was de grote man van de Limburgse partizanen, en bezit vandaag nog steeds over zijn overtuigingen en een encyclopedische kennis. Een zeer krachtige stem en verschijning doet je vergeten dat de man bijna 97 jaar is! Zijn aanwezigheid deed wel enigszins afbreuk aan het cliché dat oude mensen, eens valavond, niet meer op straat komen. Maar als je de nazi's hebt overleefd veronderstel ik dat je je door niets meer laat afschrikken. Hoe dan ook, ik ben zeer blij dat ik hem heb mogen ontmoeten en ik maak meteen ook wat reclame voor de biografie - met bijhorende DVD - die recent door Marc Bertrants werd geschreven en door ASP (het voormalige VUBPRESS) werd uitgegeven.